Repeat

Toen mijn allereerste vriendje en ik voor het eerst uit elkaar gingen, dacht ik dat ik moest bewaken wat we samen hadden gehad. Onze voorbije verkering was zo bijzonder, dat ik zeker wist dat ik alles dat wij ooit samen hadden gedaan, nooit met een ander zou doen.

Er waren veel redenen om op die gedachte terug te komen, maar het mechanisme achter deze achterhaalde overtuiging blijkt een diepgehechte.

Vorige week kwam Run For Your Life voorbij in een playlist. Ik had mijn hand bij de knoppen en ik klikte meteen door naar het volgende nummer, nog voordat ik besefte wat ik hoorde. Het doorklikken voelde als een daad van agressie. Ik sloeg uit reflex een mug dood en mijn wangen gloeiden.

Hij luisterde The Beatles, dus zette ik het op. Ik wilde horen wat hij hoorde en ging het waarderen. Ik ging het waarderen en mijn hersenen hebben zijn naam erop geplakt. Zijn geur. Zijn gebaren, zijn gezicht, de grove textuur van zijn vest en de dingen die hij heeft gezegd. Ik ging het waarderen en kon niet zien hoezeer het aan hem gekoppeld was, doordat we samen waren.

Ontdekken wie je bent, doe je niet door te zoeken op onbekende plekken. Jezelf terugvinden doe je door als de bliksem op je wang te bijten, achterom te kijken en te nemen wat je wil hebben. Als je eenmaal iets afgesloten hebt, is het lastig om te halen wat je toebehoort.

Gisteren wekte mijn radiowekker me met een nummer dat ik herkende. Ik moest opzoeken van wie het was, want het duurt lang voordat ik ’s ochtends in staat ben behoorlijk te denken. Het bleek het enige nummer van Arctic Monkeys te zijn dat ik ken én waardeer.

Oja, dacht ik. Is ook zo.

Daarna schrok ik. Ik heb het de rest van de dag geluisterd.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *