Uit bad

Het schuim staat zo hoog dat het knettert in mijn oren. Het is onmogelijk om een boek te lezen, de woorden zouden verzwolgen worden door witte bellen. Het lijkt alsof het bad gevuld is met koud water, in werkelijkheid is het bad nog maar voor de helft vol. Dat kan ik door de schuimlaag niet zien.

Wanneer begint het moment dat je uit het bad wil?

Ik kijk door het grijsgeworden water naar fletse tatoeages en moet plassen. Ik plas niet in bad, daar ben ik te oud voor, hoewel ik zou kunnen vinden dat ik oud genoeg ben om zelf uit te maken of ik in bad wil plassen. Na het badderen douche ik me altijd, dat moest vroeger en dat ben ik blijven doen. Badwater is vies, zei mijn moeder. De kleur van het water is het bewijs van deze bewering. Ik kan geen argument bedenken om niet in vies water te plassen.

Voordat ik besluit op te staan, probeer ik zo lang mogelijk vast te houden aan het plezier dat ik eerder nog had. Rondom mijn voeten zit wat schuim.

Ik buig voorover om de stop los te maken. Als ik me weer achterover laat zakken, merk ik hoe warm het water nog is. Langzaam voel ik de waterlijn langs mijn lichaam trekken, over mijn schouders, mijn borsten, mijn buik, heupen, knieën en onder mijn rug langs.

Ik wilde dat ik de stop had laten zitten.

Het huis zal koud voelen. Ik zal met mijn rimpelige voeten in de plassen op de tegels stappen. Ik zal me afdrogen en met de vochtige handdoek de tegels drogen. Ik zal alles schoon achterlaten. Ik zal mezelf zien in de spiegel, wanneer ik mijn haren kam. Buiten het bad is de werkelijkheid niet te dempen door met je oren net onder water te liggen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *