Rafels

1.
Mijn favoriete beenwarmers zijn grijs. Misschien heeft mijn eerste vriendje ze nog gezien. De rek is eruit, waardoor ze oncharmant naar beneden zakken. Ik neem me regelmatig voor een elastiek te maken waarmee ik ze hoog kan houden. Dat doe ik nooit en ik draag ze toch. Dat komt door de mooie rafels. Een van de beenwarmers rafelt aan de onderkant. De slierten verschillen in lengte, enkele zijn minstens vijftien centimeter lang. Alsof ze bij een Portugees oorlogsschip horen.

Wanneer ik de beenwarmers buitenshuis draag, stop ik de rafels bij mijn schoen in. Niemand hoeft ze te zien, ze zouden kunnen denken dat de slierten te maken hebben met een gebrek aan persoonlijke verzorging.

2.
Na het bekijken van een aantal schilderijen, kreeg een beetje door welke ze kon waarderen. ‘Deze, bijvoorbeeld?’ Ik wees naar een schilderij dat niet af was. In donkere lijnen was een deel van een plant getekend. Stukken van de plant waren minutieus ingekleurd. Groene stelen, piepkleine roze bloemblaadjes. De grove lijnen leken zomaar ergens te beginnen of te eindigen. De plant liep over in het papier.

Om het schilderij zat een lijst: hierbinnen zit de kunst, daarbuiten is niets.

3.
Wanneer is een vriendschap een vriendschap? Wanneer is een relatie een relatie?

Het moment waarop je naar elkaar uitspreekt dat je samen verder wil, is slechts een moment. De onzekerheden naar dat moment toe, zijn echt. Het getuur op je telefoon. Het inhouden van je buik. Net als de stapelende gebeurtenissen die leiden naar het moment dat een van beiden besluit (of als je geluk hebt: dat je samen besluit) dat het zo niet meer gaat.

‘Het is uit’ zijn maar woorden. Het ogenblik waarop die woorden uitgesproken worden, markeren niet het punt waarop het afgelopen is. Na de woorden zijn er tranen, gedachten, angsten en onverwachte ontmoetingen die beiden oncomfortabel laten glimlachen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *