Op het vliegveld van Bangkok wachten we op onze koffers. Een gele en een mintgroene. We staan achter drie keurig geklede mensen die het zicht blokkeren op de lopende band die de bagage van onderaf naar de roterende bagageband brengt. Ze staan er strak tegenaan, alsof ze geen tijd te verliezen hebben, hun bagage onmiddelijk moeten pakken en dan rennen naar een belangrijke afspraak.
‘Wie het laatst een van onze koffers ziet is een loser,’ wil ik tegen Lola zeggen, maar voor het mijn mond uitkomt wijst ze naar de gele koffer die omhoog komt. Ik zie hem tussen de keurig geklede mensen langspiepen.
We lopen naar de zijkant van de band om de koffer te pakken, ook de mintgroene ligt inmiddels op de band. Als ik nog eens naar de keurig geklede mensen kijk, zie ik dat ze in dienst van het vliegveld zijn. De midddelste van de drie draagt een zwart stootkussen aan een stok, die hij selectief inzet om al te zware of fragiele koffers die van de lopende band geworpen worden een zachte landing te geven.
Geef een reactie