Wat je tegenkomt als je opruimt

Mijn gang stond al weken vol met dozen, er zat een nieuw bed in. Het matras waarop ik sliep zat vol kuilen en herinneringen van iemand voor mij. Herinneringen die ik niet kende en die ik niet had gemaakt. De laatste tijd wilde ik niet dat Oscar bij me sliep, vanwege de kuilen. Ik werd soms wakker met rugpijn en wilde dat Oscar niet aandoen.

Gisteren kwam mijn broer het bed in elkaar zetten.
‘Misschien,’ zei ik vooraf voorzichtig, ‘moet ik het huis opruimen terwijl jij het bed in elkaar zet.’
‘Geen sprake van,’ zei Floris.

Voordat Floris kwam haalde ik mijn oude bed grotendeels uit elkaar, zodat ik de slaapkamer schoon kon maken. Mijn leefomstandigheden hoeven de werkomstandigheden van een ander niet te zijn. Ik pakte de nieuwe stofzuiger, die ook al weken stond te wachten tot er iets ging gebeuren. Ik pakte een vuilniszak. Ik pakte doekjes. Ik huilde tot de vloer zichtbaar was en schoon.

Ik ontdekte een kier, daar moesten muizen wonen. Ik vond mijn eerste pogingen tot poëzie, van voordat mijn leraar Nederlands me vakkundig alle plezier in het lezen en schrijven van gedichten ontnam. Ze rijmden en waren erg puberaal. Ik weet nog dat ik toentertijd dacht dat het volwassen leven mooier zou zijn, maar ik heb vooral geleerd alles iets mooier te verwoorden.

Toen Floris mijn huis zag, sommeerde hij me om op te ruimen.
‘Maar je wilde toch samen het bed in elkaar zetten?’ vroeg ik.
‘Ik heb me bedacht,’ zei hij.

Ik ploegde door mijn woonkamer. Af en toe keek ik bij Floris.
‘Hoe gaat het, kan ik iets doen?’
‘Opruimen,’ zei hij dan.

Ergens in dit jaar wil ik verhuizen. Dat maakt het gemakkelijker afstand te doen van de spullen die ik in de loop der jaren heb verzameld. Ik vulde vuilniszakken vol afval en vulde een doos met spullen voor de kringloopwinkel. In een trommeltje vond ik kaarten die een ex lang geleden aan me schreef. ‘Ik blijf altijd van je houden,’ stond op een van de kaarten. Ik weet niet goed of en hoe lang je zoiets moet bewaren.

Toen het bed bijna in elkaar zat, werd er pizza bezorgd. Floris en ik aten in de woonkamer, hij complimenteerde me met de voortgang.

Ik dacht aan hoe zelden het gebeurt dat iemand bij me eet. Hoe lang het geleden is dat Oscar bij me sliep. Ik stuurde Aurore een bericht en vroeg of ze binnenkort wilde komen helpen mijn uitdijende kledingberg uit te zoeken. Ik vroeg Oscar of hij deze week wilde komen slapen en afwassen.

Ik dacht aan hoe ik leef in een extreem gevuld museum met zaken uit mijn verleden (een klokhuis van gisteren, de krant van vorige week, de concertkaartjes van zes jaar geleden) en wist niet goed of dat betekent dat ik vasthoud aan dat verleden of juist ontwijk wat er achter me ligt.

Een gedachte over “Wat je tegenkomt als je opruimt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *