Poëzie #6

Bodem

Wat mij ten gronde richt
is niet nu zonder jou maar
herinneringen aan jouw vloer
zijn korreliger met de dag
maandelijks breken delen af
scherpe beelden lossen op
tot ik in gedachten aan
de plekken waar ik ben geweest
niet besef dat er in mij
iets wezenlijks ontbreekt

Hoe ik als kleermaker bij de gashaard zat
de hitte op mijn rug gericht mijn huid zo warm
en rood dat je dacht dat ik voorgoed zou blijven
gloeien de vloerbedekking golfde waar het lastig
te leggen was wanneer ik geen sokken droeg
drukten stugge zwarte haren vlakke hoeken
in mijn enkels het groene kleed op jouw bank
was zachter hoe vaak ik die voor de kachel legde
en al die keren dat ik zonder te kijken
de knop achter mijn rug om wilde zetten

Op mijn armen draag ik nog de vlekken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *