Stopcontact

Ik lig bij iemand in bed en ik doe mijn best te geloven wat er gezegd wordt. Wantrouwen is een nuttig mechanisme, soms onhandig en regelmatig terecht, al zou dat laatste niet van toepassing moeten zijn wanneer je een bed met iemand deelt.

Wanneer ik zijn blik ontwijk (doe ik dat? zoekt hij mijn blik?), kijk ik over hem heen naar het lege stopcontact. De gaten voor de stekker lijken ogen, het schroefje dat het ongebruikte geheel aan de muur houdt een neus. Onder het gezichtje zit, gespiegeld als bomen in een sloot, nog een gezicht. Narcissus, denk ik. Ik wil het hem zeggen, je hebt iets moois aan je muur, maar ben bang dat ik het verkeerd zeg, dat Narcissus net een andere letter in zijn naam heeft dan ik denk of bij een ander verhaal hoort dan ik in mijn hoofd heb, en houd mijn mond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *