Zulks dankbaar werk

Ik heb leuk werk.  Ik heb zwaar werk. Ik vraag me wel eens af hoe ik de dag tot een goed einde moet brengen.

Ik werk met een groep bijzondere mensen. Ze maken me aan het lachen. Zetten me aan tot nadenken. Zingen met me. Willen liever niet dat ik er ben. Slaan me. Pakken mijn hand vast. Zijn bang voor me. Moeten mijn hulp accepteren.

De mensen waar ik mee werk, wonen in een instelling. Mijn werkgever.

De mensen waar ik mee werk, doen niet mee in de maatschappij. Dat is te moeilijk, niet in de laatste plaats voor de maatschappij.

Er bestaat een romantisch beeld van het werk dat ik doe. Iemand slaat zijn arm om een onzeker meisje met het syndroom van Down, zegt dat ze er mag zijn en ze kan er weer tegenaan. Mijn werk voldoet bijna nooit aan dit plaatje.

Gelukkig zitten mijn dagen meestal vol goede momenten. Maar wanneer het erop aankomt, volstaat het niet mijn arm om iemand heen te slaan.

Ik werk met angstige mensen. Mensen die bang zijn, kunnen boos worden.

Als ik iemand help die bang is, écht bang, lijken de geruststellende woorden die ik zeg voornamelijk aan mezelf gericht. Als ik iemand help die bang is, moet ik soms grenzen stellen. Of iemand ‘uit de situatie halen’, zoals het zo netjes genoemd wordt.

Mijn werk draait erom dit soort momenten tot een minimum te beperken. De momenten waarop een bewoner het niet meer weet, en ik soms ook begin te twijfelen. Daar waar de maatschappij ophoudt begripvol te zijn en betaalde krachten het overnemen. En zoals ik een politie-agent niet bedank voor een bekeuring, bedankt een bewoner mij niet als zo’n moment zich toch voordoet.

Dat hoeft ook niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *