Weggespoeld

Ik zeg soms dingen waarvan ik niet weet of ik ze meen, zoals: als deze telefoon stuk is, neem ik geen nieuwe smartphone.

Gisteren hoorde ik op mijn werk iets in de wc vallen. Mijn hersenen registreerden de plons pas op het moment dat ik al doortrok. Toen ik in de pot keek, zag ik een golf water boven de afvoer bruisen. Een halve seconde lang was ik opgelucht, want ik zag alleen maar water. Tot de golf in de afvoer verdween en mijn telefoon onthulde.

Er was geen paniek. Ik pakte mijn mobiel uit het water, droogde hem vluchtig met een handdoek en drukte een knop in. De telefoon werkte en viel meteen weer uit.

Dat komt nog wel goed, dacht ik. Daarna las ik dat je een telefoon die in het water is gevallen zo lang mogelijk moet laten rusten, om kortsluiting te voorkomen.

In de trein op weg naar huis dacht ik over wat ik zou gaan missen. WhatsApp. De werkgerelateerde WhatsApp-groep. De andere werkgerelateerde WhatsApp-groep. De WhatsApp-groep over met zijn allen naar de film gaan, terwijl we überhaupt nooit ergens met zijn allen naartoe gaan. Goede gesprekken met vrienden. Gesprekken met mannen die ik nooit gezien heb. Als zij denken dat ik relevant ben, hebben ze mijn nummer.

Ik dacht aan Twitter. Aan Facebook. Aan websites die ik graag bezoek. Ik dacht aan de laptop die ik thuis heb staan en uitstekend kan gebruiken voor deze dingen.

Ik pakte een boek uit mijn tas. Ik was er vorige week in begonnen en had het nog niet weer geopend. Het was een van mijn lievelingsboeken op de middelbare school. Ik las over Johannes. Hij ontmoette Hein en hoorde hoe Hein antwoordde op de vraag hoe het met hem ging.

– ‘Druk, druk!’ – zeide de lange man en wischte zich het koude zweet van het beenige, bleeke voorhoofd.

Ik begreep het. Het was nog maar 1884, maar de Dood heeft nooit stilgezeten.

Tussen het station en mijn huis miste ik mijn oordopjes. Ik sluit me graag af, maar had nu geen muziek meer.

De geluiden van de stad zijn clichés. Brommers, studenten die een lied zingen, het krik-krak-krik-krak van iemand op een fiets die het bijna begeeft. Ik kan hier aan wennen, dacht ik. Iets later, toen ik romantische muziek hoorde en een huis inkeek waar ik twee mensen lief op een salontafel zag dansen, leerde ik wat je mist als je blik de geluiden om je heen niet kan volgen.

Ik heb geen Tinder meer, besefte ik toen. Alle matches, alle leuke gesprekken en alle mooie mannen zijn weg. Alle grappige mannen zijn weg. Alle slimme mannen zijn weg. Ik heb geen van de matches ooit ontmoet. Een hoop mogelijkheden waren me ontnomen. Even vond ik het jammer. Daarna bedacht ik dat het leven me genoeg beloftes doet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *