Poëzie #6a

Ik richt mij niet ten gronde maar trek met een vlijmscherp mes lijnen in het tapijt
Lijmresten poederen de lucht als ik de donkergrijze mat van jouw vloer afruk
Zonder stofmasker werk ik door, de ruwe bult in de hoek groeit met de dag
Ik kijk er soms naar om en zie: de tijd brandt er de rafels af

Love is a concept by which we measure our pain, lieverd.

Weet je nog hoe ik als kleermaker bij de gashaard zat
de hitte op mijn rug gericht mijn huid zo warm
en rood dat je dacht dat ik voorgoed zou blijven
gloeien. Al die keren dat ik zonder te kijken
achter mijn rug de knop om wilde zetten

Op mijn armen draag ik nog de plekken

 
Voor Dichters in het Donker bekeek ik het kleine stapeltje gedichten dat ik vorig jaar schreef en schrok. Ik zou zo ongeveer alles moeten herschrijven. Wat een pretentieuze pulp. Ik werd er een beetje droevig van. Dit gedicht herschreef ik, er bleef weinig van over, het werd bovenstaande versie. Volgend jaar zal ik me hier weer voor schamen. Dan zal ik een #6b schrijven.

2 gedachtes over “Poëzie #6a

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *