Jirke

Pagina’s
Archief
Reacties
  1. Ha, wat tof dat je de moeite neemt om dat te laten weten

  2. Bij toeval kwam ik er vandaag achter dat je weer schrijft. Ik heb gelijk met veel plezier alle stukjes achter…

  • Ja

    Afgelopen zomer besloot ik vaker ja te zeggen. Ja op voorstellen waarvan ik niet zeker wist of ze bij me pasten, tegen zaken waarvan ik dacht dat ik ze niet verdiende, tegen alles waar ik eigenlijk te bang voor was.

    Twee dagen na mijn beslissing vroeg Lola me of ik met haar naar Jordanië wilde.
    ‘Ja,’ zei ik met een bijna geloofwaardig soort niet gehinderd zijn door angst. ‘Doen we.’
    Lola wist niet van mijn beslissing vaker ja te zeggen en wel van mijn gebrek aan motivatie al te ver voorbij Zwolle te reizen, dus wat haar dreef me deze vraag te stellen, soms ga je haast in een sturend universum geloven.

    ‘Oei,’ zei iedereen aan wie ik vertelde dat ik naar Jordanië ging. ‘Spannend hoor.’
    Ik haalde dan mijn schouders op en probeerde iets uit te leggen waar ik eigenlijk geen verstand van had.

    Ik vond alles prachtig, overweldigd worden door hoe groot Petra is, overnachten in Wadi Rum, door de oude Romeinse stad Jerash lopen, maar sinds mijn bezoek aan Jordanië denk ik vooral bijna elke week aan Amman. Het was niets in het bijzonder, maar op een dakterras zitten, wat drinken, de heuvels van de stad overzien, de oproep tot gebed over de stad horen klinken, weten dat ik ook met heimwee of een slecht humeur me na een wandeling buiten snel beter zou voelen door derden kleine gesprekjes die iedereen met me voerde, ook daadwerkelijk naar buiten gaan omdat ik niet gehinderd werd door kou. Door downtown Amman lopen, fruit halen, hoe druk het er was, hoe lekker het er rook, soms elke paar meter weer anders, hoe veilig ik me er voelde. Alles.

    Laatst vroeg Lola me of ik mee wilde naar Thailand, waar ze gewoond heeft.
    ‘Ja,’ zei ik weer.
    ‘Ga je dan ook mee naar het bokskamp?’
    Ik heb in mijn leven nog geen bokshandschoen aangeraakt, maar de politieke tijden vragen er steeds meer om een harde klap uit te kunnen delen. Ook als dat niet zo zou zijn, had ik ja gezegd.

    Afgelopen week pakte ik de tas in die ik speciaal voor Jordanië had gekocht en ik bleef Amman maar voor me zien. Wat moet ik in Thailand, dacht ik. Kunnen we niet gewoon elke keer naar Jordanië, zoals sommige mensen elk jaar naar dezelfde camping in de Vogezen gaan.

    En ondertussen zag ik steeds het nieuws, elke dag meer afschuwelijks. Ik haat het woord nieuws, het heeft iets vervreemdends, alsof alles wat er buiten mijn directe bereik gebeurt een voorstelling betreft en ik ben de toeschouwer, en misschien is dat niet ver van de waarheid, is de wereldpolitiek nog steeds veel te veel een ondertussen voor me. Ik heb er decennia over gedaan mijn jeugd achter me te laten en ver op vakantie te durven. Ik ga op vakantie, mensen worden vermoord. Samenlevingen worde systemathisch uitgeroeid, vakantiegangers vliegen er met een boogje omheen.

  • Je hebt alles

    Voor Shortreads schreef ik Je hebt alles.

  • Y,

    Ik ga iets doen waarvan ik zou moeten weten dat het niet werkt, ik heb namelijk bepaald dat ik vanaf april gewoon weer meedoe aan het normale leven, dat ik niet meer overbelast ben. Misschien moet ik af en toe nog rustig aandoen, maar ik ben er klaar mee mezelf te preserveren. Het afgelopen halfjaar heb ik nauwelijks gedronken, ik heb mijn veertigste verjaardag niet gevierd en ben op oudejaarsdag op tijd naar bed gegaan. Alles voor rust en herstel, maar ik wil de kroeg weer eens in.

    Mijn graslelie heeft ongelooflijk veel kinderen. Ik denk erover hem te verpotten, misschien wordt hij dan enorm. Herinner jij je nog dat ik je jaren geleden vertelde dat ik alle planten dood had laten gaan doordat ik maandenlang niet in mijn woonkamer durfde te komen? Het voelde lang als iets dat aan me kleefde, alles laten sterven. Nu denk ik: planten in potten houden is überhaupt bespottelijk, het is niet mijn fout dat dat een keer misgaat, maar misschien moeten we als samenleving besluiten dat we planten in potten geen wenselijke situatie vinden,

    Ik denk vaak aan de eenzaamheid van potplanten, die vaak geen andere planten hebben om via de wortels mee te communiceren, maar dat is allemaal invulling, ik heb er geen verstand van. Ik probeer veel kwesties los te laten zolang ik niet de energie heb me er echt in te verdiepen, maar de graslelie die het zo goed doet staat met een andere grassoort in de pot, ik denk dat dat iets zegt. Soms stel ik me voor dat ze samen over me praten.

    Liefs,

    J

  • Herinneren

    1.
    Ik had het met mijn broer over een vakantie uit onze jeugd. ‘Daar heb ik goede herinneringen aan,’ zei ik. ‘Ik niet,’ zei mijn broer. ‘Behalve dan dat we samen op een scooter reden.’ Ik wilde hem vertellen over de leuke dingen die we hadden meegemaakt, maar toen ik terugdacht aan ons bezoek aan de Italiaanse kust stuitte ik op een dichte mist.

    2.
    Het vage gevoel van verdriet dat je kan hebben over alle relatief onbelangrijke dingen je niet beleefd hebt, omdat je maar één leven gekregen hebt. Niet de rouw die komt bij het niet meemaken van grote dingen die je had moeten meemaken, maar bijvoorbeeld het gemis van op je negentiende niet in een tapasrestaurant gewerkt hebben, het gemis van de muziek die je dan nu had gekend.

    3.
    Ik weet niet wat er precies veranderd is, maar tot voor kort voelden bepaalde periodes in mijn leven alsof ze door een ander persoon waren meegemaakt, tegenwoordig voelen alle herinneringen van mij. Er is tot nu toe tamelijk wat vreselijks gebeurd, tamelijk wat moois, alles bij elkaar genomen is het veel, een rijkdom.

  • Elvis

    Ik las in mijn rapportage van gisteren dat ik een bewoner per ongeluk Elvis had genoemd. Zijn naam lijkt er nauwelijks op.

  • Y,

    Afgelopen week was ik ziek, en ik kan je tevreden melden dat ik me ziek heb gemeld. Na een dag vol onrustige dutjes in bed was ik genoeg opgeknapt om weer aan het werk te gaan. Ik weet dat het niet altijd zo werkt met ziekte, ziekte duurt soms langer, soms gaat het helemaal niet voorbij.

    Afgelopen zomer werkte ik gedurende de bouwvak twee weken lang bijna elke dag, en ook nog eens veel dubbele diensten. Ik was betrokken bij een aantal groepen met bewoners met, zoals dat in de gehandicaptenzorg vaak genoemd wordt, moeilijk verstaanbaar gedrag. Regelmatig vind ik dat gedrag uitstekend verstaanbaar. In de zomervakantie zeiden veel mensen die afhankelijk zijn van de zorg zonder daar woorden aan te geven bijvoorbeeld: geef me mijn vertrouwde begeleiders, de invallers die hier nu zijn snappen er niets van. En: ik snap er zelf ook niets meer van. En: ik ben bang.

    Op de eerste dag van die twee doorbuffelweken werd ik ziek. Flink ook. De redenen dat ik in die weken überhaupt zo absurd veel werkte op deze groepen is dat ze het rooster buiten de zomervakantie al nauwelijks rond kregen, dat ik voor een aantal mensen die veel ondersteuning nodig hadden misschien niet een vertrouwde begeleider was, maar wel een bekende, en dat ik vind dat ik als zzp’er met veel zeggenschap over mijn eigen rooster een verantwoordelijkheid heb naar de plekken waar ik kom, de verantwoordelijkheid om niet alleen de fijne diensten te werken, maar er ook te staan als de nood het hoogst is.

    Dus ik belde om te zeggen dat ik een halfuur later zou zijn, stopte mezelf vol pijnstillers, douchte extra lang en kocht bij de supermarkt alles waarvan ik ook maar het vermoeden had dat ik het zou willen eten die dag. Ik stapte binnen in een puinhoop. Een bewoner was zo in de war dat hij mijn collega had geslagen, zijn kleren uit had getrokken en op de grond had geplast. De collega durfde hem niet meer te helpen. ‘Ik had het je niet vergeven als je je ziek had gemeld,’ was het eerste dat ze zei. Ik hielp de bewoner, die uiteindelijk best een prima dag had, dronk veel koffie en keek de collega de rest van de dienst niet meer aan.

