Strepen en stippen

Er waren lessen die ik graag volgde op de middelbare school. Biologie, omdat de onderwerpen me zonder uitzondering interesseerden. Geschiedenis, vanwege de vertelkunst van meneer Visser. En Nederlands, ondanks dat mijn ontluikende liefde voor poëzie een stille dood stierf in dat klaslokaal.

Ik denk dat elk lokaal waarin een docent Nederlands huist plint-posters aan de muren heeft hangen. De leraar die van poëzie houdt, geniet van de gedichten op deze posters. De docent die dat niet doet, heeft eenvoudig zijn poëtische plicht vervuld. Ik vond de posters niet mooi en de gedichten op de posters vaak kinderachtig of moeilijk.

Ik herinner me het volgende gedicht, met punaises aan een witgesausde muur gestoken (hoewel het goed mogelijk is dat we het op een gekopieerd A4 uitgedeeld hebben kregen):

Vader

vader kocht ooit
een verzameld werk
een bundel gedichten
van degelijk merk

bij wat hij mooi vond
zette hij strepen
een enkele keer
een uitroepteken

bij tijd en wijle
herlees ik die
zeer summiere
biografie

in een code
van strepen en stippen
steeg het water
hem naar de lippen

Willem Wilmink
Bron

Ik deed de vierde klas twee keer. De enige les waarvan ik me kan herinneren dat ik hem twee keer gevolgd heb, is de les waarin dit gedicht besproken werd. Beide keren volgde er een ellendige stilte op de vraag ‘waar denken jullie dat dit gedicht over gaat?’

De eerste keer dat ik de les volgde, doorbrak de bebaarde leraar Nederlands het zwijgen, zoals alleen docenten dat kunnen. Eerst een aanmoedigend woord. ‘Nou?’ Vervolgens iemand aanspreken. ‘Frank, heb jij een idee?’ Daarna stelde hij de vragen die je op weg moeten helpen. ‘Waar doen die strepen en stippen jullie aan denken?’ Om uiteindelijk wéér het antwoord zelf te geven.

De tweede keer dat ik de les volgde, kon ik indruk maken met wat ik me herinnerde van de vorige keer. ‘Goh, ja. Vader zette strepen en uitroeptekens in de bundel, daardoor staan er strepen en stippen in. Een code van strepen en stippen doet me ook denken aan morse. En aan SOS. Ik denk dat deze persoon in die bundel zag dat het niet zo goed ging met vader.’

Mijn leraar was blij. Waarschijnlijk omdat de les zo gemakkelijk verliep.

Ik voelde me schuldig, alsof ik had gespiekt. Daarom biechtte ik meteen op dat ik had herhaald wat ik eerder had horen zeggen. Dat het geen inzicht was. Of plezier in het lezen van het gedicht.

Dat gaf niets, kreeg ik te horen. ‘Je antwoord was goed.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *