Poëzie lezen

Pretentieus stukje tekst. Nog maar kort geleden was dat volgens mij een aardig accurate omschrijving van wat een gedicht is. Totdat ik afgelopen zomer Olijven moet je leren lezen van Ellen Deckwitz las en ik anders naar poëzie leerde kijken.

Of, nee. Eigenlijk veranderde er al eerder iets.

Een paar maanden geleden schreef ik met moeite en plezier Martijn. Ik volgde les in schrijftechnieken en moest het gedicht voordragen in de klas. De poëzie-lessen vond ik een kleine gruwel, maar ik kreeg complimenten en daar ben ik gevoelig voor.

Oh, nee. Er gebeurde daarvoor ook al wat.

Afgelopen kerst kreeg ik een boekenbon en kocht Zo word je een geweldige dichter, ook van Ellen Deckwitz. Ik werd vaak iets chagrijnig tijdens de schrijflessen die aan poëzie besteed werden. Ik hield namelijk niet van poëzie. Op een zeldzaam zelfverzekerd moment dacht ik dat misschien kwam doordat ik zelf veel betere gedichten zou schrijven en schafte dat boek aan.

Nee. Het gaat toch nog verder terug.

In mijn boekenkast staan merkwaardig genoeg al jaren bloemlezingen. Ik heb ze in de loop der tijd verzameld en ze komen voornamelijk van de kringloopwinkel. Ik vond er bijna nooit mooie gedichten in. Ik heb op een gegeven moment enkele boeken weer naar de kringloopwinkel gebracht, omdat ik het gek vond zoveel poëzie te bezitten, zonder er van te houden.

Waarom bleef ik die boeken kopen? Ik dacht er niet over na, maar het lijkt erop dat ik iets zocht. Mooie gedichten. Poëzie die bij me past. Gedichten die niet voelen als een proefwerk. Poëzie die ik verstandelijk misschien niet meteen begrijp, maar op een andere manier wel.

Deze zomer leerde ik (aan de hand van Deckwitz) mijn weg een beetje te vinden. Ik leerde dat ik veel poëzie niet interessant vind. Dat betekent niet dat poëzie niet interessant is. Ik luister niet naar Jan Smit, Mozart of Prince en dat betekent ook niet dat ik muziek volledig uit mijn leven moet verbannen.

Ik leerde gedichten kennen van Martijn Teerlinck. Marieke Rijneveld. Kira Wuck. Erik Jan Harmens.

Ik leerde gedichten beter te begrijpen, door te horen hoe dichters ze voordragen. Toen ik op de middelbare school zat, was er geen YouTube (en misschien ook geen Google), dus ik snap dat het allemaal wat lastiger was in die tijd, maar waarom heeft mijn leraar Nederlands nooit eens een bandje opgezet?

Ik bezocht vorige maand Het Tuinfeest in Deventer. Ik stond er versteld van hoe leuk ik dat vond. De meeste dichters droegen een kwartier voor en voor iemand met mijn concentratie is dat fantastisch.

Volgens mij probeer ik naar een soort conclusie toe te werken, maar ik denk op dit moment zo veel over poëzie, dat het haast onmogelijk is om mijn gedachten hierover volstrekt geordend in een stukje te krijgen.

Ik eindig daarom met een filmpje van Martijn Teerlink, die Ademgebed voordraagt. Of slamt.

Martijn Teerlinck leeft niet meer. Het is raar om iemands werk te leren kennen na zijn dood, terwijl hij pas recent en zo jong gestorven is. Zijn bundel staat nu bij mijn verzamelde bloemlezingen.

De kwaliteit van de opname is aan het begin van het fragment niet erg goed, maar wordt verderop beter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *