Afgelopen week was ik ziek, en ik kan je tevreden melden dat ik me ziek heb gemeld. Na een dag vol onrustige dutjes in bed was ik genoeg opgeknapt om weer aan het werk te gaan. Ik weet dat het niet altijd zo werkt met ziekte, ziekte duurt soms langer, soms gaat het helemaal niet voorbij.
Afgelopen zomer werkte ik gedurende de bouwvak twee weken lang bijna elke dag, en ook nog eens veel dubbele diensten. Ik was betrokken bij een aantal groepen met bewoners met, zoals dat in de gehandicaptenzorg vaak genoemd wordt, moeilijk verstaanbaar gedrag. Regelmatig vind ik dat gedrag uitstekend verstaanbaar. In de zomervakantie zeiden veel mensen die afhankelijk zijn van de zorg zonder daar woorden aan te geven bijvoorbeeld: geef me mijn vertrouwde begeleiders, de invallers die hier nu zijn snappen er niets van. En: ik snap er zelf ook niets meer van. En: ik ben bang.
Op de eerste dag van die twee doorbuffelweken werd ik ziek. Flink ook. De redenen dat ik in die weken überhaupt zo absurd veel werkte op deze groepen is dat ze het rooster buiten de zomervakantie al nauwelijks rond kregen, dat ik voor een aantal mensen die veel ondersteuning nodig hadden misschien niet een vertrouwde begeleider was, maar wel een bekende, en dat ik vind dat ik als zzp’er met veel zeggenschap over mijn eigen rooster een verantwoordelijkheid heb naar de plekken waar ik kom, de verantwoordelijkheid om niet alleen de fijne diensten te werken, maar er ook te staan als de nood het hoogst is.
Dus ik belde om te zeggen dat ik een halfuur later zou zijn, stopte mezelf vol pijnstillers, douchte extra lang en kocht bij de supermarkt alles waarvan ik ook maar het vermoeden had dat ik het zou willen eten die dag. Ik stapte binnen in een puinhoop. Een bewoner was zo in de war dat hij mijn collega had geslagen, zijn kleren uit had getrokken en op de grond had geplast. De collega durfde hem niet meer te helpen. ‘Ik had het je niet vergeven als je je ziek had gemeld,’ was het eerste dat ze zei. Ik hielp de bewoner, die uiteindelijk best een prima dag had, dronk veel koffie en keek de collega de rest van de dienst niet meer aan.
Ik ben ernstig overbelast geraakt, niet per se tijdens die twee weken. Ik heb je nooit echt verteld hoe diep die overbelasting in mijn bestaan sneed, want ik wilde niet dat je je zorgen maakte terwijl ik overtuigd was van mijn spoedig herstel. In het afgelopen halfjaar heb ik mezelf ontslagen van elke verantwoordelijkheid behalve rusten, herstellen en mijn plezier terugvinden. Ik geloof dat het precies de goede aanpak was om uit mijn situatie te komen. Het was tegelijkertijd een absurde keuze, rusten terwijl de toestand van de wereld om steeds meer strijd vraagt, plezier maken terwijl volkeren uitgeroeid worden, op reis gaan terwijl er zo veel migranten vermoord worden.
Ik kan me niet herinneren dat jij een van onze afspraken ooit hebt afgezegd wegens zieke, en ik heb je er nooit op kunnen betrappen dat je beter thuis had kunnen blijven. Ik kan me voorstellen dat je goed in contact staat met wat je nodig hebt, maar er niet altijd even goed naar luistert.
De wereld heeft altijd meer van je nodig dan je kan geven en ik geloof niet dat je in therapie kan leren hoe je daarmee omgaat. Het is prachtig dat ik heb geleerd mijn grenzen beter te herkennen, maar het is bespottelijk om in deze samenleving het bewaken van de innerlijke vrede tot je voornaamste doel hebben.
Ik heb een lijf dat aangeeft dat het ziek is, een lijf dat herstelt. Dat is een groot goed. Volgens mij ben ik klaar met rusten. Ik voel me losgezongen van van alles wat belangrijk voor me is, en ik moet weer meer gaan leven. Hoe weet je dat je dat aankan, en hoe ziet dat aan kunnen eruit? Het zou me erg helpen je goedkeuring te krijgen.
Liefs,
J