Elf Dingen Waaraan Je Kan Zien Dat Iemand Oké Is

1.
Iemand vraagt wanneer je weer eens een gedicht schrijft.

2.
Iemand houdt van planten.

3.
Iemand verandert van onderwerp als je ‘dat heb ik niet gedaan’ antwoordt op de vraag hoe het afliep met dat belangrijke ding dat je zou doen.

4.
Iemand zegt slimme dingen als gevolg van goed luisteren.

5.
Iemand draagt teenringen. Dag en nacht.

6.
Iemand is niet te bang om een ander te kwetsen als er iets belangrijks gezegd moet worden.

7.
Iemand heeft een gealfabetiseerde boekenkast.

8.
Iemand spreekt de angst uit slechte mensenkennis te hebben.

9.
Iemand is blij met een cadeau van vijftig cent.

10.
Iemand heeft wijsheid, maar weet het soms ook even niet meer.

11.
Iemand handelt op minstens één gebied niet volstrekt rationeel en is zich daar bewust van.

Begint

De buurvrouw had een zwembad opgezet dat haast haar hele tuin in beslag nam. Ik heb haar nooit in het bad zien zitten, maar het onafgebroken geruis van de waterpomp kon je zelfs binnen horen.

We zaten buiten. We hadden beter geen lange broeken kunnen dragen.
‘Alles begint met een lege tafel,’ zei hij.
Ik lachte. ‘Een opgeruimd huis begint met een lege tafel, bedoel je.’
‘Nee.’ zei hij. ‘Alles.’

Voor altijd hier

Er zijn mensen die altijd kwetsbaar zijn gebleven en inmiddels zo oud zijn, dat verschillende generaties voor ze gezorgd hebben. Steeds nieuwe mensen in je leven. Ongevraagd. Steeds nieuwe visies in je leven. Niet zelf bedacht.

Er zijn mensen die gezien hebben hoe de mens werkelijk is, doordat de mens zich niet in ze herkende. De mens werpt haar masker af, als ze zich ongezien waant.

Er zijn mensen die weten dat intenties niet uitmaken als iemand je pijn doet. Dat de ander altijd zegt dat het vervelend voor je is, maar dat het er nou eenmaal bij hoort.

Er zijn mensen die nog steeds hopen op een thuis.

‘Vroeger waren ze gemeen tegen mij, hè?’
– ‘Ja. Dat hadden ze nooit mogen doen.’
‘Hier gebeurt dat niet, hè?’
– ‘Nee. Nergens meer, hoor. Vroeger wisten ze niet beter.’
‘ Ik hoef hier nooit meer weg, hè?’
– ‘Je mag hier altijd blijven wonen.’
‘Wat er ook gebeurt, toch? Ook als ik heel boos doe.’
– ‘Wat er ook gebeurt. Je mag hier altijd blijven wonen.’
‘En jij blijft hier ook voor altijd werken, toch?

Eenzaamheid is een gegeven en wijsheid is dat niet kunnen benoemen.

Afgedwaald

‘Op internet heb ik ze vergeleken en een 3DS is leuk, maar dat 3D-effect vind ik niet echt nodig. De 2DS vind ik echt bijzonder lelijk. Hoe kan iemand dat ding ontworpen hebben? Niet dat het gaat om hoe het eruitziet, natuurlijk. Het apparaat moet werken. Er is een 3DS XL, die vind ik mooier dan de gewone 3DS. Maar omdat ik het 3D-effect niet belangrijk vind, kan ik net zo goed wachten tot de 2DS XL uitgebracht is. Animal Crossing is gemaakt voor de 3DS, maar voor zover ik kan zien, kan je die op de 2DS ook spelen, dus dat zal op de 2DS XL niet anders zijn. Volgens mij kunnen alle spellen gespeeld worden op de 2DS, maar Animal Crossing vind ik het meest belangrijk.”
-‘Waarom geef je niet gewoon antwoord op mijn vraag?’
‘Wat wilde je weten?’
-‘Hoeveel gaat dat ding kosten?’
‘Oh. Honderdvijftig euro.’

Uren in de nacht

De dagen zijn lang. Wakker worden, omdraaien, omdraaien, omdraaien, deken van je afslaan, opstaan, uitkleden, douche aanzetten, inzepen, afspoelen, afdrogen, tanden poetsen, kleding uitzoeken, aankleden, haren kammen, make-up opsmeren. Voor je van huis vertrekt bedenk je hoeveel dingen er nog op de lijst staan. Reizen, werken, eten. Iemand bellen. Elke taak is onder te verdelen in kleinere taakjes. De kleine taakjes bestaan uit ontelbare handelingen.

Wanneer je moet slapen, blijf je wakker. Soms tot het licht is. ’s Ochtends weet je nauwelijks meer wat je gedaan hebt. Je telt op je vingers de uren terug en ontdekt dat je een volle werkdag op de bank gezeten hebt. De minuten leken seconden en waren nergens mee gevuld.

De tijd vliegt als je het naar je zin hebt, zegt iedereen. Ik geloof dat de mens nog veel inzichten te verwerven heeft met betrekking tot tijd, maar we zullen niet ontdekken dat tijd werkelijk kan vliegen. Met het naar de zin hebben, viel het ook wel mee.

Wakker geworden

Mijn schenen doen pijn.

Ergens in mijn hersenen bevindt zich een knop waarmee de snelheid van mijn functioneren geregeld wordt. De knop zit haast dichtgedraaid. Ik wil aan mijn schenen voelen om te zien of ik een wond heb, ik vermoed een schaafwond, maar eerst moet ik de knop zien te vinden. Het lijkt alsof mijn hoofd gevuld is met Napoleonballen.

Mijn slaapkamer bevindt zich aan de straatkant van het huis. Er rijden auto’s. Er spelen kinderen. Uit hun geluiden kan niet opmaken of ze plezier hebben of ruzie.

Ik lig onder een wit dekbed zonder overtrek. Het overtrek ligt aan het voeteneinde van mijn bed. Een bergje panterprint. Ik herinner me niet dat ik het overtrek van het dekbed af heb gehaald.

Naast mijn kussen ligt mijn telefoon. De accu is leeg.

Ik heb hem gebeld, weet ik nog. Ik kwam thuis en heb hem gebeld. Het gesprek ben ik kwijt. De herinneringen zijn op. Laat het een redelijk gesprek geweest zijn. Laat me gezegd hebben hoe lief ik hem vind.

De suis in mijn oren is niet constant. Het geluid lijkt steeds iets aan te zwellen, het gaat gelijk op met het bonzen in mijn hoofd.