Wakker geworden

Mijn schenen doen pijn.

Ergens in mijn hersenen bevindt zich een knop waarmee de snelheid van mijn functioneren geregeld wordt. De knop zit haast dichtgedraaid. Ik wil aan mijn schenen voelen om te zien of ik een wond heb, ik vermoed een schaafwond, maar eerst moet ik de knop zien te vinden. Het lijkt alsof mijn hoofd gevuld is met Napoleonballen.

Mijn slaapkamer bevindt zich aan de straatkant van het huis. Er rijden auto’s. Er spelen kinderen. Uit hun geluiden kan niet opmaken of ze plezier hebben of ruzie.

Ik lig onder een wit dekbed zonder overtrek. Het overtrek ligt aan het voeteneinde van mijn bed. Een bergje panterprint. Ik herinner me niet dat ik het overtrek van het dekbed af heb gehaald.

Naast mijn kussen ligt mijn telefoon. De accu is leeg.

Ik heb hem gebeld, weet ik nog. Ik kwam thuis en heb hem gebeld. Het gesprek ben ik kwijt. De herinneringen zijn op. Laat het een redelijk gesprek geweest zijn. Laat me gezegd hebben hoe lief ik hem vind.

De suis in mijn oren is niet constant. Het geluid lijkt steeds iets aan te zwellen, het gaat gelijk op met het bonzen in mijn hoofd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *