Waarom ik niet stil kan zijn

1.
Een paar maanden geleden bleef ik bij iemand slapen, nadat we naar een feest waren geweest. Er logeerde ook een man die ik nauwelijks kende.

Ik had niet aan zijn gedachten gedacht.

Ik stond met een piep in mijn oren in de woonkamer voor me uit te staren. De man wilde me helpen met het uittrekken van mijn jas. Ik zei dat ik zelf mijn jas wel uit kon trekken. Hij probeerde me gerust te stellen. Ik zei dat ik zelf mijn jas wel uit kon trekken. Hij probeerde mijn jas uit te trekken. Ik zei dat ik verdomme jaren had gedaan over het aangeven van mijn grenzen en dat ik het zou waarderen als er naar me geluisterd werd als ik dit deed. De man zei dat het goed was dat ik dit aangaf, dan zou hij er voortaan rekening mee houden. Ik brieste iets over altijd rekening moeten houden met de grenzen van anderen, maar hij kon niet beloven dat hij dat zou doen.

Ik zat onder de glitter en herinnerde me hoe hij me eerder op mijn billen had geslagen.

2.
Een week geleden reed ik op een fietspad. Een auto die me tegemoetkwam reed breed en de bestuurder stak zijn hand uit het raam, waardoor ik niet verder kon fietsen.
‘Je hebt geen licht op je fiets,’ zei hij.
‘Ja, doei. Waar is je zwaailamp?’ zei ik. Ik wilde vlug doorfietsen. Het was donker en twee mannen in een auto reden me klem op een fietspad. In de stad, maar toch. De auto reed een stukje achteruit, waardoor ik niet weg kon komen.
‘Even serieus,’ zei de man door het geopende raampje. ‘Waarom heb je geen licht?’ Ik zag dat de bijrijder een portofoon aan zijn arm droeg.
‘Mag ik je legitimatie zien?’ vroeg ik, in plaats van alsnog gauw weg te fietsen. De man pakte een kaartje en zwaaide het snel voor mijn gezicht langs.
‘Nee,’ zei ik, ‘langzaam, anders kan ik het niet zien.’ Er stond ‘politie’ op het kaartje. En een fotootje. ‘Mijn fietslampjes zitten nog op mijn andere fiets.’
De kennelijke politieman vond het geen goed excuus. Ik kreeg voor deze keer geen boete, als ik maar lopend door het donker naar huis ging.

3.
‘Weet je waar ik blij mee ben? Met seks. Ik wist toch niet helemaal hoe dat precies zou gaan worden na de EMDR.’
Tot nu toe was de avond vrij luchtig geweest. Een vriend nam een slok van zijn bier. ‘EMDR?’
Ik vertelde over een nare ervaring, meer dan tien jaar geleden. En wat voor verlammende invloed dat had gehad. Al die jaren lang. Op mij, en op mensen die dicht bij me stonden. Ik vertelde over hoe ik er niet over verteld had. Dat was gek, want ik was lange tijd altijd open over al mijn avonturen. Totdat ik iets vervelends meemaakte.

Ik dacht dat het aan mij had gelegen, (allerlei clichés klopten: er was van alles met instemming aan voorafgegaan, anderen hadden gezegd dat deze man niet oké was, ik had wat gedronken), maar ‘niet zo zeuren’ als reactie op ‘nee’ is ondiscutabel verkeerd. De eerste van wie ik dat hoorde, was een psycholoog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *