Skip to content

Verdwalen

Vanmorgen verdwaalde ik op weg naar het huis van een vriendin. Op nog geen vijf minuten fietsen van mijn huis raakte ik op een pad dat steeds hobbeliger werd en steeds smaller. Mijn haar werd gegrepen door een overhangende tak met doorns. Uiteindelijk hield het pad op en moest ik me omdraaien. Ik dacht, eigenlijk zou niemand vakantie nodig moeten hebben.

Alles

Sinds gisteren heb ik een nieuwe lievelingsfilm. Ik was er lang van overtuigd dat ik nooit meer zou kunnen genieten iets dat ik niet al kende, een droevige gedachte waarvan ik de implicaties niet geheel besefte toen het nog een waarheid voor me was. Vanmorgen was ik in de Hortus in Haren. Het was nog vroeg en de zon scheen. Er renden kleine herten langs, ik zag de dauw opstijgen en dacht aan alle levens die ik had kunnen leiden, aan de mensen met wie ik precies op dat moment op die plek had kunnen wandelen en hoe we elkaar aangekeken zouden hebben, ik vind het vreselijk te denken aan de mogelijke uitkomsten van het leven, ik zou mijn leven oneindig vaak willen overdoen, oneindig veel verschillende keuzes willen maken, maar vanmorgen voelde ik ook de warmte van de zon op mijn gezicht en was tevreden, misschien is dat het grootste goed, het allemaal kunnen voelen, alles tegelijkertijd.

Blijven

Je weet dat je ergens geworteld bent als je je stoort aan alles wat verandert. Soms denk ik dat ik moet verhuizen naar een plek waar ik niet in mijn eentje woon, een commune misschien. Het is voor het eerst dat ik de drang heb om te verhuizen en zeker weet dat ik spijt krijg als ik eraan toegeef. Gisteren kocht ik in een kringloopwinkel een saaie jas die nieuw honderden euro’s bleek te kosten. Ik weet niet waarom mensen zulke dure jassen nodig hebben. Vandaag stop ik wat van mijn spullen in een verhuisdoos en breng ze naar de winkel waar ik mijn jas heb gekocht.

Fietsverlichting

Het is weer tijd voor kastanjes rapen, alvast pepernoten eten, bij onbekenden naar binnen kijken om zien welke zonderling de kerstboom al heeft staan en er om elf uur ’s avonds achterkomen dat je fietsverlichting het niet doet, waarop je toch maar besluit naar huis te fietsen omdat in je eentje over dat verlaten fietspad lopen nou eenmaal geen optie is, waarop je een bekeuring krijgt van een ijverige agent die ervan overtuigd is dat het uitdelen van boetes aan mensen die ze amper kunnen betalen de wereld veiliger maakt, een agent die zegt dat je nog een hogere boete krijgt als je erop betrapt wordt verder te fietsen zonder verlichting, ja, je moet de rest van de route echt wandelend voortzetten, ja, ook dat stukje industrieterrein, je wil de agent vragen waarom hij geen fietslampjes uitdeelt in plaats van boetes, of op zijn minst een fietslampjes bij de boetes serveert, maar je weet beter, je houdt je mond, vraagt je af of je nabestaanden de boete moeten betalen je vanavond niet thuiskomt.

Hulpmiddel

Gisterochtend maakte ik een lange wandeling om met zo min mogelijk lichamelijke onrust een gesprek met een medewerker van een gemeente te voeren. Zodat ik tijdens het gesprek niet zou wiebelen op mijn stoel. De voorbereidingen op het gesprek waren uitgebreid, maar er hing nogal wat vanaf: er zou bepaald worden of een van mijn cliƫnten een hulpmiddel kreeg. We waren bekend met de situaties waarin mensen in precies dezelfde situatie het hulpmiddel niet ontvingen: situatie niet ernstig genoeg, gemeente heeft te weinig geld, persoon heeft al te veel hulpmiddelen.

Tot onze grote vreugde werd het hulpmiddel toegekend. Er was opluchting, trots, felicitaties. Die blijdschap stoorde me, maar ik besloot mijn frustraties over deze grote emoties tot vandaag te bewaren, en gisteren vooral te vieren.

Vandaag heb ik verdriet over de vreugde. Woede ook. Er is een walgelijk systeem. Een systeem waarin je afhankelijk bent van hoe goed je jezelf uit kunt drukken, of je misschien een familielid hebt die dat voor je kan doen, of je zorgprofessionals kent die de moeite willen en kunnen nemen niet-declareerbare uren te spenderen aan een goede mail, of je een medewerker van de gemeente spreekt die een goede dag heeft, daarbij ook begrijpt dat hij zelf geen arts is en dat jij zelf de expert bent op het gebied van je ziekte, of je in een gemeente woont met genoeg geld in de pot, het is een systeem waarin je afhankelijk bent van zoveel dingen die niets te maken hebben met of jij dat hulpmiddel nodig hebt om je dag door te komen, naar buiten te kunnen, je bed uit te komen, minder pijn te hebben, de energie over te houden om zelf je boterham te smeren. Een systeem waarin het toekennen van een hulpmiddel iets is om iemand mee te feliciteren.

