Skip to content

Op een dag word je wakker

Written by

Jirke

Rond een uur of tien viel ik bijna in slaap op Oscar zijn schoot. We hadden de oudejaarsconference van 2010 gekeken en het was zo ongeveer mijn gebruikelijke bedtijd.
‘Moet ik je wakker maken om twaalf uur?’ vroeg Oscar.
Daar schrok ik van en ik stond op om een cocktail te maken.

Ik droeg plakwimpers en Oscar had zelfgemaakt ijs meegenomen. We hadden trektouwtjes, keken een paar afleveringen van Bassie & Adriaan: De Geheimzinnige Opdracht, lieten elkaar mooie liedjes horen, zwaaiden met sterretjes. We dansten een beetje, keken vanaf mijn balkon naar vuurwerk, hadden kleine goede gesprekken.

Rond twaalf uur zei Oscar dat we zelf best mochten bepalen wanneer het nieuwe jaar inging en we kusten.  

Oscar belde met zijn moeder, ik appte wat mensen, Oscar maakte cocktails, we gingen nog eens naar het balkon, liepen weer naar binnen, ik schonk whisky in, kamde mijn pony recht, zette de muziek iets te hard, we gaven kusjes, bazelden, dronken shotjes. Twee bloempotten sneuvelden.

Toen we eindelijk in bed lagen vonden we de kruik waarmee ik overdag mijn buikpijn had proberen te dempen. Oscar stond op, vulde de kruik met heet water, gaf hem aan mij.

’s Ochtends bonkte mijn hoofd. Oscar hoorde me woelen.
‘Ben je ook wakker?’
Ik zuchtte, zocht op de tast Oscars hoofd en aaide hem door zijn haar.
‘Brakke seks?’ vroeg ik. 
‘Dat hoeft voor mij niet zo nodig,’ zei Oscar.
‘Ik ga straks meteen hardlopen,’ zei ik.
‘Meen je dat?’

Oscar stond eerder op dan ik, haalde een glas water en paracetamol voor me. Schudde zijn hoofd toen ik met de deken om me heengeslagen zei dat ik mijn hardloopkleding niet kon vinden op de waslijn. Wees naar een stapeltje ongevouwen wasgoed.

Ik ging rennen, Oscar ging naar zijn eigen huis.

Soms kijk ik naar hem en denk: op een dag word je wakker, kijkt naar de vrouw die naast je ligt en beseft dat er iets veranderd is. Je doet een tijd je best, weet niet goed hoe dat moet, hebt het er niet met me over. Ik merk iets, maar ik merk altijd wel iets. Op een dag kom je mijn huis binnen, ik zeg dat ik je gemist heb, wil je een knuffel geven, jij pakt me bij mijn polsen, gaat zitten, ik zie dat je lip trilt.

Previous article

De kinderen, de buurvrouw, de huizen

Next article

Onthouden

Join the discussion

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *