Vakantie, verhuizen

Ik wilde niet op vakantie, omdat er thuis nog veel moest gebeuren. Ik ga verhuizen. Ik ga verhuizen en er moet nog veel gebeuren, ik weet wat er nog moet gebeuren en ik weet dat ik ook veel dingen over het hoofd zie die moeten gebeuren.

Eenmaal op vakantie wilde ik eerder terug naar huis. Toen lukte het te ontspannen en sliep ik haast halve etmalen, dat was niet de bedoeling, ik besloot een ritme aan te houden en daarna lukte het wel, met die vakantie.

Er was een kat die steeds naar ons vakantiehuisje kwam. Ze miauwde voor de hordeur tot we naar buiten kwamen. Als we haar aaiden beet ze soms, niet hard, we zeiden dan lieve dingen tegen haar en aaiden zachtjes door, dat vond ze prettig. Als ze op schoot wilde legden we een handdoek op onze bovenbenen, zodat we haar gekrab niet voelden. Ze had iets tams en iets wilds.

We reden naar de Ardennen, daar was ik nog nooit geweest. Het blijkt dat ik in de regen door haarspeldbochten kan sturen, ooit wil ik naar Parijs rijden of een andere moeilijke plek, ik houd van autorijden. De Ardennen waren prachtig, ik zag een bergriviertje, ik had nog nooit helder water zien stromen en bouwde een dam.

Ik dronk, maar niet te veel.

We gingen naar het Van Abbemuseum, naar het Philipsmuseum, naar het Carnavalsmuseum. Ik kookte, Oscar kookte.

Soms huilde ik een beetje, vroeg me af waarom dingen op vakantie niet lukten, of juist wel, en hoe het moest als ik weer thuis was. Hoe ik alles ingepakt kreeg. Hoe ik moest verhuizen. Hoe ik ervoor kon zorgen dat ik voor mezelf zou zorgen als ik verhuisd was.

Ik noemde de kat Janneke. Ergens vond ik niet dat ik een kat een naam kon geven als ze er al een had, maar ik vond het ook raar dat we dieren namen geven, dus ik besloot er niet te lang over te piekeren. Janneke beet steeds minder.

Ik werd veel gestoken door muggen. Ik las een boek uit.

Bij het inleveren van de sleutel van het vakantiehuis vroeg ik naar Janneke. ‘Hij is van niemand,’ zei de eigenaresse van het huisje. ‘De meeste mensen vinden hem vervelend, je mag hem zo meenemen.’ 

Janneke leek me erg tevreden en er past bovendien geen halfwilde kat in mijn nieuwe huis, misschien een blinde kat die niet naar buiten mag, maar pas over een jaar, pas als ik weet dat ik voor mezelf kan zorgen. Ik heb eerst wat te bewijzen.

Op weg naar huis wilde ik niet naar huis. Ik zette Oscar voor zijn deur af, hij gaf me bananendozen mee, omdat ik thuis verder zou met inpakken voor de verhuizing.

Toen ik mijn voordeur opende, kwam me een vreemde geur tegemoet. Mijn huis rook niet naar mijn huis. Er stonden dozen in mijn hal. De koelkast was verdwenen. Op het aanrecht lagen stapels gevouwen kleding.

Tijdens mijn vakantie was Floris in mijn huis geweest om de helft van mijn spullen in te pakken. De chaos te beteugelen. Ik belde hem, blij en in paniek en beschaamd, want ik wist wat Floris zoal tegen was gekomen. ‘Ik dacht, ik geef je een zetje in de goede richting,’ zei hij.

Ik had een zetje nodig. Mijn werk is mensen zetjes geven, en ik ben daar goed in omdat ik weet hoe het is om alles alleen te willen kunnen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *