(*)
Ik heb een vriend die zoekt naar schilderijen
in de kleuren van blauwe plekken
In een klein museum staan we stil
voor Alida Pott
en we lachen
God weet dat ik gelachen heb deze maand
Vergeef mij
De zon schijnt veel te hard
en we hebben het allemaal zelf gedaan
Niet iedereen, maar wij allemaal
Nu parasols, bevroren flessen water voor de ventilator,
lakens voor de ramen, de vlammen die knagen aan ons bestaan
Hondsdolle konijnen met vingerdikke tanden dwars door de tv en we wensen ijs en we wensen kou en we wensen rust en we wensen perspectief en we wensen een bedoeling en een schepper en minder schuld
We vieren haast bewegingloos om niet te vergeten waar we voor vechten
Noemen ons geweldloos, delen strijdbaar een instagrampost van weer een dood kind,
vinden het erg, het is allemaal vreselijk, bezoeken een demonstratie op onze vrije dag
Als iemand begint over burgerlijke ongehoorzaamheid denken we aan onze verklaring omtrent gedrag en de hypotheek, we zijn wel burgers maar niet ongehoorzaam, je kan je stem op vele manieren laten gelden, sommige mensen schrijven zelfs een gedicht
We boeken een vliegticket naar Marrakesh, ergeren ons aan de verkopers in de souk, oefenen drie dagen op het Arabische woord voor ‘nee’, kopen intussen van alles om thuis in de kast te zetten, om te visite te laten zien wat een globetrotters we zijn, we waren in Marokko, wist je wel dat dat in Afrika ligt, we zijn ruimdenkende mensen, stuurden een kaart naar een aangevallen AZC
Ik ben nog nooit zo kalm geweest, ik heb nog nooit zo veel gemeend, ik wil alles,
heb een afslag gemist toen ik aan je benen dacht
Een groot geschenk