Skip to content

De alternatieven

Written by

Jirke

‘Het alternatief,’ zei ik, ‘is dat ik samenwoon met een of andere lul.’
‘Als ik het niet ben is het niet per definitie een lul,’ zei Oscar.
‘Nee,’ zei ik. ‘Nee.’
Ik keek om me heen.
‘Ik dacht dat je het niet erg vond om alleen te wonen,’ zei Oscar.
‘Nee,’ zei ik weer. ‘Nee.’

Oscar had gelijk. Sinds ik een huis heb waarin ik me fijn voel, de muren roze en blauw en groen verf, een huis waarin ik een eigen ritme heb ontwikkeld, een vaste tijd heb om naar bed te gaan en een vaste tijd om op te staan, een huis waarin ik mijn tanden poets en voor mezelf kook, een huis waarin ik alles zelf bepaal, het huis waarin ik voor het eerst sinds jaren weer heb gedanst en elke ochtend wakker gemauwd word door de beste kat die de wereld ooit gekend heeft, moet ik er niet aan denken mijn woonruimte te delen met iemand die er ook maar iets over te zeggen heeft. Dat heb ik Oscar verteld en ik heb het gemeend.

Maar de laatste tijd bekruipen me toekomstbeelden die ik lang geleden had, de meeste spelen in de keuken. Ik zet een bakje eten in de koelkast met een briefje erop: Hoeft alleen nog even in de magnetron, xx. Iemand maakt het aanrecht schoon en schenkt als ik binnen kom zonder te vragen een glas wijn voor me in. Ik roer in een pan, iemand in ochtendjas slaat achterlangs de armen om me heen, geeft me een kus in mijn nek.

Je kan niet alles hebben, niet alles tegelijkertijd, ik wil Oscar, ik wil dit huis voor mezelf, ik wil de intimiteit van samenwonen.

Ik huil en Oscar luistert, hij luistert zo geduldig dat er ruimte in mijn hoofd ontstaat, dat ik losraak uit het kringetje waarin ik steeds denk.

‘Sorry,’ zei ik. ‘Sinds het weekendje weg denk ik: ik moet naar een dorp. Ik vond het zo fijn dat er iemand was om een praatje mee te maken. Dat er iemand was bij wie ik voor het raam stond en die me meteen binnenvroeg voor een kop thee. Het gaat niet om vriendschappen, die heb ik genoeg, ik mis gewoon de nabijheid van mensen.’
‘Maar het is niet gezegd dat je dat vindt in een dorp.’
‘Nee, en ik wil niet uit de stad weg. Soms denk ik dat ik beter in een woongroep kan wonen. Maar dat lijkt me ook vreselijk en ik vind de ruimte die ik hier in huis heb zo fijn.’
Oscar kneep in mijn voet.
‘De wereld is soms zo kil en afstandelijk, niemand kent elkaar en dat stoort me enorm en misschien projecteer ik nu een probleem dat ik met de maatschappij heb op onze relatie omdat ik het gevoel heb dat ik daar wel invloed op kan uitoefenen en dat is helemaal niet eerlijk.’
‘Er is een plek vrij in een woongroep in de stad,’ zei Oscar.
‘Ik weet het,’ zei ik. ‘Ik wil hier helemaal niet weg, ik houd zo van dit huis, maar ik wil het heel graag gewoon allemaal tegelijk. En misschien denk ik nu dat ik een probleem heb met hoe de maatschappij functioneert en dat ik dat op ons projecteer, maar heb ik er eigenlijk toch gewoon een probleem mee dat ik alleen woon.’
Ik veegde mijn tranen weg met mijn mouw.
‘Hoe moet ik nou weten wat ik vind? Hoe weet iemand wat hij wil?’
Oscar haalde zijn schouders op. 
‘Wil je een knuffel?’ vroeg hij. 
Ik knikte.

Previous article

Stil

Next article

De receptioniste - het vertrek

Join the discussion

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.