Skip to content

De logé – deel 4

Toen we thuis waren ging het meisje naar bed en viel meteen in slaap. Ik ging naar het balkon, zat een tijd op het bankje en gooide vervolgens de asbak leeg.

Ik dacht veel na over hoe ik het meisje kon helen zonder haar weg te jagen.

Therapie ondergaan herinner ik me als een zware bezigheid, maar het helen van mijn innerlijke kind heug ik me (misschien ten onrechte) als vrij eenvoudig. Je haalt je 6-jarige zelf voor de geest – als je zoveel in je hoofd hebt geleefd als ik, is daar geen kunst aan. Je vertelt het kind alles wat het vroeger te horen had moeten krijgen, sowieso moet je het kind vertellen het niets kon doen aan wat het allemaal overkwam, dat het hun schuld niet was. Daarna pak je het kind op, houdt het vast, zegt ik hou van jou en meent het. Tenslotte maak je goed wat het kind tekort gekomen is. Je verft je huis geel, leest de hele dag dikke boeken, trekt gekke jurken aan, koopt My Little Pony’s. Het kind verdwijnt stilletjes, je hoeft geen afscheid te nemen. Als het kind later plotseling opnieuw voor je neus staat, zeg je: hoi lieverd, ben je daar weer?

Door de muren heen hoorde ik gesnurk uit mijn slaapkamer komen, het was alsof er een oude kerel te slapen lag. Toen ik de deur op een kier zette zag ik het meisje op haar rug liggen, haar armen uitgespreid. In haar linkeroksel lag Vasco, opgerold als een egeltje. 

Ik probeerde te bedenken wat het meisje tekort gekomen was, wat ik haar kon geven, wat we samen konden doen. Er kwam geen enkele nuttige gedachte op. Even leek het me een goed idee om aan het meisje te vragen wat ze van me nodig had, maar ik wilde niet dat ze het gevoel kreeg dat ik  alleen maar op zoek was naar een manier om haar weg te krijgen. 

Tijdens onze wandeling had het meisje veel voorovergebogen gelopen, met haar gezicht naar de grond gericht. Af en toe leek ze zich bewust te zijn van haar houding, dan trok ze haar schouders naar achteren, stak haar kin omhoog en sprak ineens veel helderder. Alle informatie over het meisje leek relevant, maar ik wist niet wat ik ermee moest.

Ik besloot ook te gaan slapen, ik zag op tegen de volgende dag. Voordat we ook maar iets anders gingen doen zouden we het huis opruimen, de vuilniszakken van het balkon weggooien, het aanrecht leegmaken, stofzuigen, de post openen, instanties bellen. Het meisje moest het leren en ik wist dat het met veel tegenzin zou gaan.

Met mijn benen ingetrokken paste ik net op de bank. Ik legde mijn hoofd op een klein kussentje en trok een fleecedeken over me heen. Het duurde meer dan een uur voordat ik in slaap begon te vallen.

Toen ik net wegdoezelde schrok ik wakker. Het meisje schudde aan mijn schouder.
‘Kom je bij me in het bed slapen?’ vroeg ze. ‘Ik ben bang.’

***
Eerder verschenen:
De logé – deel 3
De logé – deel 2
De logé – deel 1

De logé – deel 3

‘We lopen eerst langs het huis van Sanne,’ zei ik.
‘Sanne?’ 
‘Ze woont vlak om de hoek,’ zei ik. ‘Hebben jullie ruzie?’
Het meisje knikte.
‘Jullie gaan nog wel ergere dingen meemaken,’ zei ik. ‘Geeft niets. Jullie kunnen wat hebben.’
lk voel aan de sleutelbos in mijn jaszak.
‘Sanne heeft een kat,’ zei ik. ‘Vlokje. Ik geef hem soms eten als ze Sanne er niet is.’
Het meisje glimlachte klein.

Toen we voorbij Sannes huis liepen en afsloegen richting onze oude werkplek pakte ze mijn hand steviger vast.
‘Shoarma Town zit hier niet meer,’ zei ik. We stonden even stil voor het pand waar het meisje kilo’s shoarma van het spit sneed. Er zat een vestiging van een grote Amerikaanse pizzaketen.
‘Er is brand geweest.’
De ogen van het meisje werden groot. Ik wist wat ze dacht, wat ze meegemaakt had. Het gedoe, de ruzies, het geschreeuw. De spanning en de constante kritiek. De messen die op een slechte dag eens door de keuken vlogen. Haar kleine daden van verzet. Stiekem de UK Subs draaien als er geen collega’s waren, klanten gratis koffie geven. Huzarenslaatjes in de vorm van penissen serveren. Die keer dat ze op nieuwjaarsdag moest werken, rechtstreeks van een feestje kwam en de shoarma letterlijk uit de pan zag kruipen, waardoor ze genoodzaakt was alle klanten te vragen om alsjeblieft alleen patat met een frikandel te bestellen.
‘Goed voor ze,’ zei het meisje.
Ik wees naar een pand aan de overkant van de straat.
‘Het zaak bestaat nog steeds.’

Ik pakte de hand van het meisje vast en trok haar met me mee. We staken de straat over, het meisje kwam iets achter me aan. We liepen langzaam langs Shoarma Town. Ik fungeerde als buffer tussen het meisje en de shoarmazaak. We zagen de oude baas. Hij was grijs geworden en had een grote frons tussen zijn wenkbrauwen. De man zei iets tegen een jonge medewerker en schudde geërgerd zijn hoofd.

We naderden het huis van Tom.
‘Moeten we niet naar huis?’ zei het meisje.
‘Kom,’ zei ik.
‘Woont Tom hier nog?’
‘Ik denk het wel.’
Het meisje zuchtte.
‘Tom is zo, nou ja,’ zei het meisje. ‘Je weet wel.’
Ze stamelde. 
‘Tom is zo wat?’ vroeg ik.
‘Nou, gewoon.’
‘Hij wilde dat je zijn moeder ontmoette,’ zei ik. ‘Hij was lief voor je. Er valt niet zoveel slechts over hem te zeggen.’
Het meisje maakte een geërgerd geluid.
‘Zie je mama nog?’ vroeg ik.
Het meisje knikte.
‘Papa?’
‘Laten we doorlopen,’ zei het meisje. ‘Wat als Tom ons ziet?’
‘Ik hoop het niet,’ zei ik.
‘Hoezo?’ vroeg het meisje.
‘Later krijg je een lange relatie met iemand die je intenties altijd in twijfel trekt.’
‘Wat heeft dat ermee te maken?’
‘Ik weet niet wat ik tegen Tom moet zeggen als we hem nu tegenkomen. Als hij vraagt waarom we hier staan.’ 
Ik voelde mijn wangen rood worden. Mijn hart sloeg in mijn keel.
‘Het blijft moeilijk om niet te twijfelen aan mijn eigen bedoelingen.’
‘Sorry, hoor,’ zei het meisje. ‘Maar ben jij er niet om mij gerust te stellen?’
‘Tom vindt het vast niet erg dat we hier even staan.’ zeg ik.
‘Ben ik gemeen tegen hem geweest?’ vroeg het meisje.
‘Ik ben bang dat je niet de goeierik in dit verhaal bent.’
‘Zullen we anders even bij hem langsgaan?’ vroeg het meisje. ‘We zijn er nu toch.’
Ik schudde mijn hoofd en pakte het meisje vast. Ze drukte zich tegen me aan en wreef over mijn rug.

‘We gaan,’ zei ik. ‘Ik laat je thuis de nieuwste Animal Crossing zien.’
‘Vet,’ zei het meisje.

‘Waarom ben je eigenlijk niet eerder met die lange relatie gestopt?’ vroeg het meisje op weg naar huis.
‘Lang verhaal,’ zei ik.
Het meisje haalde het pakje Van Nelle tevoorschijn en draaide een shagje.
‘Misschien kan je met Tom gaan wandelen,’ zei het meisje. ‘Als ik er straks niet meer ben.’

***
Eerder verschenen:
De logé – deel 2
De logé – deel 1

De logé – deel 2

Ik had het meisje een handdoek gegeven. Ze kon murmelen wat ze wilde over een crusty zijn en wat punk is, ik wist dat ze niet durfde te douchen vanwege de mannen met wie ze de badkamer deelde, ik wist hoe moeilijk het überhaupt is om het bed uit te komen en een handdoek te pakken, ik begreep het allemaal en het meisje kon een stuk zeep gebruiken.

Het meisje bleef lang onder de douche staan. Ik ging in kleermakerszit op de bank zitten probeerde op mijn ademhaling te letten. Het is eigenlijk niet zo verrassend, dacht ik, dat dit meisje nu een tijdje bij me blijft. Ik dacht aan hoeveel andere mensen niet horen dat er een adolescent op hun voordeur staat te beuken. De mannen in pakken die lachend roepen dat je geen hart hebt als je niet links bent als je jong bent en geen verstand als je niet rechts bent op oudere leeftijd.

Toen ik de douche uit hoorde gaan stond ik op, liep naar de keuken en pakte een Desperados. Ik deed er een schijfje citroen in en zette het flesje klaar voor het meisje. 
‘Wow,’ zei ze toen ze met natte haren de kamer inliep. ‘Lekker.’
Het meisje had zich slecht afgedroogd, maar ik zei er niets over. Ze droeg een ander rokje, dezelfde panty’s en een hemdje van Leftover Crack. Misschien moesten we het nog eens over dat concert hebben, maar dat was voor later.
‘Eén drankje,’ zei ik. We hadden beiden een neiging tot mateloosheid. In tegenstelling tot het meisje had ik geleerd hoe nuttig het is om tijdig afspraken met jezelf te maken.
Het meisje rolde met haar ogen.

We konden goed stil zijn samen. Het voelde meteen vertrouwd, een ander in mijn huis. Af en toe keken we tegelijkertijd op uit onze gedachten en dan vingen onze blikken elkaar.

Het meisje zat nauwelijks stil. Ze wisselde constant van houding, sloeg haar linkerbeen over haar rechter, dan weer haar rechterbeen over haar linker, draaide aan de ringetjes in haar neus.

‘We gaan straks een stuk wandelen,’ zei ik.
Het meisje knikte.
‘Waarom heb je zoveel spullen?’ vroeg ze.
‘Ik heb veel verdriet gehad,’ zei ik.
‘Heb je alle boeken die in je kast staat gelezen?’ vroeg ze.
Ik schudde mijn hoofd.
‘Je moet wegdoen wat je niet leest,’ zei het meisje.
‘Dat weet ik niet,’ zei ik.
‘Waar krijg ik verdriet over?’ vroeg het meisje. ‘Gaat er iemand dood?’
Ik schudde mijn hoofd weer.
‘Gelukkig,’ zei het meisje.

Ik stond op van de bank om mijn schoenen te pakken.
‘Heb je iets warmers voor me om aan te trekken?’
Ik pakte het Schültenbrau-vestje dat ik ooit bij de Aldi kocht. Laatst had ik het bijna weggedaan, nu was ik blij dat het nog in mijn kast lag.
‘Vet,’ zei het meisje.

Toen we de wijk inliepen besefte ik ineens dat onze territoria overlapten. Dat ik achter de Wibra woon waar het meisje speelgoed met haar oppaskind kocht. Dat ik vaak boodschappen doe in de Albert Heijn waar zij altijd kwam.

We wandelden langs een buurtcentrum. 
‘Hier werk je later een tijdje,’ zei ik. Het leek me niet de bedoeling haar hele toekomst te verklappen, maar een enkele geruststelling leek me wel kunnen. ‘Je wordt ambulant begeleider van mensen die in de stad wonen en hulp kunnen gebruiken.’
‘Tof,’ zei het meisje. Plotseling keek ze schichtig om zich heen. Ze leek te herkennen waar we waren.
‘Laten we een andere kant opgaan,’ zei ze.
‘Waarom?’ vroeg ik.
‘Ik ken het hier al,’ zei het meisje.
‘Kom,’ zei ik. ‘Er kan niets gebeuren.’
Ik stak mijn hand uit, het meisje pakte hem vast. Samen liepen we rechtdoor.

***
Eerder verscheen:
De logé – deel 1

De logé – deel 1

Ik zat op de bank door wat filmpjes te scrollen en merkte dat het voor het eerst sinds de coronabesmetting wel weer ging. Dat ik erg moe was, maar nauwelijks nog benauwd. Ik dacht, het is tijd om weer in actie te komen. Toen ik van mijn telefoon opkeek registreerde ik pas het gebonk op de voordeur. Ik besefte dat het geluid al een tijdje aanhield.

Er stond een meisje met geladderde panty’s op de galerij, ze droeg een Makiladoras-shirt en had twee ringen in haar neus. Ik herkende haar meteen. 
‘Hoe lang sta je hier te wachten?’ vroeg ik.
‘Al maanden,’ zei het meisje. 
Dat leek me overdreven. Ik zei er niets van, het meisje was vaker niet serieus genomen als ze gelijk had. Bovendien doet overdrijven geen recht aan de feiten, maar wel aan de ervaring. Overdrijvers ontwikkelen zich vaak tot uitstekende verhalenvertellers, een goede reden om ze niet te corrigeren.
‘Och kind,’ zei ik. ‘Kom binnen.’
Het meisje stapte mijn woonkamer in, schoof wat rommel op de bank aan de kant en ging zitten. 
‘Eigenlijk ben ik al maanden binnen,’ zei ze. 
Ik keek om me heen en zag dat ze gelijk had.

Ik zette twee koppen thee en zette een ervan voor het meisje op tafel. Ze was onrustig, veranderde steeds van houding, pulkte aan wondjes op haar gezicht en aan haar nagels.

‘Wil je praten?’ vroeg ik. Het meisje zuchtte. 
‘Misschien moeten we het eerst over de olifant in de kamer hebben,’ zei ik.
‘Jezus,’ zei het meisje. Ze opende een rits aan de voorkant van haar rokje, haalde een pakje zware Van Nelle tevoorschijn en begon een shagje te draaien.
‘Op het balkon,’ zei ik. 
Het meisje knikte.
‘Is goed,’ zei ze. ‘Kom je mee?’

Ik pakte de asbak die ik op mijn balkon bewaar voor gasten en zette hem tussen ons in op de houten bank. Het meisje pakte een kleine rode bic-aansteker uit de borstzak van haar blouse en stak haar shagje aan. 
‘Zeg het maar,’ zei ze.
Ik wist dat ik het niet ging redden met wat ik had geleerd over het helen van innerlijke kinderen. Dat het niet genoeg zou zijn om te zeggen dat het niet haar schuld was, dat ik van haar hield. Dat we niet zomaar iets konden gaan doen wat ze altijd al had willen doen. Ze was niet dom.
‘Laten we niet doen alsof we niet weten dat je voor mij een concept bent. Dat ik voor jou een concept ben.’
Ik keek naar hoe het meisje haastig trekken van haar shagje nam. Het was lang geleden dat ik zo’n zin in een sigaret had. Zonder dat ik er iets over had gezegd bood het meisje me haar Van Nelle aan. Ik schudde mijn hoofd.
‘Ik weet het,’ zei het meisje. ‘Dit is raar. Je bent anders dan ik gedacht had.’
Ik vroeg niet door. We keken elkaar aan en moesten tegelijkertijd lachen.
‘Wat doen we nu?’ zei het meisje. ‘Waar moet ik slapen?’
‘Je kan in mijn bed,’ zei ik. ‘Ik slaap op de bank.’
Voordat het meisje kon zeggen dat dat niet nodig was, zei ik nogmaals dat ze in mijn bed zou slapen.
Het meisje drukte haar shagje uit en begon meteen een nieuwe te draaien.
‘We verschonen straks samen het beddengoed,’ zei ik.
Het meisje zuchtte weer.
‘Het is niet veel werk. Ik weet dat er belangrijkere dingen op de wereld zijn, maar daar kunnen we het later over hebben. Het is belangrijk om in een schoon bed te slapen.’
‘Oké,’ zei het meisje. ‘Heb je bier in huis?’

In isolatie, dag 7

07:00
Ik word wakker met exact dezelfde benauwdheid die ik had toen ik in slaap viel. Het lukt me meteen op op te staan, niet in de laatste plaats omdat ik hoop dat het de druk op mijn borst wat verlicht. Als ik Vasco te eten heb gegeven, stap ik meteen onder de douche. Daar voel ik me beter.

Als het hoesten en de keelpijn wegblijven mag ik morgen weer naar buiten. Ik hoop dat de benauwdheid ook wegtrekt.

10:00
Het is een rommel in huis, ik heb zin om op te ruimen, maar na de kleinste inspanning neemt de benauwdheid toe. Ik pak een kussen van mijn bed en ga op de bank zitten met dat kussen in mijn rug. Zo rechtop mogelijk. 

Op TikTok kijk ik video’s over het drama dat ik eerder al volgde. De kwestie nam in de afgelopen dagen allerlei wendingen, de sympathie van betrokken en bemoeizuchtige TikTokkers verschoof continu, de invalshoeken werden talrijker, het was bij vlagen zeer leerzaam en inmiddels zijn we op het punt dat influencers dansen op geremixte soundbites uit het fragment waar het allemaal mee begon. Er is zoveel gebeurd dat ik het gevoel heb dat ik maanden thuis heb gezeten.

11:00
Ik dacht dat ik weer aan het werk zou zijn op de dag dat HBO Max in Nederland beschikbaar was, maar ik zit nog steeds thuis. Ik kijk aflevering van Game of Thrones. Tot nu toe vind ik het aantal fragmenten met tepels en zwaarden aan de overweldigende kant, meestal is dat geen goed teken, maar ik heb me ervan laten overtuigen dat de serie kwalitatief hoogstaand is. 

12:00
Een medewerker van Albert Heijn komt boodschappen brengen. Het is het hoogtepunt van de dag. Ik heb een pizza besteld en doe die meteen in de oven. Dat is het volgende hoogtepunt.

14:00
De benauwdheid zakt niet af. Ik bel de huisarts. De telefoon gaat over, in plaats van over te schakelen naar het gebruikelijke bandje dat aangeeft hoeveel wachtenden er nog voor me zijn. Het lukt me niet de huisarts te pakken te krijgen.

16:30
Het is een kutdag. Het is een ongelooflijke kutdag. Ik wil opruimen, ik wil stofzuigen, ik wil de kattenbak verschonen, maar ik kan niets doen. Ik ben te benauwd. Ik wou dat ik weer met koorts op bed lag, te ziek om me te storen aan mijn omgeving.

18:00
Ik smeer een dubbele  boterham en eet hem voor de helft op.

19:30
Ik videobel met Oscar en laat hem de rommel in mijn huis zien.
‘Dit is toch niet normaal,’ zeg ik als ik hem de aarde toon die op de grond ligt sinds ik zaden in potjes deed.
‘Nee,’ zegt Oscar. ‘Ruim dat eens even op.’
Hij verbetert zich meteen.
‘Als je genoeg energie hebt, begin je er vanzelf aan,’ zegt hij. 
Dat stelt me gerust.

Oscar is terug van vakantie en moet sinds vandaag hoesten. Waarschijnlijk moet ik hem komende week boodschappen brengen.

22:00
Ik voel nog steeds een druk op mijn borst, maar besluit om een beetje op te ruimen. Ik zie er tegenop om te gaan slapen, om benauwd te zijn in bed. Dan ben ik liever bezig.  

Als ik weer op de bank zit, komt Vasco bij me liggen. Hij laat zich uitgebreid aaien, dat wilde hij de afgelopen week niet eerder. 

23:00
In januari begon ik in Het boek ont, ik vergat een tijd dat ik er in bezig was. In bed lees ik een paar hoofdstukken voordat ik ga slapen. 

Als ik het boek wegleg denk ik: het is niet erg om benauwd te zijn. Ik zeg tegen mezelf: als je druk op je borst voelt, concentreer je maar op dat gevoel, probeer het niet weg te denken. Het is er toch wel, het is er al 24 uur, je weet dat het niet gevaarlijk is. Het is maar een gevoel.

Ik val meteen in slaap.

 

 

In isolatie, dag 6

2 reacties

07:00
Ik wakker met een opgeruimd gevoel. Ik sta op, geef Vasco te eten, ik hoest wat, drink een glas water, smeer een boterham, heb niet de behoefte om te liggen. De afgelopen dagen dacht ik steeds dat ik mijn lamlendigheid moest doorbreken met activiteit, geen rare gedachte, dit is precies wat ik in therapie heb geleerd, maar vandaag leerde ik dat lamlendigheid ook bij mij soms vanzelf verdwijnt, zoals bij vele mensen. Ik zou bijna zeggen dat ik me verheug op de eerstvolgende keer dat ik ziek ben, op me daar volledig aan over kunnen geven, maar daar ben ik te bijgelovig voor. Zelfs het opschrijven maakt me onrustig, maar aan die onrust wil ik niet aan toegeven.

10:00
Ik hoest iets meer dan toen ik opstond, wat betekent dat ik nog niet helemaal beter ben. Omdat ik om te werken 24 uur klachtenvrij moet zijn, laat ik weten dat ik morgen nog niet kom. 

Het zal de klasse zijn waarin ik opgroeide, maar ik ben gewend om te werken zodra ik kan werken. Alleen als ik doodziek ben, blijf ik thuis. Normaliter zou ik me onder dezelfde omstandigheden vast beter gemeld hebben voor morgen, ook al voel ik me nog niet helemaal in orde. Ergens is die 24 uur klachtenvrij moeten zijn goed voor me, denk ik. Thuis herstellen en in alle rust op gang komen. 

13:00
Ik besluit de hoes van het bankje op mijn balkon te halen en hem op zijn plek te zetten. Het is een klein klusje, maar het kost me veel energie. Nadat ik ook wat bloempotten versleept heb, moet ik op de bank zitten om bij te komen. Ik heb geen behoefte om te liggen. 

14:00
De muziek staat aan, ik heb zin om te dansen, maar gezien de angst voor hoestbuien houd ik het voorlopig bij wat vrolijk deinen.

19:00
Ik weet niet goed wat ik de afgelopen uren heb gedaan. Ik voel me goed, maar ik heb niet de energie om daadwerkelijk iets te doen. 

20:00
Ik vul wat potjes met aarde en strooi er zaden in. Ook poot ik de kiemplantjes die ik laatst in een biologische tomaat vond en in de afgelopen tijd op een schoteltje groter heb laten groeien. Het is een klein klusje, maar ik ben uitgeput als ik klaar ben. De rommel ruim ik morgen wel op.

22:00
Als ik naar bed ga lees ik voor het eerst sinds een week weer wat.

Ik lees Christiane F. uit. Er is geen boek dat ik zo vaak gelezen heb als Christiane F., al was de laatste keer dat ik het las minstens twintig jaar geleden. Met terugwerkende kracht vind ik het heel naar dat ik dit verhaal als twaalfjarig meisje totaal romantiseerde.

Dan denk ik aan dat ik nog nooit in Berlijn ben geweest en ben ineens intens verdrietig. Iedereen is naar Berlijn geweest, behalve ik. De PMS is begonnen, concludeer ik. En ik moet binnenkort maar eens naar Berlijn zodat ik daar niet meer over hoef te huilen.

23:00
Ik heb het benauwd, heb last heb van brandend maagzuur en kan niet slapen. Ik sta op, neem een Rennie en pijnstillers en ga weer naar bed. Het voelt alsof er iemand op mijn borstkas staat en ik lig lang wakker. Ik doe mijn best om me in te beelden dat ik smelt. Zo val ik in slaap.

 

In isolatie, dag 5

08:30
Voor mijn doen word ik laat wakker. Ik kan niet goed beoordelen hoe goed ik geslapen heb. Ergens vind ik het jammer dat ik mijn FitBit niet draag. Ik heb geen idee hoe laat ik ben gaan slapen, of ik een beetje doorgeslapen heb.

Ik wil niet weer een hele dag liggend in bed doorbrengen, dus ik verplaats mezelf naar de bank. Vasco krijgt te eten, ik drink een glas water. Het duurt even voordat ik honger krijg. 

Gisteren kreeg ik advies over welke series leuk zijn om te kijken, maar ik kan me nergens op concentreren en heb Young Sheldon weer opgezet. 

Ik krijg veel lieve berichtjes, maar het kost me te veel energie om daadwerkelijk met iedereen in gesprek te gaan.

10:00
Floris belt om te vragen hoe het met me gaat. Ik vertel over van alles en voel me best goed.
‘Ik hoef niet te hoesten,’ zeg ik. ‘Dat ik dat nu pas merk! Ik kan de hele tijd praten zonder te hoesten!’
Een minuut later krijg ik het benauwd.
‘Misschien moet ik toch even ophangen,’ zeg ik.

Als ik opgehangen heb kan ik niet stoppen met hoesten. Ik haal mijn kussen en een dekentje op en ga op de bank liggen.

11:00
Rustig ademen lijkt het hoesten op te wekken. Het zorgt ervoor dat ik verkeerd begin te ademen. Ik raak in paniek en moet een beetje huilen. Als ik ik tussen het gekuch door ‘nee’ begin te roepen en ongecontroleerd met mijn armen wapper, doe ik hard mijn best mezelf te kalmeren. Het lukt.

12:00
Ik ontdek dat ik niet hoef te hoesten als ik door mijn neus adem.

13:00
Oscar belt. Ik houd het gesprek kort omdat ik bang ben voor nieuwe lange hoestbuien.

Ik moet 24 uur klachtenvrij zijn voordat ik weer mag werken. Mijn eerstvolgende werkdag is overmorgen. Ik app mijn opdrachtgever dat ze er rekening mee moeten houden dat ik er dan nog niet ben.

13:30
Ik ga douchen en hoop dat de stoom de kriebel in mijn keel wat verzacht. Voordat ik de kraan opendraai, zet ik muziek op. Ik kies een album uit van Peter Collins, de zanger die me gisteren zoveel troost bracht met een TikTokfilmpje. Ik kende hem niet voordat ik de video zag. Normaliter luister ik als ik douche muziek waar ik wakker van word, muziek op hard op te dansen, muziek om luidkeels mee te zingen. Nu wieg ik zachtjes heen en weer onder de straal van de douche, zet kleine stappen op mijn plek, laat mijn hoofd heen en weer rollen in mijn nek. Ik beweeg constant een beetje en ik hoef niet te hoesten. Waarschijnlijk heb ik dit jaar niet eerder zo lang gedoucht als vandaag.

14:30
De bel gaat. Sanne komt iets brengen. Ik ren naar de badkamer om mijn wenkbrauwen te tekenen, zodat ik er niet zo beroerd uitzie. Als Sanne op de galerij staat ben ik precies klaar.

Sanne heeft een potje met hyacinten mee. Congrats, today is all about you! staat er op het kaartje. Op de sticker zie ik dat de bloemen gehaald zijn bij Bloembinderij Geschikt. Ik vraag me af of de eigenaar van de zaak ooit spijt heeft gekregen van die naam.

De hyacinten komen ook van Lieke. Vandaag zouden Sanne en ik naar de eerste verjaardag van haar dochter.
‘Je ziet er niet ziek uit,’ zegt Sanne.
‘Ik heb net gedoucht,’ zeg ik. Ik voel aan mijn natte haar. ‘Nu voel ik me wel oké.’
‘Lieke dacht dat je veel zieker was, maar als ik je zo zie valt het allemaal wel mee.’
‘Als ik even iets doe ben ik uitgeput,’ zeg ik. ‘Bij de deur staan kan wel, maar ik weet niet hoe ik me straks voel.’
‘Dat herken ik wel,’ zegt Sanne. 
Sanne had laatst corona.
Om te bewijzen dat ik echt ziek ben, vertel ik over dat ik in paniek raakte toen ik vanmorgen zo moest hoesten. Sanne vraagt of ik een pufje nodig heb en grijpt naar haar tas. Ik zeg dat ik me wel red.

16:30
In de koelkast staat nog de spaghetti die ik gisteren bestelde. Ik schep wat pasta in een grote kom en doe er diepvriesspinazie bij. Normaliter eet ik de pasta rechtstreeks uit het metalen wegwerpbakje. Nu ik het uit de kom eet, zie ik pas hoeveel er eigenlijk in dat bakje zit. Nadat ik twee kommen spaghetti eet is er nog genoeg over voor morgen. Als ik de pasta uit het wegwerpbakje eet, eet ik alles in een keer op. Ik ben onder de indruk van hoeveel eten ik kennelijk ineens weg kan werken.

21:00 
De mensen met wie ik in contact ben geweest in de afgelopen week zijn niet besmet geraakt. Het consequent zelftesten doen als ik dacht dat het nodig was heeft gewerkt. Ik vind het een hele opluchting.

21:30
Ik ben gaar van het binnen zitten, van het niets doen. Ik voel me een zombie. Ergens heb ik het idee dat het weer goed met me zou gaan als ik een wandelingetje zou mogen maken, als ik maar een frisse neus kon halen. Dat ik eigenlijk niet meer ziek ben, maar dat de dagen op bed en op de bank me geen goed doen. 

Om bevestigd te krijgen dat ik lichamelijk in orde ben, neem ik mijn temperatuur op. Koorts.

In isolatie, dag 4

03:30
Ik word wakker en voel me slecht. Het is niet goed uit te leggen wat er niet goed voelt. Als ik naar de wc ga kan ik nauwelijks op mijn benen staan doordat mijn enkels ontzettend pijn doen.

07:30
Vasco heeft honger. Ik geef hem natvoer en smeer voor mezelf een dubbele boterham. Mijn enkels voelen prima. Vasco gaat op zijn kussen bij de radiator liggen.

Ik meet mijn temperatuur, die is in orde. Mijn keel doet pijn en ik zit vol snot. Er zit een vervelend gevoel in mijn oren, als ik ze snuit voelt het alsof iemand messen in mijn gehoorgangen steekt. Vanaf nu ga ik mijn neus alleen nog maar ophalen.

Straks wil ik wat dingen doen in huis, er liggen bulten ongevouwen was in de slaapkamer en mijn eettafel ligt vol spullen die een plek zoeken. Eerst ga ik weer naar bed.

Ik dacht de afgelopen dagen dat ik ze voor niets besteld had, maar ik ben blij dat ik twee zakken Anta Flu in huis heb. De snoepjes verzachten het rauwe gevoel in mijn keel en de vloer naast mijn bed ligt bezaaid met papiertjes.

10:00
Ik strek mijn armen uit, ruik mezelf, sta onmiddellijk op om te douchen.

10:15
Ik heb me gedoucht, lig weer in bed. Het shirt dat ik heb aangetrokken stinkt.

13:00
Ik voel me afgesloten van alles, op een prettige manier. Alsof de buitenwereld op pauze staat. Ik krijg lieve berichtjes van mensen, ik voel me niet alleen, maar ergens lijkt het alsof alleen mijn lichaam bestaat, hier, in dit bed. Ik vraag me af of dit een effect van corona is, of dat het komt doordat ik zoveel hersenloos op TikTok aan het scrollen ben.

Mijn temperatuur is 37,7°C.

15:00
Ik was in slaap gevallen en werd wakker van de deurbel. Met een deken om me heen geslagen doe ik voorzichtig de deur open. Verderop op de galerij loopt een medewerker van de Postcodeloterij.
‘Alles goed?’ roept hij, terwijl hij mijn kant weer oploopt.
‘Nee,’ zeg ik. Ik schrik van hoe rasperig mijn stem klinkt. ‘Ik heb corona.’
‘Boeie!’ roept de loterij-jongen.
Ik gooi de deur dicht.

Het voelt goed om door het huis te lopen, uit het bed te zijn. Dan moet ik onbedaarlijk hoesten en voel me meteen ontzettend moe. Ik ga weer in bed liggen.

16:00
Het is bewolkt, dus ik ga niet op het balkon zitten. Ik doe de deur wel op een kier voor het geval Vasco naar buiten wil.

Oscar belt. Hij is moe van de strandwandelingen die hij maakte en houdt het gesprek kort. Het is niet erg, ik moet hoesten als ik praat.

17:00
Ik heb honger en ben moe, dus bestel ik eten. Bij de pizzeria om de hoek hebben ze pasta die ik lekker vind. Ik bestel er ook aardappelschijfjes, brood met kruidenboter en een brownie bij. Bij de aantekeningen noteer ik dat de bezorger de bestelling bij de deur neer mag zetten en dan weg kan lopen. Als ik afgerekend heb zie ik dat de bestelling pas om 18:40 komt.

17:30
De bezorger belt aan. Normaliter geef ik altijd fooi, nu heb ik deze vooraf betaald. Ik bedenk dat het geld nu waarschijnlijk naar de pizzeria in plaats van naar de bezorger gaat.

Ik eet de aardappelschijfjes en een beetje van de muffin en zit vol. De pasta kan ik morgen eten. In bed eten doet me denken aan mindere tijden. Morgen wil ik meer tijd buiten de slaapkamer doorbrengen, ook als ik zo moe ben als vandaag.

Vasco zit veel bij me. Hij is normaal gesproken vrij schrikachtig, maar hij rent niet meer weg als ik hoest.

19:00
Oscar en ik hebben een week geleden Draw Something weer opgepakt. Pictionary op afstand. Nu ik de hele dag in bed lig doet het me denken aan tijden dat het niet zo goed met me ging, tijden waarin ik nauwelijks in staat was tot normale communicatie, tijden waarin dit spelletje de enige zichtbare draad was die ons verbond.

20:30
Het ene moment denk ik dat ik me aanstel, dat ik alleen lamlendig voel doordat ik me lamlendig gedraag, doordat ik de hele dag in bed lig. Dan sta ik op en merk ik dat ik te moe ben om langer dan een paar minuten op mijn benen te staan. Ik heb weer koorts.

22:00
Ik heb het koud en warm en voel me alleen. Ik ben er niet op gemaakt om dagenlang in afzondering door te brengen. Op TikTok bekijk ik steeds dezelfde video. Ik wil dat iemand voor me komt zorgen. Ik wil zo klein zijn dat iemand me in zijn borstzak mee kan dragen, ik wil een enorme hond om bij in de mand te slapen. Of naar buiten gaan en daar de energie voor hebben. Dan zie ik dat ik een bericht heb gekregen van Oscar. Ik bel hem op en moet huilen. Oscar lacht een beetje om me, dat stelt me gerust. 

In isolatie, dag 3

07:00
Ik word wakker gemaakt door Vasco, hij spring bovenop me. Mijn keel doet pijn, mijn neus zit dicht, mijn kuiten voelen gespannen. Ik aai Vasco. Als ik na een halfuur de moed heb verzameld om op te staan, moet ik onbedaarlijk hoesten. Er komt een fluimpje omhoog en ik vind dat zo vies dat ik bijna overgeef.

09:30
Op televisie zie ik iemand een muffin eten. Ik wil naar de supermarkt om iets lekkers te halen. Dan denk ik aan de Magnums die ik op de boodschappenlijst heb gezet. IJs is goed voor de pijnlijke keel. Het is nog vroeg, maar ik eet een ijsje.

10:00
Ik ga weer naar bed. Na twee dagen binnenshuis doorgebracht te hebben voelt de bank oncomfortabel. Ook heb ik het koud.

Oscar belt, hij gaat bijna naar Schiermonnikoog. Gisteren was hij vrij en heeft hij veel met me gebeld, de komende dagen zal dat wat minder zijn. Ik heb het gevoel dat ik moet verantwoorden dat ik in bed lig, dus dat doe ik. Oscar zegt dat hij snapt dat ik niet de hele dag op de bank kan zitten, zegt dat de eettafel ook een goede plek is om af te wisselen.

Als Oscar opgehangen heeft voel ik een rilling over mijn benen trekken. Ik neem mijn temperatuur op, die is 37,7°C.

11:45
Ik heb geslapen. Toen ik in slaap viel was ik Tiktoks aan het kijken. Ik liet de telefoon uit mijn hand vallen toen ik wegdoezelde en schrok daar wakker van. Ik droomde dat er toastjes met Johmasalade geserveerd werden bij een persconferentie over kritiek op de diepe excuses van Rutte.

Mijn hele lichaam voelt warm, maar mijn linkervoet is ijskoud. Mijn lichaamstemperatuur is ongewijzigd.

Als ik naar buiten kijk zie ik licht op de gebouwen vallen. Als de zon over haar hoogste punt heen is valt het licht weer op mijn balkon, mijn huis in.

12:30
Ik sta op, eet twee boterhammen en de soep die ik gisteren maakte. Ook drink ik een glas waterkefir. Die is ontzettend bitter.

Binnenblijven maakt me onrustig. Voor iemand die jarenlang het bed nauwelijks uitkwam is dat een behoorlijke vooruitgang. 

Af en toe hoest ik hard, maar vieze fluimen zoals vanochtend blijven gelukkig uit.

14:00
Ik heb zin in ijs, eet de overgebleven Magnums op, ga meteen in bed onder twee dekens liggen. Mijn temperatuur is 38°C. 

15:45
De zon staat op mijn balkon, ik besluit om buiten te gaan zitten. Ik strooi wat zaden in plantenbakken, trek wat dode planten uit potten en ben uitgeput na die kleine activiteit. Net als ik weer naar bed wil gaan, wordt er aangebeld. De moeder van Michiel komt bloemen brengen. Ik doe de deur open met een mondkapje op. De moeder van Michiel zegt dat ik er ziek uitzie en wijst naar beneden, naar de straat. Vanaf de galerij zwaai ik naar Michiel, die samen met een begeleider in zijn bus zit. Als ik weer binnen ben moet ik een beetje huilen. Ik zet de bloemen op een vaas, maar heb geen energie de stelen schuin af te snijden. 

Ik ga weer naar bed en Vasco komt voor het eerst sinds ik ziek ben bij me zitten. 

19:00
Vasco heeft honger. Ik ook. Voor Vasco verstop ik brokjes in de woonkamer, voor mezelf doe ik een pizza in de oven. Ik beleg hem met extra ui, tomaat, maïs en stukjes diepvriesspinazie.

21:00
Het enige dat ik deze dagen doe is TikToks kijken. Er wordt een persoonlijk drama publiekelijk uitgevochten en veel influencers delen hun mening over de kwestie. Het is een les in intersectionaliteit, de dynamiek die voortvloeit uit privileges en de verantwoordelijkheden die de privileges met zich meebrengen. Tussendoor zie ik video’s over ADHD,  gentle parenting en de prijs van het laten inlijsten van een kunstwerk. Vasco ligt bij me, rent af en toe ineens hard weg om met een speelgoedmuis te spelen. 

Ik heb nog steeds koorts.

In isolatie, dag 2

07:30
Ik weet heel goed hoe ik voor mezelf moet zorgen. De truc is te doen alsof ik twee mensen ben, mezelf en een ander. Voor andere mensen zorg ik graag.

Gisteren heb ik, op de rit naar de teststraat na, alleen maar op de bank gezeten. Ook de dagen daarvoor heb ik weinig gedaan in huis. Het is hier een rommel, op de salontafel ligt nog het spel dat ik afgelopen weekend met Oscar speelde, overal ligt kattenbakgrit, het bed moet verschoond, het aanrecht leeg. 

Vannacht sliep ik onrustig. Normaliter bekijk ik elke ochtend de slaapscore die mijn Fitbit voor me berekend heeft, een gewoonte uit de tijd dat ik elke dag overvallen werd door mijn alsmaar veranderende emoties en draagkracht. Gisteren heb ik het horloge afgedaan, voor je het weet sta je als een gekooid dier rondjes te lopen in je huis om je stappendoel te halen. Niet kunnen aflezen wat mijn slaapscore is na een slechte nacht is ergens wel prettig. 

Ik open de deur naar het balkon, verwissel de vuilniszak die ik eergisteren al weg had moeten gooien, doe het beddengoed in de machine, drink een grote mok met water en eet een klein sojatoetje. Ik heb niet veel honger. 

08:30
De uitslag van de PCR-rest is ook positief.

09:00
Ik wil douchen, maar Oscar komt boodschappen brengen. Naast eten en drinken voor de komende dagen had ik ook kattenbakkorrels nodig, een fles dikke bleek, wasmiddel en ik heb hem gevraagd om een zak potgrond zodat ik de komende dagen iets te doen heb. Oscar is drie keer heen en weer gelopen tussen de supermarkt en mijn huis. Hij heeft een Party voor me meegenomen omdat hij mijn voorkeur voor slechte tijdschriften kent.

14:00
Vasco lijkt er niet van onder de indruk dat ik thuis ben. Hij ligt op zijn gebruikelijke plekken te slapen en kijkt niet naar me om. 

Ik zit alweer een paar uur Young Sheldon te kijken. Ik sta op van de bank en stap onder de douche. Straks ga ik verder met opruimen. 

16:00
De zon staat op het balkon. Ik doe de deur weer open ga in huis op de grond voor de deuropening zitten. Het is warm. Vasco gaat naar buiten, hij vindt het nog spannend op het balkon.

Ik besluit de keuken op te ruimen. Straks wil ik een gezonde maaltijd maken. Na het leegruimen van de vaatwasser ben ik moe en ga weer op de bank zitten. De vieze vaat doe ik straks wel in de machine.

17:00
Ik lees over geitentorens

18:00
Ik ruim de vaatwasser in en maak een pan champignonsoep voor mezelf. Als ik de ui, knoflook, bleekselderij en paddenstoelen gesneden heb, besluit ik er ook een bos lente-ui door te doen. En prei. Als de soep staat te pruttelen voeg ik nog een paar handen spinazie en een blikje edamamebonen toe. 

Ik had me voorgenomen om elke dag die ik in isolatie doorbreng te dansen, maar daar heb ik geen zin in. Wel heb ik Amyl and the Sniffers hard opgezet tijdens het koken. Ik voel me er iets minder moe door.

19:00
Het is etenstijd voor Vasco. Hij komt een aai halen, eet zijn brokjes, gaat weer verderop op een kussen liggen.

19:30
De was zit nog in de machine, bedenk ik ineens. Als ik de machine open zie ik er vandaag al een tweede was in heb gedaan. De was van vanmorgen hangt netjes aan de lijn. Dit is geen symptoom van corona, het is hoe ik doorgaans functioneer. Ik ben er tevreden over dat ik vandaag kennelijk twee wasjes gedaan heb.

21:00
Floris belt. Het is een video-oproep, hij wil altijd beeldbellen.
‘Jezus, zus. Wat zie jij eruit,’ zegt hij. 
Ik doe alsof ik niet weet waar hij het over hebt.
‘Wat is dat in vredesnaam op je hoofd?
‘Een zonneklepje,’ zeg ik. ‘Ik oefen alvast op de look voor een feestje dat ik binnenkort heb.’
Floris schudt zijn hoofd. Ik laat hem de lange nepstaart in mijn haar zien.
‘Afschuwelijk,’ zegt hij. ‘En ik zie dat je je wenkbrauwen met viltstift hebt getekend?’
‘Dit is hoe ik mijn wenkbrauwen tegenwoordig altijd doe,’ zeg ik.
‘Man, man, man,’ zegt Floris. Dan lacht hij. ‘De isolatie doet je wel goed, of niet?’
Floris vertelt over de eerste werkdag na zijn eigen isolatie. Daarna speuren we Marktplaats af voor een nieuwe bank voor mij.