We besloten ergens in het midden af te spreken, en de beste plek leek ons Lelystad.
In mijn tas zat een opgerold vel papier met een elastiekje erom. Mijn hoofd bonkte nog van afgelopen nacht.
Ik was naar een feest met het thema Basic Bitch. De gasten hadden hun piercings uitgedaan, hun tattoos bedenkt en pruiken opgezet. De eyeliner achterwege gelaten en keurige make-up opgedaan. Overhemden aangetrokken. Degelijke jurken. Een deel van hen herkende ik vaag. Als we onze telefoons erbij pakten om te laten zien hoe we er normaal gesproken uitzagen riepen we hard ‘oooh, jij bent het!’
Met sommige van hen had ik een week eerder nog een biertje gedronken.
Op het feest stond een grote witte vergadertafel. Dat was het kantoor. Op kantoor kon je een sticker pakken om een naambordje van te maken. De tafel lag bezaaid met witte A4’tjes vol motiverende woorden als happiness, wealth en work. De kantoormedewerkers snoven speed, knipten geconcentreerd woorden uit, plakten ze op papier tot inspirerende leuzen, soms haast tot hele gedichten, die ze vervolgens op pastelgekleurd papier kopieerden en op de kantoormuur hingen.
Ik wilde geen speed. ‘Morgen heb ik een date in Lelystad,’ zei ik. ‘Straks moet ik slapen.’ De kantoormedewerkers knikten begripvol. Een van hen gaf me ketamine.
‘Ga je eigenlijk iets maken?’
Ik voelde me wazig.
‘Ja,’ zei ik.
Ik pakte een vel papier en zocht naar een woord om uit te knippen. Het was moeilijk me te focussen.
‘Wat staat hier?’ vroeg ik met een vinger op een woord aan mijn buurvrouw. Ze had lang blond haar tot haar billen en schoof mijn vinger aan de kant.
‘Succes,’ zei ze.
‘Mooi,’ zei ik.
Ik zocht op tafel naar een schaar, maar die bleek onvindbaar tussen alle papieren, pritstiften en blikken bier. Een overbuurman in geruit overhemd legde zijn schaar neer. Ik liep om de tafel, pakte de schaar, en toen ik weer op mijn plek zat wist ik niet meer welk woord ik uit had willen knippen. Ik vroeg het de buurvrouw met het lange haar.
‘Deze,’ zei ze.
Ik knipte het woord uit.
Ik deed mijn best, maar iedere keer dat ik opnieuw op zoek ging naar een tweede woord om uit te knippen raakte ik afgeleid. Ik sprak met mensen, belandde in een andere ruimte, ging bier halen. De kantoormuren raakten steeds voller en ik had alleen nog maar dat ene woord.
‘Misschien ga ik er een zine van maken,’ zei iemand die naar de muur stond te kijken.
Een kantoormedewerker die volgens haar naambordje Wilhelmina heette en stagaire was bood me meer ketamine aan.
‘Zo lukt het nooit met die woorden,’ zei ik.
‘Even doorzetten,’ zei een kantoormedewerker in zwart overhemd.
‘Hoe laat is het?’ vroeg ik.
‘Half vier.’
‘Ja, kak, ik moet naar bed. Om drie uur moet ik in Lelystad zijn.’
Toen dacht ik aan wat ik in therapie had geleerd. Over de lat niet steeds te hoog te leggen. Over dat iets gedaan hebben goed is zonder dat het perfect is.
Dan maar alleen dat ene woord.
Ik liep naar het kopieerapparaat, legde succes, dat de hele tijd in mijn borstzak had zitten wachten, op de glazen plaat en sloot de klep.
‘Of,’ vroeg ik aan Wilhelmina, ‘moet ik mijn borst meekopiëren?’
‘Dat lijkt me goed,’ zei ze.
Ik opende de klep, plaatste mijn borst bovenop succes op de glazen plaat en drukte op de groene knop.
Ik was tevreden over het resultaat. Een geplette borst met een klein wit uitgeknipt rechthoekje met een woord erop recht onder de tepel.
‘Misschien moet ik nog iets maken,’ zei ik.
De medewerker in het zwarte overhemd zei ‘Volgens mij moet jij naar huis.’
‘Shit, de date,’ zei ik. ‘Denk je dat ze ook een kopietje wil?’
Ik maakte een extra afdruk, rolde hem op, stak hem in mijn tas en ging naar huis.
Een groot geschenk