    Ik ben ernstig overbelast geraakt, niet per se tijdens die twee weken. Ik heb je nooit echt verteld hoe diep die overbelasting in mijn bestaan sneed, want ik wilde niet dat je je zorgen maakte terwijl ik overtuigd was van mijn spoedig herstel. In het afgelopen halfjaar heb ik mezelf ontslagen van elke verantwoordelijkheid behalve rusten, herstellen en mijn plezier terugvinden. Ik geloof dat het precies de goede aanpak was om uit mijn situatie te komen. Het was tegelijkertijd een absurde keuze, rusten terwijl de toestand van de wereld om steeds meer strijd vraagt, plezier maken terwijl volkeren uitgeroeid worden, op reis gaan terwijl er zo veel migranten vermoord worden.

    Ik kan me niet herinneren dat jij een van onze afspraken ooit hebt afgezegd wegens zieke, en ik heb je er nooit op kunnen betrappen dat je beter thuis had kunnen blijven. Ik kan me voorstellen dat je goed in contact staat met wat je nodig hebt, maar er niet altijd even goed naar luistert.

    De wereld heeft altijd meer van je nodig dan je kan geven en ik geloof niet dat je in therapie kan leren hoe je daarmee omgaat. Het is prachtig dat ik heb geleerd mijn grenzen beter te herkennen, maar het is bespottelijk om in deze samenleving het bewaken van de innerlijke vrede tot je voornaamste doel hebben.

    Ik heb een lijf dat aangeeft dat het ziek is, een lijf dat herstelt. Dat is een groot goed. Volgens mij ben ik klaar met rusten. Ik voel me losgezongen van van alles wat belangrijk voor me is, en ik moet weer meer gaan leven. Hoe weet je dat je dat aankan, en hoe ziet dat aan kunnen eruit? Het zou me erg helpen je goedkeuring te krijgen.

    Liefs,

    J

  • Blijven zitten

    Er is plek, precies in de Randstedelijke woongroep waar ik wil wonen.
    ‘Kom,’ klonk het van binnenuit.

    Gisteren keek ik toevallig nog naar of er in de buurt van mijn gedroomde woonplek genoeg werk voor me is. Meer dan. Vorige maand keek ik nog naar hoe lang het rijden naar broer zou zijn. Best ver, maar te doen. Vorig jaar keek ik nog naar of ik naar het strand zou kunnen rennen. Na veel trainen, mits mijn achillespees herstelt.

    Het strand.

    Ik weet niet wie me de stem van de rede ingeblazen heeft, maar ik las de advertentie en dacht: ik blijf nog even waar ik ben. Ik ben net opgekrabbeld uit de overbelasting en wil nog aansterken. Ik moet in de aangeboden woonruimte meer delen dan waar ik comfortabel mee ben. Ik wil nog een beetje sparen.

    En misschien was het de stem van de rede niet, zegt de stem van de rede ‘wie naar de Randstad wil verhuizen grijpt alles aan.’ In dat geval is heeft zich een concessieloosheid van me meester gemaakt, daar ben ik dankbaar voor, dat gaat me nog ver brengen, ik blijf nog even zitten waar ik zit.

  • Achter mijn rug

    Iedereen praatte over elkaar.

    Normaal gesproken gooi ik het er meteen uit, bijvoorbeeld ’s avonds aan tafel na mijn eerste invaldienst op een groep, als alle bewoners op bed liggen en de begeleiders in plaats van de dag na te bespreken, het hebben over de collega’s die er niet bij zijn. Het helpt me de stemming nog iets beter te peilen, het helpt soms om het gesprek een andere richting op te duwen. Een keer richtte iedereen die aan tafel zat hun blik meteen van hun telefoons recht naar mij, strak, zonder verder te reageren op wat ik zei. Ik kan een hoop hebben en ik ben ook niet roomser dan de paus, maar ik wist: hier kom ik niet terug.

