Categorie: Brieven aan Y

  • Ik ga iets doen waarvan ik zou moeten weten dat het niet werkt, ik heb namelijk bepaald dat ik vanaf april gewoon weer meedoe aan het normale leven, dat ik niet meer overbelast ben. Misschien moet ik af en toe nog rustig aandoen, maar ik ben er klaar mee mezelf te preserveren. Het afgelopen halfjaar heb ik nauwelijks gedronken, ik heb mijn veertigste verjaardag niet gevierd en ben op oudejaarsdag op tijd naar bed gegaan. Alles voor rust en herstel, maar ik wil de kroeg weer eens in.

    Mijn graslelie heeft ongelooflijk veel kinderen. Ik denk erover hem te verpotten, misschien wordt hij dan enorm. Herinner jij je nog dat ik je jaren geleden vertelde dat ik alle planten dood had laten gaan doordat ik maandenlang niet in mijn woonkamer durfde te komen? Het voelde lang als iets dat aan me kleefde, alles laten sterven. Nu denk ik: planten in potten houden is überhaupt bespottelijk, het is niet mijn fout dat dat een keer misgaat, maar misschien moeten we als samenleving besluiten dat we planten in potten geen wenselijke situatie vinden,

    Ik denk vaak aan de eenzaamheid van potplanten, die vaak geen andere planten hebben om via de wortels mee te communiceren, maar dat is allemaal invulling, ik heb er geen verstand van. Ik probeer veel kwesties los te laten zolang ik niet de energie heb me er echt in te verdiepen, maar de graslelie die het zo goed doet staat met een andere grassoort in de pot, ik denk dat dat iets zegt. Soms stel ik me voor dat ze samen over me praten.

    Liefs,

    J

  • Afgelopen week was ik ziek, en ik kan je tevreden melden dat ik me ziek heb gemeld. Na een dag vol onrustige dutjes in bed was ik genoeg opgeknapt om weer aan het werk te gaan. Ik weet dat het niet altijd zo werkt met ziekte, ziekte duurt soms langer, soms gaat het helemaal niet voorbij.

    Afgelopen zomer werkte ik gedurende de bouwvak twee weken lang bijna elke dag, en ook nog eens veel dubbele diensten. Ik was betrokken bij een aantal groepen met bewoners met, zoals dat in de gehandicaptenzorg vaak genoemd wordt, moeilijk verstaanbaar gedrag. Regelmatig vind ik dat gedrag uitstekend verstaanbaar. In de zomervakantie zeiden veel mensen die afhankelijk zijn van de zorg zonder daar woorden aan te geven bijvoorbeeld: geef me mijn vertrouwde begeleiders, de invallers die hier nu zijn snappen er niets van. En: ik snap er zelf ook niets meer van. En: ik ben bang.

    Op de eerste dag van die twee doorbuffelweken werd ik ziek. Flink ook. De redenen dat ik in die weken überhaupt zo absurd veel werkte op deze groepen is dat ze het rooster buiten de zomervakantie al nauwelijks rond kregen, dat ik voor een aantal mensen die veel ondersteuning nodig hadden misschien niet een vertrouwde begeleider was, maar wel een bekende, en dat ik vind dat ik als zzp’er met veel zeggenschap over mijn eigen rooster een verantwoordelijkheid heb naar de plekken waar ik kom, de verantwoordelijkheid om niet alleen de fijne diensten te werken, maar er ook te staan als de nood het hoogst is.

    Dus ik belde om te zeggen dat ik een halfuur later zou zijn, stopte mezelf vol pijnstillers, douchte extra lang en kocht bij de supermarkt alles waarvan ik ook maar het vermoeden had dat ik het zou willen eten die dag. Ik stapte binnen in een puinhoop. Een bewoner was zo in de war dat hij mijn collega had geslagen, zijn kleren uit had getrokken en op de grond had geplast. De collega durfde hem niet meer te helpen. ‘Ik had het je niet vergeven als je je ziek had gemeld,’ was het eerste dat ze zei. Ik hielp de bewoner, die uiteindelijk best een prima dag had, dronk veel koffie en keek de collega de rest van de dienst niet meer aan.

    Ik ben ernstig overbelast geraakt, niet per se tijdens die twee weken. Ik heb je nooit echt verteld hoe diep die overbelasting in mijn bestaan sneed, want ik wilde niet dat je je zorgen maakte terwijl ik overtuigd was van mijn spoedig herstel. In het afgelopen halfjaar heb ik mezelf ontslagen van elke verantwoordelijkheid behalve rusten, herstellen en mijn plezier terugvinden. Ik geloof dat het precies de goede aanpak was om uit mijn situatie te komen. Het was tegelijkertijd een absurde keuze, rusten terwijl de toestand van de wereld om steeds meer strijd vraagt, plezier maken terwijl volkeren uitgeroeid worden, op reis gaan terwijl er zo veel migranten vermoord worden.

    Ik kan me niet herinneren dat jij een van onze afspraken ooit hebt afgezegd wegens zieke, en ik heb je er nooit op kunnen betrappen dat je beter thuis had kunnen blijven. Ik kan me voorstellen dat je goed in contact staat met wat je nodig hebt, maar er niet altijd even goed naar luistert.

    De wereld heeft altijd meer van je nodig dan je kan geven en ik geloof niet dat je in therapie kan leren hoe je daarmee omgaat. Het is prachtig dat ik heb geleerd mijn grenzen beter te herkennen, maar het is bespottelijk om in deze samenleving het bewaken van de innerlijke vrede tot je voornaamste doel hebben.

    Ik heb een lijf dat aangeeft dat het ziek is, een lijf dat herstelt. Dat is een groot goed. Volgens mij ben ik klaar met rusten. Ik voel me losgezongen van van alles wat belangrijk voor me is, en ik moet weer meer gaan leven. Hoe weet je dat je dat aankan, en hoe ziet dat aan kunnen eruit? Het zou me erg helpen je goedkeuring te krijgen.

    Liefs,

    J

  • Vannacht heb ik weer aan je gedacht. Ik heb een onstilbare honger, al dagen raak ik niet verzadigd, wat ik ook eet. In bed dacht ik aan de keer dat we over mijn dorst spraken. Ik zei dat ik dacht diabetes te hebben en jij vroeg me waarom ik dat dacht. ‘Ik heb steeds zo’n dorst,’ zei ik. Jij zei dat de kans groot was dat ik alleen maar dorst had omdat ik vocht nodig had en vroeg me of er andere aanwijzingen voor diabetes waren. Die aanwijzingen vond ik niet. Je zei dat ik niet naar de dokter hoefde en gewoon moest drinken. Ik geloofde je niet, maar was evengoed opgelucht dat iemand voor me besloot dat ik niet naar de dokter hoefde.

    Inmiddels herken ik dorst als een teken van dat ik goed met mezelf in contact sta.

    Toen ik de slaap vannacht niet kon vatten was ik ineens weer bang voor diabetes. Ik heb laatst een training over diabetesmedicatie gevolgd en ben het meeste weer vergeten omdat ik niet werk met mensen die diabetes hebben. Ik herinner me vaag iets over honger geleerd te hebben, maar ik weet niet meer waar die honger een signaal van is. Toen ik voor de tweede keer vannacht op de wc zat dacht ik: dit is mis. Je moet niet te veel plassen, dat weet ik nog.

    Ik heb geen afspraak met de dokter gemaakt. Wel heb ik vandaag bij de Lidl veel groente en fruit gehaald. Vanmiddag heb ik een grote salade gegeten. Zo hoop ik de mogelijke symptomen van mijn nieuwe ziekte om te keren, voordat ik überhaupt te weten kom of ik echt ziek was geworden. Een beetje zoals ik voorheen inlogde bij het CJIB om een betalingsregeling te treffen, al voordat ik met een schaar alle ongeopende post openritste.

    Ik neem vaak verantwoordelijkheid voor wat ik verkeerd heb gedaan vlak voordat ik met de gevolgen geconfronteerd word. Zo heb ik altijd een weerwoord: het is al opgelost. Dat is een terugkerend patroon en ik vraag me af op welke manier dat in mijn persoonlijke relaties tot uiting komt. Jij zou me dat kunnen vertellen denk ik, maar misschien kom ik zelfstandig uiteindelijk ook tot inzicht over wat dit patroon betekent.

    Vorig jaar kwam ik eens iemand tegen met wie ik groepstherapie had gevolgd. Ze vertelde me dat in haar alle therapeutische processen na het einde van de groepstherapie vrij gestopt waren en dat ze er niet meer zo mee bezig was. Ik weet niet of het goed is, maar dat herken ik niet. Het blijft stromen, alles wat ik heb geleerd, al ben ik blij dat het niet meer zo hard kolkt van binnen.

    Liefs,

    J