Waar het misschien eindigt

Waar het begon, weet ik inmiddels ook niet meer. Ik vermoed ergens bij: ik ben moe.

1. Ik ben moe.
2. Huishouden vind ik stom.
3. Mijn keuken is een rommel.
4. Koken is gedoe.
5. Mijn slaapkamer is een rommel.
6. Ik slaap slecht.
7. Ik ben zo moe.
8. Ik heb geen puf om af te wassen.
9. Ik wil niet koken in deze keuken.
10. Ik houd niet van visite.
11. Er zit een spin op mijn slaapkamer.
12. Ik slaap op de bank.
13. Ik houd niet meer van mijn slaapkamer.
14. De woonkamer is een rommel.
15. Het licht in de wc is stuk.
16. Ik heb geen licht om het licht bij te repareren.
17. Het is meestal donker als ik thuis ben, dus de gordijnen blijven dicht.
18. Iets stinkt.
19. Ik wil slapen.
20. Ik kan niet slapen.
21. Ik zou iets moeten doen.
22. Alles stinkt.
23. Ik stink.
24. Ik douche elke morgen, soms was ik mijn haren niet.
25. Mijn kleding is vies.
26. Mijn kleding hangt te drogen aan de lijn.
27. Mijn kleding is vies.
28. Ik draag een natte trui.
29. Ik wil op bed liggen.
30. De woonkamer is stom.
31. Het is 15:41, ik heb honger.
32. Buiten blijkt de zon te schijnen.
33. Ik zie geen vloer meer.
34. Mijn vloer heeft omgekeerde stepping stones, de rommel is lava.
35. Ik ben van alles kwijt.
36. Ik weet waar mijn make-up ligt, ik maak me elke ochtend op.
37. Ik denk dat iemand boos op me is.
38. Ik heb veel chips gegeten, toch val ik af.
39. Ik heb pukkels.
40. Ik ga naar de zonnebankstudio, onderweg ontdek ik dat het nog zomer is.
41. Ik heb een aft.
42. Ik koop een appel.
43. Ik ga op bed liggen.
44. Ik ga op bed liggen.
45. Ik ga op bed liggen.
46. Iets in het bijzonder stinkt.
47. Er zitten vliegen in huis.
48. De appel is rot.
49. Ik heb een paar aften.
50. Ik heb geen zin in koken.
51. Ik bestel lasagne en eet het voor de helft.
52. Iets in het bijzonder stinkt.
53. Er zitten vliegen in huis.
54. De lasagne is rot.
55. Kraakt er een plastic zak, of hoor ik een muis?
56. Ik zet een raam open.
57. Ik ben over een paar weken jarig en denk dat ik het niet ga vieren.

Ik ben over een paar weken jarig en denk dat ik het niet ga vieren.
Ik ben over een paar weken jarig en denk dat ik het niet ga vieren.
Ik ben over een paar weken jarig en denk dat ik het niet ga vieren.

Vorig jaar rond deze tijd eindigde mijn langste relatie. Dat was droef en vermoeiend en ik vierde mijn verjaardag. Zonder plezier. Het was voor het eerst sinds ik begon met het maken van snoepzakjes voor verjaardagsvisite, dat ik geen snoepzakjes maakte. Maar ik vierde mijn verjaardag, want ik ben iemand die haar verjaardag viert. Ik vierde mijn verjaardag, omdat ik altijd aftel tot aan mijn verjaardag. Omdat ik iets slechter slaap als ik bijna jarig ben en ik verwachtte daar de rest van mijn leven last van te houden.

Ik ben over een paar weken jarig en denk dat ik het niet ga vieren.

Ik ben vrij op mijn verjaardag, maar besloot te zoeken naar een vrije dag die weken verder ligt. Ik vond een dag. Ik heb mensen uitgenodigd. Ik heb een thema genoemd. Ik heb een plan gemaakt. Ik wil lampen in huis, ik wil folie, ik wil rietjes, ik wil pluche, ik wil muziek, ik wil slingers, ik wil taart, ik wil plastic klimop, ik wil een blacklight, ik wil mensen die het niet met elkaar kunnen vinden, ik wil zelf dropshot maken, ik wil zachte muziek op de wc die niet hetzelfde is als de muziek in de woonkamer.

Vandaag heb ik een plank leeggeruimd. Al mijn schoenen met hakken staan er nu op een rij. Daarvoor stond er een kermisknuffel op die ik jaren geleden gekregen heb. Ik gooide de knuffel weg.

Op de vloer van de wc ligt een muntje van 5 cent. Ik verloor het een aantal weken geleden toen ik op een zondagmiddag ging plassen. Het muntje viel uit mijn onderbroek en ik wist niet hoe het daar gekomen was. Ik heb het nog niet opgeraapt, het is een herinnering. Gevaar zit niet in grote gedachten. De echte dreiging zit in inzichten als: wie wat bewaart, die heeft wat. Of: herinneringen zijn waardevol.

De tijd is beperkt, maar ik heb een doel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *