Ik ben aangekomen in Bangkok. Ik had me niet gerealiseerd dat tussen de wolkenkrabbers het leven gewoon plaatsvindt. Ik stelde me zo voor dat tussen de wolkenkrabbers alles een soort van klinisch was. Marmer, asfalt, mannen in pakken, prullenbakken. Zoals op Wall Street, ik denk aan het item van Wonder Showzen, waarin een kind witte mannen van middelbare leeftijd vragen als ‘When the revolution comes, where will you hide?’ stelde. Wat ik me niet had voorgesteld, is dat er tussen de enorme gebouwen plaats is voor kleinere gebouwen, en tussen die gebouwen voor nog kleinere gebouwen, en dat daartussen ruimte is voor bomen, katten, muziek, wasrekken, sleutelen aan auto’s. Terrasjes met plastic stoelen, markten en huizen. Bbq’s. Oneindige meters elektriciteitskabels. Spelletjes, bekenden groeten, gekko’s, een kind op een step.
Een groot geschenk
Geef een reactie