    Op een plek waar ik nu werk heb ik langer gewacht. Er speelt van alles, zoals eigenlijk overal, maar hier is het een van de redenen dat ik er ben. Toen ik gisteren in een klaaggesprek met twee bloedeerlijke collega’s belandde leek het me tijd.
    ‘Ik ben benieuwd naar wat jullie over mij zeggen als ik er niet bij ben,’ zei ik.
    ‘Niets ergs,’ zei een collega met glinsterde knopoorbel, die ik mag omdat hij het vaak heeft over zijn liefde voor dieren, en zo’n kalm aura heeft dat de bewoners bijna zonder uitzondering rustig zijn als hij in de buurt is.
    ‘Nee,’ zei een collega met gebloemd colbert.
    ‘Dacht ik al,’ zei ik.

    De collega met het gebloemde colbert begon te lachen.
    ‘Wacht,’ zei ze.
    Ze pakte haar tas, haalde er eerst een pak sigaretten uit, toen een haarborstel, daarna haar telefoon. Ze hield haar telefoon op naar de collega met de glinsterende knopoorbel. Hij schudde zachtjes zijn hoofd, maar begon ook te lachen.

    Het gebloemde colbert opende haar telefoon en begon voor te lezen.
    “Is die Jirke een beetje te doen?”
    De knopoorbel verborg zijn hoofd demonstratief in zijn handen.
    ‘Deze vraag stuurde ik Knopoorbel vorige week, voor ik met jou ging werken,’ zei Colbert. ‘Nu komt zijn antwoord.’
    Ik zette met mijn wijsvinger mijn bril, die wat van mijn neus gegleden was weer omhoog. Alsof ik zelf meelas.
    “Een woke safe-the-world-potje. Prima mee te werken.”

    Een seconde zocht ik naar iets om me over op te winden, maar het was niet ver van de waarheid, ik mag Knopoorbel wel, ik heb in mijn leven slechtere recensies gehad.

  • Gevallen

    In sommige dagen raak je snel verdwaald, en als je verdwaald raakt in de dag raak je al gauw de weg kwijt in je hoofd, al is het vaak ook andersom.

    Vandaag was zijn huisgenoot in de war en dat vond hij moeilijk. Al voordat ik zag dat het niet goed ging met zijn huisgenoot, had hij het door. Dat liet hij merken door te proberen zijn huisgenoot slaan, want hij is een man van weinig woorden.

    Toen zijn huisgenoot steeds wat luider in de war raakte, raakte hij steeds wat meer verdwaald. Hij liet zich op de grond vallen, schreeuwde, sloeg me, beet zichzelf. Als ik zei ‘kom’ en mijn hand uitstak, krabde hij me. Trok zich aan zijn haren. Waarna hij opstond en naar zijn kamer ging, daar zijn frustraties er luidkeels uitgooide en terugkwam om aan tafel zijn auto’s te stapelen. Tot dat hem door alles wat er om hem heen gebeurde niet meer lukte en hij zich weer op de grond liet vallen.

    Vanavond gingen we wandelen.
    ‘Kom,’ zei ik.
    ‘Nee,’ riep hij toen hij zijn jas zag, en rende meteen naar zijn kamer.
    Ik wachtte op hem op op de gang. Drie keer stak hij zijn hoofd om het hoekje, zag me staan en ging zijn kamer weer in.
    De vierde keer liep hij stampvoetend op me af, hief toen hij voor me stond even zijn hand op, fronste en liet me toen helpen zijn dikke blauwe jas aan te trekken.

    Buiten was het koud. De wind blies zijn haren recht omhoog.
    Hij stond stil en keek naar de lucht. Het schemerde en het was bewolkt.
    ‘Gevallen,’ zei hij.
    Ik zei niets.
    ‘Ballon,’ zei hij.

    We liepen door.
    ‘Groot,’ zei hij.
    ‘Ja,’ zei ik.

    Toen hield hij stil en keek weer naar boven.
    ‘Gevallen,’ zei hij. ‘Ballon.’
    Ik keek ook omhoog.
    Zo stonden we even samen, met onze hoofden achterover. Er was niemand anders op straat. De lucht was donker van de wolken.
    ‘O,’ zei ik. ‘Is de maan weg?’
    ‘Ja,’ zei hij, en lachte.
    Hij pakte mijn hand en liep door. ‘Gevallen.’

  • Y,

    Vannacht heb ik weer aan je gedacht. Ik heb een onstilbare honger, al dagen raak ik niet verzadigd, wat ik ook eet. In bed dacht ik aan de keer dat we over mijn dorst spraken. Ik zei dat ik dacht diabetes te hebben en jij vroeg me waarom ik dat dacht. ‘Ik heb steeds zo’n dorst,’ zei ik. Jij zei dat de kans groot was dat ik alleen maar dorst had omdat ik vocht nodig had en vroeg me of er andere aanwijzingen voor diabetes waren. Die aanwijzingen vond ik niet. Je zei dat ik niet naar de dokter hoefde en gewoon moest drinken. Ik geloofde je niet, maar was evengoed opgelucht dat iemand voor me besloot dat ik niet naar de dokter hoefde.

    Inmiddels herken ik dorst als een teken van dat ik goed met mezelf in contact sta.

    Toen ik de slaap vannacht niet kon vatten was ik ineens weer bang voor diabetes. Ik heb laatst een training over diabetesmedicatie gevolgd en ben het meeste weer vergeten omdat ik niet werk met mensen die diabetes hebben. Ik herinner me vaag iets over honger geleerd te hebben, maar ik weet niet meer waar die honger een signaal van is. Toen ik voor de tweede keer vannacht op de wc zat dacht ik: dit is mis. Je moet niet te veel plassen, dat weet ik nog.

    Ik heb geen afspraak met de dokter gemaakt. Wel heb ik vandaag bij de Lidl veel groente en fruit gehaald. Vanmiddag heb ik een grote salade gegeten. Zo hoop ik de mogelijke symptomen van mijn nieuwe ziekte om te keren, voordat ik überhaupt te weten kom of ik echt ziek was geworden. Een beetje zoals ik voorheen inlogde bij het CJIB om een betalingsregeling te treffen, al voordat ik met een schaar alle ongeopende post openritste.

    Ik neem vaak verantwoordelijkheid voor wat ik verkeerd heb gedaan vlak voordat ik met de gevolgen geconfronteerd word. Zo heb ik altijd een weerwoord: het is al opgelost. Dat is een terugkerend patroon en ik vraag me af op welke manier dat in mijn persoonlijke relaties tot uiting komt. Jij zou me dat kunnen vertellen denk ik, maar misschien kom ik zelfstandig uiteindelijk ook tot inzicht over wat dit patroon betekent.

    Vorig jaar kwam ik eens iemand tegen met wie ik groepstherapie had gevolgd. Ze vertelde me dat in haar alle therapeutische processen na het einde van de groepstherapie vrij gestopt waren en dat ze er niet meer zo mee bezig was. Ik weet niet of het goed is, maar dat herken ik niet. Het blijft stromen, alles wat ik heb geleerd, al ben ik blij dat het niet meer zo hard kolkt van binnen.

    Liefs,

    J

  • Melk

    Vandaag schreef ik Melk voor Shortreads.

  • Glimmer

    Een vriend opgewekt een plant aan zien wijzen.

  • Meeuwen

    De meeuwen in Agadir zijn minder onbeleefd dan die in Groningen. We verblijven in de buurt van het strand en daar zijn veel meeuwen, maar we hoefden tot nu toe slechts één meeuw van een bord weg te jagen.

    De meeuwen die ik stukjes eten toegooi zijn kieskeurig, brood vinden ze lekker, aan komkommer en ui hebben ze geen behoefte.

    Ik houd van de opdringerigheid van meeuwen in Nederland. Ze houden zich niet aan de ongeschreven mensenregels, zoals ‘je neemt niet ongevraagd een hap uit het eten dat een onbekende in de hand heeft’. In Agadir houd ik van de kalmte van de meeuwen, hoe ze blijven zitten als je tegen ze praat en je in de rust ziet hoe expressief ze zijn, hoe in elke kleine beweging die ze maken een gedachte of emotie besloten lijkt te liggen, hoe je aan soms aan de houding van zijn kop de overwegingen van een meeuw af kan lezen.

  • Catastrophe

    Als er een ding was waar ik als kind een hekel aan was het met mijn vader mee als er iets gekocht moest worden, want niemand kon zo goed afdingen als mijn vader. Nu ik al een tijd volwassen ben begrijp ik de noodzaak achter het constante ge-onderhandel en bovendien herken ik mijn vaders gepingel inmiddels als een goed ontwikkeld talent, maar ik herinner me nog precies hoe ik me voelde als ik in de Gamma even twee gangpaden verderop ging staan terwijl mijn vader het voor elkaar kreeg om bij de goedkoopste rookmelder waar absoluut geen cent van de prijs af kon toch nog een extra setje batterijen in de handen gedrukt te krijgen.

    Vandaag ging ik met mijn reisgenoot naar Souk el Had in Agadir. Ik had mezelf beloofd op zoek te gaan naar een ring, een goede ring te kopen in plaats van allerlei onnodige souvenirs. Twee van mijn exen hebben afzonderlijk van elkaar gezegd dat ik van alle mensen die ze kennen wel erg gemakkelijk over te halen ben om iets aan te schaffen; er hoeft maar een gezichtje op iets te staan en ik wil het hebben. Een van hen zei toen ik tijdens het boodschappen doen eens een een pak wegwerpzakdoekjes in limited edition verpakking met vrolijk gekleurde poppetjes uit het schap pakte eens: het kapitalisme heeft een goeie aan je. Zulke uitspraken vergeet je niet, bovendien ben ik met het oog op een mogelijke verhuizing naar de randstand langzaam de bezem door mijn bezittingen aan het halen en daarbij geloof ik er tegenwoordig in dat ik voorlopig nog even besta, en daarna de mensen na mij, dus doe ik ondanks mijn materialistische neigingen mijn best om alleen spullen te kopen duurzaam genoeg zijn om me overleven.

    Ingang negen bleek zoals overal verteld werd toegang te bieden tot veel sieradenwinkels, maar ze hadden meer fake Van Cleef & Arpels armbanden hadden dan ringen in mijn smaak. Ik besloot snel mijn ringzoekmissie los te laten en daarmee ook meteen de kleine teleurstelling.

    De souk is een fenomenale plek voor mensen die van prikkels houden. De winkels en stands die spullen soms metershoog uitgestald hebben; arganolie, honing, shirts van het Marokkaans elftal, Palestinashirts, Labubu’s, theepotten, felgeglazuurd keramiek, huishoudbenodigdheden, kleurrijke sieraden in Berber-stijl, bakken vol thee en kruiden, zwarte zeep in grote hopen, groente, fruit, souvenirs. De geur van ras el hanout, van amberblokken en van leren jassen. De verkopers die je aanspreken, de vogels die er pitjes uit manden stelen. Een kat die te midden van alle drukte een dutje doet. Vers granaatappelsap door een rietje drinken, arganolie op je hand gesmeerd krijgen.

    Dwalend tussen alles en afgeslagen naar steeds wat rustigere paadjes belandden we in een kleine juwelierszaak die ik tijdens mijn latere bezoeken niet terug kon vinden. Een man in gestreepte djellaba trok er een bakje met ringen tevoorschijn en tussen die ringen zat de ring waarvan ik niet wist dat ik hem zocht, zilver, chunky, ongeschikt voor mensen met trypofobie en hij paste me.

    ‘How much,’ vroeg ik de man.
    Hij pakte een rekenmachine met grote toetsen, tikte een bedrag in en schoof het apparaat naar me toe. Achthonderdvijftig dirham.
    Tachtig euro voor een zilveren ring. Ik schudde mijn hoofd, en de man gebaarde me een bedrag in te tikken. Tweehonderd, tikte ik.
    ‘Aaah, non!’ De sieradenverkoper lachte, bracht zijn hand naar zijn voorhoofd die hij in een dramatische frons trok en gooide zijn hoofd naar achteren. ‘Catastrophe! Catastrophe!’
    Zevenhonderd dirham stelde hij voor.
    ‘Seven hundred?’ riep ik uit. ‘My husband will kill me!’
    Driehonderd leek me een goed tegenbod.
    ‘Aaaah, nooo! Catastrophe!’ riep de verkoper weer uit.
    ‘Maybe i don’t need a ring,’ zei ik.
    Vijfhonderdvijftig, stelde de man voor.
    ‘Hans-Jan will not like this,’ zei ik zuchtend en tikte driehonderdvijftig in op de rekenmachine.
    Vijfhonderdvijftig.
    Vierhonderd.
    De man schudde zijn hoofd. Ik haalde mijn schouders op en maakte aanstalten om weg te gaan.

    ‘Okay, four hundred,’ riep de verkoper. Hij lachte breed, stak zijn hand naar me uit en schudde mijn hand stevig. Hij deed de ring in een klein roze zakje, drukte hem in mijn hand en sloeg me amicaal op mijn schouder, vaderlijk haast.

  • Nemen

    Onder de douche spoel ik het strandzand van mijn voeten en terwijl ik de korrels in het putje zie verdwijnen denk ik: ik kan alleen maar nemen, het is haast ondoenlijk om het anders te doen, overal waar ik kom verdwijnt iets.