Onder de douche spoel ik het strandzand van mijn voeten en terwijl ik de korrels in het putje zie verdwijnen denk ik: ik kan alleen maar nemen, het is haast ondoenlijk om het anders te doen, overal waar ik kom verdwijnt iets.
Ik ben op vakantie met iemand met wie ik twee jaar geleden een date had. Na de date spraken we elkaar niet meer, tot we vrienden werden.
Vandaag zagen we Atlantische Oceaan, onmogelijk om je toe te verhouden, zoveel water, zoveel geschiedenis, zoveel dat nu gebeurt. We verzonnen een ritueel, iets met het zoeken van een steen die we eigenlijk mee naar huis zouden willen nemen, we vonden beiden een steen waarvan we eerst ‘deze houd ik misschien toch voor mezelf’ zeiden, gebruikten de stenen, lieten alles wegnemen door het water.
We maakten geen foto’s en misschien zijn sommige dingen niet om opgeschreven te worden, sommige dingen zijn om te doen en niet over te spreken, zoals ik vroeger in de zandbak met een vriendin een grot bouwde voor god, waarna we met onze nagels het merg uit pitrusstengels gutsten en omhoog gooiden, zo hoog als we konden, naar god, en het maakte niet uit dat ik niet geloofde, sommige dingen doe je omdat ze moeten gebeuren, sommige dingen zijn niet om gezien te worden, sommige dingen zijn om te doen.
Wat ik heb geleerd: je hoeft het niet met plezier te doen. Dit gaat op voor zo ongeveer alles wat ik voorheen meed om aan mijn tegenzin te ontsnappen. Een groot deel van de dingen die ik vroeger deed terwijl ik hard werkte mijn aversie te onderdrukken schijn je juist weer niet te moeten doen als je er geen zin in hebt.
Vandaag is tegenzindag. Ik zet vrolijke muziek op, want je hoeft het niet zwaarder te maken dan nodig, en met Club Tropicana werk ik de lijst die ik gisteravond maakte punt voor punt af. Vaatwasser uitpakken, vaatwasser inpakken. Factuur sturen. Stofzuigen. De berg met schone was opruimen. De berg met vieze was wassen. Kleding naar de kledingcontainer brengen. Drie seo-teksten schrijven. De statiegeldflessen inleveren. Mijn beschikbaarheid doorgeven aan een bemiddelingsbureau. Planten water geven. Het oud papier wegbrengen. Datingapps verwijderen. Kattenvoer kopen. Stofzuigen. Een pakketje halen. Mijn haren verven. Stofzuigen.
Handen uit de mouwen, gezicht lang.
Zo halverwege de lijst komt het moment waarop je verwacht dat het leuk wordt. Je hebt zo veel tiktoktherapeuten gezien dat je bent gaan geloven in een moeiteloze maakbaarheid, dat een halve dag hard werken beloond wordt met een karakterhervorming die ervoor zorgt dat je je voortaan met een Mary Poppins-achtige moeiteloosheid door het leven beweegt. Zulke verwachtingen keren zich tegen je, je moet de tegenzin omarmen, hen als een soort knorrige friend zien die soms zomaar aan komt waaien, als iemand die je de hele dag onder je hoede hebt. Hoor hun gemopper aan, ga er niet op in, doe ondertussen je werk. Met wat geluk staan je samen tegen een uur of drie samen Mr. Blue Sky mee te zingen, en anders maar niet.
Hou tegenzin even stevig vast aan het einde van de dag, bedank elkaar, zeg: je hebt hard gewerkt. Ga ook als je het samen zwaar had zonder ruzie slapen, je weet nooit wanneer jullie elkaar weer zien.
1.
Na alle jaren therapie blijken er gevoelens en gedachten verdwenen die ik altijd bij me droeg, zonder dat ik ze ook maar besproken heb. De terugkerende onzekerheid over of ik nog leef, of ik niet zonder dat ik het gemerkt heb een dodelijk ongeluk heb gehad en me sindsdien het hele leven verbeeld. De altijd sluimerende gedachte dat ik te laat ben met alles, dat ik alle belangrijke dingen heb gemist op het moment dat ze ertoe deden. Het gevoel dat er altijd iemand meekijkt met alles wat ik doe, ook als ik alleen ben.
2.
Soms heb ik de behoefte mijn oude hoofdbehandelaar te vertellen wat ik meegemaakt of gedaan heb. Meestal is dat omdat er iets positiefs gebeurd is. Ik kan de momenten waarop ik haar wil contacteren interpreteren als een bevestiging van mijn welzijn, ik zou haar ook gewoon een keer een kaart kunnen sturen.
3.
Tijdens de laatste van de individuele sessies die bij het groepstherapiepakket in zaten, wees de psycholoog naar een poster aan haar muur. Op de poster stond een gebroken vaasje, dat met gouden voegen weer keurig overeind stond.
‘Die afbeelding doet me aan jou denken,’ zei ze. En ze startte te vertellen over kintsugi.
‘Nee,’ zei ik. ‘Nee. Ik ben nooit kapot geweest, ik heb precies gedaan wat ik kon doen gezien de omstandigheden, ik had alles al aan boord, ik had alleen nooit leren sturen.’
Ik ben hier met de dag meer in gaan geloven.
Vannacht droomde ik dat ik weer een relatie had met een man. Hij had halflang krullend haar, een brede mond met van die tanden erin, droeg een net te strakke spijkerbroek, was slungelig, een tikje sullig. Zo’n rustig lachende man, zo een was het.
We gingen naar een bar die tegelijkertijd Kult te Groningen, Pamela te Amsterdam en openbare basisschool de Braskörf te Veendam was. Iedereen die biseksueel was kreeg er een wc-ketting mee om te kunnen plassen, net als op de kleuterschool. Een tikje bifobisch vond ik het, maar ik moest nodig en droeg daarom de ketting met houten vierkante en ronde kralen in primaire kleuren keurig om mijn nek.
De wc was opgeblazen of werd verbouwd, een van beide, er was weinig van over maar er hingen nog wat witte tegels op de muur en er zat een gat in de grond.
Toen ik terugkwam van het plassen sloeg de man een arm om me heen. Hij keek me in mijn ogen, en mijn lijf vervulde zich met weerzin. Alsof ik moest overgeven en niemand mocht het zien. O ja, dacht ik. Is ook zo. Zo voelde het. Nu weet ik weer hoe het was.
En dit is het grootste geluk: oma die de telefoon opneemt. Oma die de telefoon opneemt terwijl ik er al van uitging dat ze dat niet zou doen, omdat ze niet altijd meer weet hoe dat moet. Oma die de telefoon opneemt en aan wie ik vraag wat ze gegeten heeft en dat ze antwoordt en dat er even niets doorklinkt van verwarring. Oma de telefoon opneemt en stamppot snijbonen heeft gegeten en niet furieus is om redenen die voor mij niet te doorgronden zijn. Oma die vraagt naar hoe het met me gaat. Oma die zegt dat ze niets meemaakt en dat ik dan zeg dat ik ook niets meemaak en dat oma dan zegt dat we maar gewoon door moeten gaan, precies zoals we dat altijd tegen elkaar zeggen. Oma die zegt dat ze blij is dat ze sneeuw weg is, maar het nog wel te koud vindt. Oma die zich zorgen maakt over hoe oud haar hond is en hoe veel hij slaapt. Oma die na een stilte die valt het gesprek zelf weer oppakt. Oma die vertelt dat ze dit jaar negentig wordt. Oma die hoort dat ik binnenkort naar Marokko ga en enthousiast reageert en zegt dat ik moet genieten van het leven. Oma die vertelt over haar vakanties met opa en dat ze nooit bang was voor vliegen. Oma die vertelt dat ze op televisie een huilende vrouw ziet en een andere vrouw die de huilende vrouw aait, oma die vraagt of ik dat ook zie, het wordt nu uitgezonden op zes. Oma die ‘maar afijn, ik ga weer verder’ zegt en dat we ophangen en dat ik zeg ‘doei oma, doei lieve oma, doei, doei, doei lieve oma’ net zo lang als ze mij altijd uitzwaait vanaf haar balkon, precies tot het moment dat de ander niet meer binnen bereik is.
Er is zo veel zo kleins, er is zo veel om aan vast te houden.
Ik denk aan de vrouw die niet alleen op beeld de meest aanstekelijke lach heeft die ik in tijden heb gezien, maar vermoedelijk ook nog eens grappig en een goede gesprekspartner is in het echt.
Ik open Feeld om te zeggen dat het me spijt dat ik niet meer had gereageerd, dat ik opgeslokt werd door alles rondom door mijn dementerende oma die de afgelopen tijd soms furieus op me was en dat ik de datingapps voorlopig even laat voor wat ze zijn. Ze heeft de connectie al verbroken.
Ik zocht voor Shortreads uit wat een tientje waard is.
Toen ik op 1 januari besloot dat ik weer regelmatig wilde schrijven, bepaalde ik meteen dat ik dat elke dag moest doen. Het stellen van onrealistische doelen, het maken van onhaalbare plannen en het doen van onmogelijke toezeggingen zijn de de laatste tekenen van overbelasting, zoals ooit geheugenverlies het laatst overgebleven symptoom van mijn depressie was. Het gaat goed, het enige dat ik nog moet leren is terugschakelen, niemand heeft het me ooit geleerd, ik heb er geen handleiding voor gevonden, ik snap niet hoe het moet, maar het enige dat ik nog moet leren is terugschakelen.
In de donkere maanden ben in mijn eentje verantwoordelijk voor minstens tien procent van de bezoeken aan zonoponder.nl.
Vanaf ergens halverwege november tel ik de dagen af tot aan de kortste dag, tot aan dat de dagen weer lengen. Vanaf dan blijft het ’s middags steeds wat langer licht, al komt de zon in de eerste dagen na de kortste dag nog steeds wat later op. Ik kijk uit naar alle mijlpalen; het moment waarop de ochtenden steeds wat eerder licht beginnen te worden, het moment waarop de zon pas om vijf uur ondergaat (morgen!), de dag waarop de zon al om acht uur op is.
Ik heb last van winterdepressies, ik krijg daar lichttherapie voor. Dat helpt aardig, maar neemt niet alles weg.
Het fijnst aan winterdepressies is dat ze eindig zijn. En als je ze maar vaak genoeg meemaakt: voorspelbaar. Bij mij begint er in september een kleine somberte te sluimeren, in december is het zwaar en ergens in maart krijg ik een klap die me op de een of andere manier altijd overvalt.
’t Het nog nooit, nog nooit zo donker west, of t wer altied wel weer licht. Nog twee maanden tot aan de klap.
En ik wil niet somber doen, ik geloof niet dat ik me momenteel bijzonder terneergeslagen voel, maar na de klap is de wereld er weer, of eigenlijk is de wereld er altijd, en ik kan aftellen wat ik wil, maar misschien heb ik me vergist toen ik dacht dat donkere dagen te maken hadden met de hoeveelheid lichturen, laat de duur van de echte donkerte zich niet voorspellen, is het donker niet iets om lijdzaam uit te zitten, maar iets om je verantwoordelijk voor en onderdeel van te voelen, iets om strijdbaar tegen te gaan.
Vandaag ging ik naar de oma die ik nauwelijks zie om redenen waar we niet over praten.
‘Och, moi!’ riep oma verbaasd toen ik binnenstapte. ‘Kind, wat doe jij hier?’
‘Ik had zin in een kopje koffie,’ zei ik.
Oma zette koffie voor mij, thee voor zichzelf. Ze bewoog trager dan de laatste keer dat we elkaar zagen, liep iets meer voorovergebogen.
Oma haar papegaai was dood. Al een halfjaar. Ik werkte inmiddels voor andere opdrachtgevers. Oma had in een huisje op de Veluwe gezeten. Ik reed nog steeds in mijn gele auto. Oma had een spuit in haar oog gemoeten en dat was haar erg meegevallen. Ik was naar Jordanië en Marokko geweest.
‘Dat je dat durft,’ zei oma. ‘Zo ver weg.’
Als ik antwoordde zette oma haar linkerhand om haar oor, om me beter te verstaan.
‘Heb je al weer een vriend?’ vroeg oma.
‘Ik heb geen mannen meer in mijn leven,’ zei ik.
Oma keek me aan en nam een slok van haar thee.
‘Ik ben overgestapt,’ zei ik.
‘Oh,’ zei oma.
‘Leek me beter.’
‘Oké,’ zei oma. ‘En de kat, is daar ook nog steeds alles goed mee?
Op dagen dat de totaliteit me zwaar valt denk ik: er is altijd iemand die nu precies hetzelfde doet maar dan met kinderen, in een samenleving zonder village, ik ben een opgelost stukje village, moe op de bank.
Wat ik in de afgelopen jaren deed: naar therapie gaan om mentaal gezond te worden, werken om financieel gezond te worden. Slapen. Als er tijd over was: mensen zien.
Mijn enige levensdoel was herstellen van alles wat eerder was gebeurd, een missie zo monomaan dat mijn eigen welzijn er op haast onverenigbare wijze totaal van ondergeschikt belang aan was.
De huidige opdracht is rust vinden. Je zou denken dat rusten na een lange periode van overbelasting eenvoudig is. Eindelijk, je kan zitten, je hoeft niets, lees een boek, kijk een film. Tel de sneeuwvlokken. Maar je systeem staat op doorgaan, dus je moet het trainen: Nu ga je zitten. Je gaat een film kijken. Je moet de film uitkijken. Leg je telefoon aan de kant. Blijf zitten. Blijf zitten. Zet de film weer aan. Leg je telefoon aan de kant. Je gaat de film uitkijken. Blijf zitten. Leg je agenda weg. Zet de film weer aan. Goed gedaan. Nu mag je opstaan.
Langzaamaan lukt het steeds beter.
Deze week is helweek. Ik weet dat er een coach met een militaire achtergrond bestaat die een levensveranderende methode rondom de term helweek heeft gebouwd, maar ik heb geen tijd voor levensveranderende methodes, hier is helweek de term voor weken waarin ik aanzienlijk meer werk dan goed voor me is.
Mijn laatste helweek was al even geleden. Ik verbaas me erover hoe slecht de resultaten van mijn oefeningen in rust deze week overeind blijven. Rust heeft rust nodig, kennelijk. Als ik thuis kom slaap ik kort op de bank, ik kook wat en doe de was, ik eet koekjes, scroll veel op mijn telefoon, en het liefst (en dit vind ik nog het ergst) zit ik met mijn agenda en markeerstiften op schoot het overzicht te bewaren. Wanneer werk ik, hoe laat ben ik thuis, wanneer betaalt welke opdrachtgever welke factuur, hoeveel werk ik volgende maand, wat betekent dat voor mijn uitbetalingen, wanneer heb ik vakantie, voor welke dip in de uitbetalingen zorgt die vakantie, hoeveel dagen rust heb ik na mijn vakantie, wanneer kan ik inpakken, hoe veel opdrachten heb ik na mijn vakantie, hoe vaak heb ik twee achtereenvolgende dagen vrij in de komende maanden, hoe veel werk moet ik nog aannemen, hoever vooruit plan ik al vrije momenten in, als je een beetje vooruit bladert zie je dat het eigenlijk al zo goed als mei is. Doe je agenda dicht. Goed gedaan. Nu mag je opstaan. Naar je werk.