Doelen

Ze zeggen dat je altijd dromen moet hebben, doelen, hoog mikken, ver komen, maar ik heb zojuist op mijn zesendertigste voor het eerst de bodem van de wasmand bereikt, alles ligt gevouwen in de kast of hangt te drogen aan de lijn en nu heb ik geen vergezichten meer, alles is uitstekend zoals het hier nu is.

Kettingen

Gisteren ontwarde ik een berg goedkope sieraden die ik achterop een plank had weggemoffeld. Sinds ik genezen ben van mijn depressie kan ik nog maar aan een ding denken: kapitalisme. Het is opmerkelijk dat er in therapie vrijwel niets onaangeraakt is gebleven, van de vroegste jeugdherinneringen die ik met mijn ogen gesloten ophaalde en zo vaag waren dat ik er geen woorden aan kon geven tot aan hoe ik functioneer in mijn huidige relatie, maar dat de invloed die het economisch systeem op me heeft nauwelijks een onderwerp was. Tijdens mijn ziekte heb ik me zo voor de buitenwereld afgesloten dat mijn vriend ten tijde van het presidentschap van Trump eens grapte dat ik er na mijn depressie achter zou komen dat er een heel nare man aan de macht was gekomen in Amerika. Ik stond wel open voor AliExpress, het ontvangen van cadeautjes waarvan ik niet meer wist dat ik ze voor mezelf had gekocht. Klein geluk voor wie niet ver vooruit kan kijken. Het liefst doe ik inmiddels alles weg, maar het lukt me slecht. Er zijn ongedragen kettingen die nog wachten op een compliment, de inlossing van de belofte gedragen te worden op een feest waar alles glittert, ik het stralend middelpunt ben, iedereen van me houdt.

Minibieb

Ik maakte een avondwandeling met de snob. Hij aaide een kat, als ik avondwandelingen maak met de snob aait hij altijd katten. We kwamen langs een kerk met een minibieb. In de minibieb stond – .
‘Wil je een boek dat je leven zal veranderen?’ vroeg ik.
‘Is het Gravity’s Rainbow?’ vroeg de snob.
‘Nee,’ zei ik.
‘Laat dan maar,’ zei de snob.

Kerst

De monstera is vandaag in mijn afwezigheid gevallen. Eerst verdacht ik Vasco, toen bedacht ik dat de robotstofzuiger hem waarschijnlijk mee had getrokken aan een van de luchtwortels die op de grond hingen. De plant wilde nog nauwelijks overeind staan, dus ik ging naar het tuincentrum voor een nieuwe pot. Een mooie stevige geglazuurde, zo een die ik als ik bejaard ben nog kan hebben staan, degelijk en tijdloos genoeg. In het tuincentrum bleek de kerstafdeling al geopend. Ik had me eerst al een weg gebaand langs aardewerken paddenstoelen en egels met een hoedje op en verwonderde me erover dat ik zelf mijn herfstversieringen dit jaar in de schuur had laten staan. Op de kerstafdeling betrapte ik mezelf erop dat ik niet uitkeek naar het optuigen van de kerstboom, geen zin had in het bedenken van de beste plek voor de kaarsjes en andere tierelantijnen. Was dit gebrek aan voorpret een aankondiging van een naderende depressie? Of was het een teken van tevredenheid? Ik dacht aan wat ik in therapie had geleerd, over helpende gedachten, verhullende gedachten, hield mijn karretje stevig vast. Weer thuis zette ik de monstera in de nieuwe pot, herinnerde me alle planten die stierven in mijn vorige huis, sommigen hielden het maanden vol, maar zonder water gaan ze er uiteindelijk allemaal aan.

Droomvriend

Sinds ik citalopram gebruik droom ik vaak over iemand die ik lang geleden kende, het eerste halfjaar stond hij vaak op een afstandje te kijken naar mijn nachtelijke belevenissen, later werd hij onderdelen van de avonturen. Ik ben bang voor het moment waarop ik de laatste druppel van het antidepressivum inneem, niet omdat ik denk dat de dagen donker worden, maar misschien blijven de nachten leeg. Vannacht ging ik bij hem eten, in zijn huis kwam ik allerlei vrienden tegen die ik ook buiten mijn dromen zie, we spraken over de edibles die we ooit hadden gehad en ik vertelde over drugs in de vorm van een aanrecht. Mijn vriend van vroeger zat op een bankje mee te luisteren, ik zag hem lachen om dingen die ik vertelde, maar hij mengde zich niet in het gesprek, alsof hij ook weet dat we elkaar straks niet meer zien en me alvast een beetje losliet.