Stokken

De taart moet gemaakt. Het aanrecht moet leeg. De afwas moet afgewassen. De schone vaat moet voortaan in de voorraadkast. De voorraad is kapotgeknaagd. De voorraadkast moet leeg. De voorraadkast moet schoongemaakt. Tegen de deur van de voorraadkast staat een bananendoos met vieze pannen.

De koelkast moet schoongemaakt. De koelkast moet geleegd. De vuilniszak moet verwisseld. Er staan spullen in de gang. Het is niet mogelijk om zonder scheurgevaar met een vuilniszak naar buiten te lopen. De fietsen moeten uit de gang. Het fietsenrekje bij de voordeur is bezet.

De bank moet leeg. Het schilderij moet van de bank. De lijst zit los, dus hij kan niet hangen. De lijst moet vastgemaakt. Er is geen plek aan de muur. Het schilderij moet op het bed gelegd. Het bed ligt haast vol.

De was moet opgehangen. Er komt visite. Er is geen ruimte voor het wasrek.
Er zitten vlekken in de gordijnen. De vensterbank zit vol gele kringen.
Iets stinkt. In de gang staat een vuilniszak zonder vuilnisbak.
Er is geen plek voor de mintgroene kratten met papieren.
Het stopcontact maakt vreemd geluid.
De planten hebben bruine bladeren.
De wasmachine staat niet waterpas.
De verf van de rode stoel laat los.
Er hangen webben in de hoeken.
Er liggen kruimels op de bank.
Het laminaat kiert.
Ik moet douchen.

Op de tegels in de wc zit paars kaarsvet waar geen lavendelgeur meer aan zit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *