Jirke

Pagina’s
Archief
Reacties
  1. Ha, wat tof dat je de moeite neemt om dat te laten weten

  2. Bij toeval kwam ik er vandaag achter dat je weer schrijft. Ik heb gelijk met veel plezier alle stukjes achter…

  • Y,

    Vannacht heb ik weer aan je gedacht. Ik heb een onstilbare honger, al dagen raak ik niet verzadigd, wat ik ook eet. In bed dacht ik aan de keer dat we over mijn dorst spraken. Ik zei dat ik dacht diabetes te hebben en jij vroeg me waarom ik dat dacht. ‘Ik heb steeds zo’n dorst,’ zei ik. Jij zei dat de kans groot was dat ik alleen maar dorst had omdat ik vocht nodig had en vroeg me of er andere aanwijzingen voor diabetes waren. Die aanwijzingen vond ik niet. Je zei dat ik niet naar de dokter hoefde en gewoon moest drinken. Ik geloofde je niet, maar was evengoed opgelucht dat iemand voor me besloot dat ik niet naar de dokter hoefde.

    Inmiddels herken ik dorst als een teken van dat ik goed met mezelf in contact sta.

    Toen ik de slaap vannacht niet kon vatten was ik ineens weer bang voor diabetes. Ik heb laatst een training over diabetesmedicatie gevolgd en ben het meeste weer vergeten omdat ik niet werk met mensen die diabetes hebben. Ik herinner me vaag iets over honger geleerd te hebben, maar ik weet niet meer waar die honger een signaal van is. Toen ik voor de tweede keer vannacht op de wc zat dacht ik: dit is mis. Je moet niet te veel plassen, dat weet ik nog.

    Ik heb geen afspraak met de dokter gemaakt. Wel heb ik vandaag bij de Lidl veel groente en fruit gehaald. Vanmiddag heb ik een grote salade gegeten. Zo hoop ik de mogelijke symptomen van mijn nieuwe ziekte om te keren, voordat ik überhaupt te weten kom of ik echt ziek was geworden. Een beetje zoals ik voorheen inlogde bij het CJIB om een betalingsregeling te treffen, al voordat ik met een schaar alle ongeopende post openritste.

    Ik neem vaak verantwoordelijkheid voor wat ik verkeerd heb gedaan vlak voordat ik met de gevolgen geconfronteerd word. Zo heb ik altijd een weerwoord: het is al opgelost. Dat is een terugkerend patroon en ik vraag me af op welke manier dat in mijn persoonlijke relaties tot uiting komt. Jij zou me dat kunnen vertellen denk ik, maar misschien kom ik zelfstandig uiteindelijk ook tot inzicht over wat dit patroon betekent.

    Vorig jaar kwam ik eens iemand tegen met wie ik groepstherapie had gevolgd. Ze vertelde me dat in haar alle therapeutische processen na het einde van de groepstherapie vrij gestopt waren en dat ze er niet meer zo mee bezig was. Ik weet niet of het goed is, maar dat herken ik niet. Het blijft stromen, alles wat ik heb geleerd, al ben ik blij dat het niet meer zo hard kolkt van binnen.

    Liefs,

    J

  • Melk

    Vandaag schreef ik Melk voor Shortreads.

  • Glimmer

    Een vriend opgewekt een plant aan zien wijzen.

  • Meeuwen

    De meeuwen in Agadir zijn minder onbeleefd dan die in Groningen. We verblijven in de buurt van het strand en daar zijn veel meeuwen, maar we hoefden tot nu toe slechts één meeuw van een bord weg te jagen.

    De meeuwen die ik stukjes eten toegooi zijn kieskeurig, brood vinden ze lekker, aan komkommer en ui hebben ze geen behoefte.

    Ik houd van de opdringerigheid van meeuwen in Nederland. Ze houden zich niet aan de ongeschreven mensenregels, zoals ‘je neemt niet ongevraagd een hap uit het eten dat een onbekende in de hand heeft’. In Agadir houd ik van de kalmte van de meeuwen, hoe ze blijven zitten als je tegen ze praat en je in de rust ziet hoe expressief ze zijn, hoe in elke kleine beweging die ze maken een gedachte of emotie besloten lijkt te liggen, hoe je aan soms aan de houding van zijn kop de overwegingen van een meeuw af kan lezen.

  • Catastrophe

    Als er een ding was waar ik als kind een hekel aan was het met mijn vader mee als er iets gekocht moest worden, want niemand kon zo goed afdingen als mijn vader. Nu ik al een tijd volwassen ben begrijp ik de noodzaak achter het constante ge-onderhandel en bovendien herken ik mijn vaders gepingel inmiddels als een goed ontwikkeld talent, maar ik herinner me nog precies hoe ik me voelde als ik in de Gamma even twee gangpaden verderop ging staan terwijl mijn vader het voor elkaar kreeg om bij de goedkoopste rookmelder waar absoluut geen cent van de prijs af kon toch nog een extra setje batterijen in de handen gedrukt te krijgen.

    Vandaag ging ik met mijn reisgenoot naar Souk el Had in Agadir. Ik had mezelf beloofd op zoek te gaan naar een ring, een goede ring te kopen in plaats van allerlei onnodige souvenirs. Twee van mijn exen hebben afzonderlijk van elkaar gezegd dat ik van alle mensen die ze kennen wel erg gemakkelijk over te halen ben om iets aan te schaffen; er hoeft maar een gezichtje op iets te staan en ik wil het hebben. Een van hen zei toen ik tijdens het boodschappen doen eens een een pak wegwerpzakdoekjes in limited edition verpakking met vrolijk gekleurde poppetjes uit het schap pakte eens: het kapitalisme heeft een goeie aan je. Zulke uitspraken vergeet je niet, bovendien ben ik met het oog op een mogelijke verhuizing naar de randstand langzaam de bezem door mijn bezittingen aan het halen en daarbij geloof ik er tegenwoordig in dat ik voorlopig nog even besta, en daarna de mensen na mij, dus doe ik ondanks mijn materialistische neigingen mijn best om alleen spullen te kopen duurzaam genoeg zijn om me overleven.

    Ingang negen bleek zoals overal verteld werd toegang te bieden tot veel sieradenwinkels, maar ze hadden meer fake Van Cleef & Arpels armbanden hadden dan ringen in mijn smaak. Ik besloot snel mijn ringzoekmissie los te laten en daarmee ook meteen de kleine teleurstelling.

    De souk is een fenomenale plek voor mensen die van prikkels houden. De winkels en stands die spullen soms metershoog uitgestald hebben; arganolie, honing, shirts van het Marokkaans elftal, Palestinashirts, Labubu’s, theepotten, felgeglazuurd keramiek, huishoudbenodigdheden, kleurrijke sieraden in Berber-stijl, bakken vol thee en kruiden, zwarte zeep in grote hopen, groente, fruit, souvenirs. De geur van ras el hanout, van amberblokken en van leren jassen. De verkopers die je aanspreken, de vogels die er pitjes uit manden stelen. Een kat die te midden van alle drukte een dutje doet. Vers granaatappelsap door een rietje drinken, arganolie op je hand gesmeerd krijgen.

    Dwalend tussen alles en afgeslagen naar steeds wat rustigere paadjes belandden we in een kleine juwelierszaak die ik tijdens mijn latere bezoeken niet terug kon vinden. Een man in gestreepte djellaba trok er een bakje met ringen tevoorschijn en tussen die ringen zat de ring waarvan ik niet wist dat ik hem zocht, zilver, chunky, ongeschikt voor mensen met trypofobie en hij paste me.

    ‘How much,’ vroeg ik de man.
    Hij pakte een rekenmachine met grote toetsen, tikte een bedrag in en schoof het apparaat naar me toe. Achthonderdvijftig dirham.
    Tachtig euro voor een zilveren ring. Ik schudde mijn hoofd, en de man gebaarde me een bedrag in te tikken. Tweehonderd, tikte ik.
    ‘Aaah, non!’ De sieradenverkoper lachte, bracht zijn hand naar zijn voorhoofd die hij in een dramatische frons trok en gooide zijn hoofd naar achteren. ‘Catastrophe! Catastrophe!’
    Zevenhonderd dirham stelde hij voor.
    ‘Seven hundred?’ riep ik uit. ‘My husband will kill me!’
    Driehonderd leek me een goed tegenbod.
    ‘Aaaah, nooo! Catastrophe!’ riep de verkoper weer uit.
    ‘Maybe i don’t need a ring,’ zei ik.
    Vijfhonderdvijftig, stelde de man voor.
    ‘Hans-Jan will not like this,’ zei ik zuchtend en tikte driehonderdvijftig in op de rekenmachine.
    Vijfhonderdvijftig.
    Vierhonderd.
    De man schudde zijn hoofd. Ik haalde mijn schouders op en maakte aanstalten om weg te gaan.

    ‘Okay, four hundred,’ riep de verkoper. Hij lachte breed, stak zijn hand naar me uit en schudde mijn hand stevig. Hij deed de ring in een klein roze zakje, drukte hem in mijn hand en sloeg me amicaal op mijn schouder, vaderlijk haast.

  • Nemen

    Onder de douche spoel ik het strandzand van mijn voeten en terwijl ik de korrels in het putje zie verdwijnen denk ik: ik kan alleen maar nemen, het is haast ondoenlijk om het anders te doen, overal waar ik kom verdwijnt iets.

  • Agadir

    Ik ben op vakantie met iemand met wie ik twee jaar geleden een date had. Na de date spraken we elkaar niet meer, tot we vrienden werden.

    Vandaag zagen we Atlantische Oceaan, onmogelijk om je toe te verhouden, zoveel water, zoveel geschiedenis, zoveel dat nu gebeurt. We verzonnen een ritueel, iets met het zoeken van een steen die we eigenlijk mee naar huis zouden willen nemen, we vonden beiden een steen waarvan we eerst ‘deze houd ik misschien toch voor mezelf’ zeiden, gebruikten de stenen, lieten alles wegnemen door het water.

    We maakten geen foto’s en misschien zijn sommige dingen niet om opgeschreven te worden, sommige dingen zijn om te doen en niet over te spreken, zoals ik vroeger in de zandbak met een vriendin een grot bouwde voor god, waarna we met onze nagels het merg uit pitrusstengels gutsten en omhoog gooiden, zo hoog als we konden, naar god, en het maakte niet uit dat ik niet geloofde, sommige dingen doe je omdat ze moeten gebeuren, sommige dingen zijn niet om gezien te worden, sommige dingen zijn om te doen.

  • Tegenzin

    Wat ik heb geleerd: je hoeft het niet met plezier te doen. Dit gaat op voor zo ongeveer alles wat ik voorheen meed om aan mijn tegenzin te ontsnappen. Een groot deel van de dingen die ik vroeger deed terwijl ik hard werkte mijn aversie te onderdrukken schijn je juist weer niet te moeten doen als je er geen zin in hebt.

    Vandaag is tegenzindag. Ik zet vrolijke muziek op, want je hoeft het niet zwaarder te maken dan nodig, en met Club Tropicana werk ik de lijst die ik gisteravond maakte punt voor punt af. Vaatwasser uitpakken, vaatwasser inpakken. Factuur sturen. Stofzuigen. De berg met schone was opruimen. De berg met vieze was wassen. Kleding naar de kledingcontainer brengen. Drie seo-teksten schrijven. De statiegeldflessen inleveren. Mijn beschikbaarheid doorgeven aan een bemiddelingsbureau. Planten water geven. Het oud papier wegbrengen. Datingapps verwijderen. Kattenvoer kopen. Stofzuigen. Een pakketje halen. Mijn haren verven. Stofzuigen.

    Handen uit de mouwen, gezicht lang.

    Zo halverwege de lijst komt het moment waarop je verwacht dat het leuk wordt. Je hebt zo veel tiktoktherapeuten gezien dat je bent gaan geloven in een moeiteloze maakbaarheid, dat een halve dag hard werken beloond wordt met een karakterhervorming die ervoor zorgt dat je je voortaan met een Mary Poppins-achtige moeiteloosheid door het leven beweegt. Zulke verwachtingen keren zich tegen je, je moet de tegenzin omarmen, hen als een soort knorrige friend zien die soms zomaar aan komt waaien, als iemand die je de hele dag onder je hoede hebt. Hoor hun gemopper aan, ga er niet op in, doe ondertussen je werk. Met wat geluk staan je samen tegen een uur of drie samen Mr. Blue Sky mee te zingen, en anders maar niet.

    Hou tegenzin even stevig vast aan het einde van de dag, bedank elkaar, zeg: je hebt hard gewerkt. Ga ook als je het samen zwaar had zonder ruzie slapen, je weet nooit wanneer jullie elkaar weer zien.

  • Na therapie

    1.
    Na alle jaren therapie blijken er gevoelens en gedachten verdwenen die ik altijd bij me droeg, zonder dat ik ze ook maar besproken heb. De terugkerende onzekerheid over of ik nog leef, of ik niet zonder dat ik het gemerkt heb een dodelijk ongeluk heb gehad en me sindsdien het hele leven verbeeld. De altijd sluimerende gedachte dat ik te laat ben met alles, dat ik alle belangrijke dingen heb gemist op het moment dat ze ertoe deden. Het gevoel dat er altijd iemand meekijkt met alles wat ik doe, ook als ik alleen ben.

    2.
    Soms heb ik de behoefte mijn oude hoofdbehandelaar te vertellen wat ik meegemaakt of gedaan heb. Meestal is dat omdat er iets positiefs gebeurd is. Ik kan de momenten waarop ik haar wil contacteren interpreteren als een bevestiging van mijn welzijn, ik zou haar ook gewoon een keer een kaart kunnen sturen.

    3.
    Tijdens de laatste van de individuele sessies die bij het groepstherapiepakket in zaten, wees de psycholoog naar een poster aan haar muur. Op de poster stond een gebroken vaasje, dat met gouden voegen weer keurig overeind stond.
    ‘Die afbeelding doet me aan jou denken,’ zei ze. En ze startte te vertellen over kintsugi.
    ‘Nee,’ zei ik. ‘Nee. Ik ben nooit kapot geweest, ik heb precies gedaan wat ik kon doen gezien de omstandigheden, ik had alles al aan boord, ik had alleen nooit leren sturen.’
    Ik ben hier met de dag meer in gaan geloven.

  • Een man

    Vannacht droomde ik dat ik weer een relatie had met een man. Hij had halflang krullend haar, een brede mond met van die tanden erin, droeg een net te strakke spijkerbroek, was slungelig, een tikje sullig. Zo’n rustig lachende man, zo een was het.

    We gingen naar een bar die tegelijkertijd Kult te Groningen, Pamela te Amsterdam en openbare basisschool de Braskörf te Veendam was. Iedereen die biseksueel was kreeg er een wc-ketting mee om te kunnen plassen, net als op de kleuterschool. Een tikje bifobisch vond ik het, maar ik moest nodig en droeg daarom de ketting met houten vierkante en ronde kralen in primaire kleuren keurig om mijn nek.

    De wc was opgeblazen of werd verbouwd, een van beide, er was weinig van over maar er hingen nog wat witte tegels op de muur en er zat een gat in de grond.

    Toen ik terugkwam van het plassen sloeg de man een arm om me heen. Hij keek me in mijn ogen, en mijn lijf vervulde zich met weerzin. Alsof ik moest overgeven en niemand mocht het zien. O ja, dacht ik. Is ook zo. Zo voelde het. Nu weet ik weer hoe het was.

  • Sokken

    Ik heb binnen acht dagen van drie verschillende mensen sokken gekregen.

  • Opneemt

    En dit is het grootste geluk: oma die de telefoon opneemt. Oma die de telefoon opneemt terwijl ik er al van uitging dat ze dat niet zou doen, omdat ze niet altijd meer weet hoe dat moet. Oma die de telefoon opneemt en aan wie ik vraag wat ze gegeten heeft en dat ze antwoordt en dat er even niets doorklinkt van verwarring. Oma de telefoon opneemt en stamppot snijbonen heeft gegeten en niet furieus is om redenen die voor mij niet te doorgronden zijn. Oma die vraagt naar hoe het met me gaat. Oma die zegt dat ze niets meemaakt en dat ik dan zeg dat ik ook niets meemaak en dat oma dan zegt dat we maar gewoon door moeten gaan, precies zoals we dat altijd tegen elkaar zeggen. Oma die zegt dat ze blij is dat ze sneeuw weg is, maar het nog wel te koud vindt. Oma die zich zorgen maakt over hoe oud haar hond is en hoe veel hij slaapt. Oma die na een stilte die valt het gesprek zelf weer oppakt. Oma die vertelt dat ze dit jaar negentig wordt. Oma die hoort dat ik binnenkort naar Marokko ga en enthousiast reageert en zegt dat ik moet genieten van het leven. Oma die vertelt over haar vakanties met opa en dat ze nooit bang was voor vliegen. Oma die vertelt dat ze op televisie een huilende vrouw ziet en een andere vrouw die de huilende vrouw aait, oma die vraagt of ik dat ook zie, het wordt nu uitgezonden op zes. Oma die ‘maar afijn, ik ga weer verder’ zegt en dat we ophangen en dat ik zeg ‘doei oma, doei lieve oma, doei, doei, doei lieve oma’ net zo lang als ze mij altijd uitzwaait vanaf haar balkon, precies tot het moment dat de ander niet meer binnen bereik is.

    Er is zo veel zo kleins, er is zo veel om aan vast te houden.

  • Feeld

    Ik denk aan de vrouw die niet alleen op beeld de meest aanstekelijke lach heeft die ik in tijden heb gezien, maar vermoedelijk ook nog eens grappig en een goede gesprekspartner is in het echt.

    Ik open Feeld om te zeggen dat het me spijt dat ik niet meer had gereageerd, dat ik opgeslokt werd door alles rondom door mijn dementerende oma die de afgelopen tijd soms furieus op me was en dat ik de datingapps voorlopig even laat voor wat ze zijn. Ze heeft de connectie al verbroken.

  • Tientje

    Ik zocht voor Shortreads uit wat een tientje waard is.

  • Elke dag

    Toen ik op 1 januari besloot dat ik weer regelmatig wilde schrijven, bepaalde ik meteen dat ik dat elke dag moest doen. Het stellen van onrealistische doelen, het maken van onhaalbare plannen en het doen van onmogelijke toezeggingen zijn de de laatste tekenen van overbelasting, zoals ooit geheugenverlies het laatst overgebleven symptoom van mijn depressie was. Het gaat goed, het enige dat ik nog moet leren is terugschakelen, niemand heeft het me ooit geleerd, ik heb er geen handleiding voor gevonden, ik snap niet hoe het moet, maar het enige dat ik nog moet leren is terugschakelen.