Poëzie #1

Martijn

De stoep was een zure mat
Als ik naar je toeliep dacht ik soms
dat je me niet echt uitgenodigd had
Dat de straat een simulatie was
constant langer werd
en onophoudelijk rekte
Jouw huis stond op de horizon
en ik kwam altijd aan

Er lag in de sloot een vogelkarkas
waarvan je later het kale skeletje
op je kamer wilde zetten
Je had dino’s, een husky
met de ogen van David Bowie,
een broer, een zus,
jullie tekeningen hingen
ingelijst

Mijn kunst was een pleister
De kamerdeur had organen van karton
Ik zag ze door gaten
die mijn vader maakte

Dat deed hij vaker

 

2 gedachtes over “Poëzie #1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *