Poëzie

(*)

 

Ik ben een integer instituut

In een restaurant kijk ik eerst naar waar de uitgang zich bevindt,

(een automatisme)

wie waar zit, wat de verdeling is

Je moet uit bepaald asfalt gebeiteld zijn

Ik voel het als iemand iets verkeerds wil doen

en houd het in de gaten

 

Je hebt tiktok weer gewist

Er is genoeg georakeld

Tegen de tijd dat de voorspelling van een queer relatie uitkwam

bekeek je videos van hoe de breakup eruit zou zien

En je probeert het niet meer te voorkomen

maar haat het een cliché te zijn

Kokhalzend van het huilen door verdriet dat in je lichaam

huist op plekken die niet eerder werden aangeraakt

 

Het is leegte die de buitenwereld vormgeeft

Niemand ziet de muren

omdat geen man heeft de stenen heeft gestapeld

terwijl zijn vrouw wel nieuwe arbeiders baarde

 

We weten wat van ons verwacht wordt

We hebben niets te verbergen

we doen ons best te leren voordat we fouten maken

doordat we bij voorbaat zijn gestraft

De stevigste wanden zijn gemaakt van

verhoogde hartslag en bloeddruk,

duizeligheid, droge mond

en obsessie voor wat er buiten jezelf gebeurt

 

Jij bent schuldig.

Je kijkt in de spiegel en ziet het achterkleinkind

van de man die een regiokantoor van het

Nederlands Arbeidsfront aan huis had

Volgens de psycholoog mag je niet hard zijn voor jezelf

Ze vindt landsgrenzen belachelijk en pronouns ook

Heeft geen begrip voor het geweld

waarmee je de staat in jezelf wil bestrijden

Er bestaan relaties waarin het toepassen van geweldloze communicatie

een messteek in eigen borst is

 

We hebben geen angst

We zijn een hardwerkend volk

Je kan op ons rekenen

We vertrekken niet voortijdig van kantoor

voor het bezoeken van een Palestina-demonstratie

We begrijpen dat er in de wereld veel buiten onze macht ligt

We doen wat we kunnen binnen de ruimte die ons gegund is

Iedereen draagt zijn steentje bij

 

Je mag gaan en staan waar je wil

en met wie je wil maar alles heeft gevolgen

Deze relatie werkt twee kanten op

Ik ben de oren en ogen van deze ruimte

en een begroeting is prima, maar houd het redelijk

een knuffel, maar houd het kort

Mocht er iets gebeuren

staat alles op beeld

Volwassen relaties zijn voorwaardelijk

er wordt te weinig gesproken

over de universele plichten van de mens

 

Je denkt: misschien moet ik weer mannen daten

je gaat je er toch minder aan hechten

Sinds je ze op een nieuwe manier hebt leren kennen

heb je heimwee naar de tijd dat je teleurstelling

als een integraal onderdeel van intimiteit beschouwde

herinnert je vaag nog hoe je een ruwe hand pakte

en tegen je wang hield

Je bent te moe om te koken

draait de dop van je flesje soylent

Geen toekomstvoorspelling heeft ooit iets goeds betekend

 


 

(*)

Ik kan niet alleen zijn maar als ik om me heenkijk

denk ik: als hier de pleuris uitbreekt heb ik alleen mezelf te vertrouwen

 

Ik ben weer in therapie

en krijg een traumabehandeling voor de angst mijn brievenbus te openen

Toen ik mijn psycholoog vertelde over kapitalisme zei ze dat ik geen last van wanen had

We deden een mindfulnessoefening

spraken over waar woede zich in mijn lichaam manifesteert

en over de ruimte die ik in mag nemen

daarna durfde ik niet meer te praten over mijn angst voor mensen die het narratief van de nos volgen

wel over mijn lichaamsbeeld

 

Kan iemand me vertellen van welk geheel ik onderdeel uitmaak

alsjeblieft

 

Vandaag draag ik lippenstift en een gele trui

ik zeg affirmaties onder de douche

ik kan deze dag aan

ik ben sterk

ook als ik moe ben kan ik doen wat ik moet doen

ik gun mezelf geluk

ik voel me rustig

ik hoef niet te gillen

ik weet wie ik ben

ook zonder mijn moeder ben ik iemand

ik ben de kalmte

ik ben losgezongen

in mij woeden zeven föhnen

ik weet op welke woorden een umlaut moet

ik denk alleen op afgesproken momenten aan hoe het is om mijn naakte lichaam tegen dat van een ander te persen

zelfs met mijn ogen dicht weet ik waar ik eindig

 

Ik ken een dichter die zegt dat er geduld nodig is

om van mannen te blijven houden

Ik denk: vroeg of laat bijt je je tanden vanzelf ergens op kapot

we zijn niet van suiker

we zijn niet van staal

 

Ik ken een dichter die zegt: wat je niet voelt dat is er niet

Mijn psycholoog weet raad met zulke mensen

Het kostte jaren therapie om te leren voelen

en inmiddels weet ik dat kunnen wegstoppen

een luxe is die zijn weerga niet kent

Als je kan vluchten is er ruimte

er zit een gat in mij

 

Ik wil gewoon een ding dat in mijn broekzak past

of een dier om in te knijpen

Ik heb niets aan liefde, vorderingen, pejoratieven en hoop

Er zit een gat in mij

ik ben niet van suiker

niet van staal

zelfs met mijn ogen dicht weet ik waar ik eindig

 


 

(*)

Mijn ex wordt vader en ik ben nu homo

We eten samen taart

Etc. etc.

 


 

Als je droef bent

Als je droef bent, lach. Maak jezelf mooi en als iemand zegt dat dat niet nodig is, omdat jullie niets bijzonders gaan doen, zeg haar dan dat je je mooi maakt omdat je droef bent. Zeg sowieso hoe je je voelt. Lach erbij, maar zeg dat je droef bent, want het benoemen neemt iets van de emotie weg. Leg niet uit waarom je droef bent, hoe het kwam en wanneer en waar, want dat maakt het juist erger.

Draag glitter.

Drink. Begin met Desperados. Zeg dat je desperaat bent. Zeg ‘ja, want ik voel me zuur’, wanneer de barman vraagt of je er limoen in wil. Drink bier en het mixdrankje dat je in je handen gedrukt krijgt en liever niet had willen hebben, maar drink vooral veel bier. Luister naar muziek. Sluit je ogen en vergeet dat er andere mensen zijn. Open je ogen, dans met een vriendin en vergeet dat er andere mensen zijn dan jullie twee. Stel je aan. Wees luid. Maak obscene gebaren, doe dingen waar je je al tien jaar lang te oud voor voelt en vergeet dat er ook mensen aanwezig zijn die jou kennen.

Heb leuke gesprekken. Maak iemand boos. Probeer het goed te maken.

Koop chips bij een avondwinkel. Stop de chips in je tas.

Stel je voor aan een uitsmijter, vraag hem hoe je zijn naam moet spellen en ontvang een tegoedbon voor een gratis cocktail. Haal de cocktail. Drink de cocktail. Eet stiekem van de chips in je tas. Stap een haast lege dansvloer op. Dans wild. Bewonder de outfits van dansende mensen die veel jonger zijn dan jij. Wil ook een Kill Bill-pakje.

Val.

Ga naar een plek waar je vroeger vaak kwam. Maak je neus blauw met het krijt dat bij de pooltafel ligt. Luister wanneer je gezegd wordt dat je je tepel niet moet krijten, omdat iedereen je kan zien. Houd je T-shirt aan. Luister wanneer je gezegd wordt dat je het krijt niet mee naar huis mag nemen.

Volg degene die weet waar jullie heen moeten gaan. Dans hard. Dans hard met iemand die je niet kent. Dans alsof jullie het ingestudeerd hebben, maar maak soms een onhandige misstap. Lach. Vertrek zonder iets te zeggen.

Wil naar huis. Zoek je fiets. Verbaas je over de plek waar je je fiets vindt. Kom je beste vriend tegen. Zeg dat je best naar huis kan fietsen. Zeg dat je echt naar huis kan fietsen. Zeg dat je zelf naar huis fietst. Zeg dat je een volwassen vrouw bent. Zeg dat het lief aangeboden is, maar dat je niet komt logeren. Zeg dat je je wel redt. Zeg dat je echt naar huis kan fietsen. Zeg dat je de zorgen waardeert, maar dat je nu naar huis fietst.

Zeg dat je belt zodra je thuis bent.

Fiets naar huis. Ga in bed liggen. Bel om te zeggen dat je veilig aangekomen bent. Zeg welterusten. Hang op.

Huil.

 


 

(*)

Ik dacht dat het aan de jongens lag,

Zij zeiden: je bent een emmer, een zwembad

je bent een meer

wij willen vastgehouden worden

 

Ik zocht naar mensen

die voor elkaar in konden staan

Ik bracht zomermiddagen door in de schuur bij Jan

die alle andere meisjes pijn deed

Hij droeg witte spuugjes in zijn mondhoeken

Lichamelijk leken we voor elkaar bedacht

 

Op de fiets naar huis huilde ik vaak

Zwaaide naar de buurman die eens zei

dat ik nogal ruim was voor mijn leeftijd

ging aan tafel bij mensen

die meenden dat woorden een aanraking konden vervangen

 


 

(*)

Dit is je bestaan:

Iemand heeft op je gezicht gezeten

Een pik is een wapen

Je legt je moeder anarchisme uit

En al je faves zijn homofoob

Amsterdam is een te drukke stad

en je ontkomt er niet aan er soms te zijn

Het is nooit te laat om voor het eerst iets door een ruit te gooien

Des te harder je wordt, des te zekerder je weet:

ik ben altijd zacht gebleven

Als je partner twee vingers bij je naar binnen duwt

vertelt hen over de apartheidspolitiek in de Lion King

Je leert dat wat altijd overeind blijft staan te waarderen

angst te hebben voor alles wat ook slap bestaat

Een pik is een wapen en een pik is een wapen

en een wapen is pas een wapen als hij aan een cishet zit

Je fluistert wie van je vrienden volt hebben gestemd

neemt je voor meer passende mensen te ontmoeten

plant toch een date met een liberale letselschade-advocaat

bidt voor een leven vol puberteiten

veegt met de rug van je hand het zoet van je kin

 


 

(*)

Hij zei dat ik niet hoefde te doen alsof ik het lekker vond

Hij droeg Axe, het was mijn eerste keer. We wisten beiden niet

dat pijn en plezier in dezelfde spieren liggen

Jaren later sliep ik op woensdagen bij een man

die de rest van de week naar een Aziatische partner zocht

Na zestien weken slokte hij tot maandag mijn gedachten op

Voordat de dagen elkaar zouden raken, bedankte ik voor wat we hadden

en wachtte tot er niets anders overbleef dan een lichamelijke reactie op Davidoff

Mijn oudtante Tjaaktje was een van de eerste Veenkoloniale marktstrategen. Zij onderwees me:

Verleiden is niets meer dan iemand ongemerkt een bekend verhaal te laten herbeleven

Het hare speelde in een geurloze kamer en ging over trots

die af te meten was aan de diepte van groeven in een bleek gelaat

Ik zal parfum gaan dragen

 


 

(*)

Mijn moeder zei na het eten soms

Kind je bent geen grabbelton

We bleven dan langer aan tafel zitten

Ik zweeg als het even kon

Met mijn lepel trok ik strepen in de resten vla

op de bodem van het glazen schaaltje

Ik heb nooit iemand voor een kwartje iets uit me laten halen

Wel gaf een goede vriend me speed

op de wc van een kroeg

ook al zei ik hem dat ik dat nooit meer wilde doen

Sliep ik afgelopen weekend niet bij een vriendin

maar bij mijn leraar economie

Hij was zijn kinderen kwijt

Ze wonen bij hun moeder

En ik dronk drie tequilla met een man

zonder tanden die aan het einde van de nacht

zijn gebit uit zijn tas pakte

zodat ik het kon passen

Het stond me prachtig

Ik zou harder willen kunnen bijten

 


 

(*)

Vandaag herinnerde ik me de ex

die op straat de mensen aanwees

die hij van fetlife herkende

een website waar hij naar eigen zeggen

een profiel aanmaakte enkel en alleen

om onderzoek te doen voor zijn afstudeerproject

Iedere keer dat hij zijn mond opende dacht ik:

dit is de laatste keer dat ik het bed deel met een kunstacademiestudent

Een onuitvoerbaar voornemen natuurlijk

Sinds Oscar en ik uit elkaar zijn

is er in mijn huis geen lamp meer gesprongen

leg maar eens uit wat dat betekent

Een relatie beëindigen is als een dier in laten slapen

je wacht altijd te lang

blijft zitten met de beelden

van het beest dat door zijn poten

in zijn te dunne ontlasting zakt

van hoe je de resten uitspoelt

zijn natte vacht en hoe je in de badkamer

de kop aait die er niets meer van snapt

Een man op televisie houdt een pleidooi voor politiegeweld

Ik pak mijn telefoon en film het scherm – het barst

Lange tijd geloofde ik dat onverschilligheid het beste was

dat me ooit was overkomen

Toen dacht ik aan hoe ik mijn partner ook een ander gun

mezelf de eenzaamheid