Over weggaan en blijven

Ze liegt nooit tegen me. Ze verzwijgt dingen, maar dat is eigenlijk altijd uit onzekerheid. Als ze het koud heeft, vraagt ze niet om een trui. Wanneer ik haar aan tafel zeg dat ze door mag eten, zegt ze niet dat ik haar gekwetst heb. Ze buigt haar hoofd een beetje, kijkt strak naar haar bord en eet. Ik probeer zo vaak mogelijk te zeggen dat ik niet boos op haar ben. Dat ik blij met haar ben. Meestal gelooft ze me en veegt ze met haar ringvinger haar haren uit mijn gezicht.

’s Middags vertelde ik mijn leidinggevende dat ik per 1 januari stop met werken. En ik vertelde het mijn collega’s. De bewoners vertelde ik nog niets. Je vijf maanden zorgen maken over iets is lang.

Mijn baan opzeggen was een lastige beslissing. Ik hou van mijn werk. Ik hou van mijn werk en de band die ik met bewoners heb is echt. Het voelt oneerlijk om te vertrekken. Als ik gestopt ben met mijn werk, heb ik meer tijd om te lezen en schrijven. Ik weet niet wat me dat op zal leveren of hoe ik in mijn levensonderhoud ga voorzien. In december zal ik ander werk moeten zoeken, iets dat minder van me vraagt en minder verdient, denk ik. De uitkomst zal sowieso zijn dat ik weet wat er gebeurt als ik stop met werken om meer te kunnen lezen en schrijven. Dat is waardevolle informatie.

’s Avonds speelden we een spel met opdrachten. Klap je handen achter je hoofd. Hoeveel honden staan er op dit plaatje? Maak het geluid van een kip. Het was gezellig en het was al een paar weken geleden dat ik er ’s avonds was.
‘Wat doen jullie dit goed,’ zei ik, want iedereen deed het werkelijk goed.
‘Voor jou,’ zei ze. ‘We doen ons best, want je bent er.’ 

We dronken koffie. Ik las voor uit Het kleinste zaadje en we hadden het over de enorme zonnebloemen die in tuin staan. Volgens mij zijn ze haast vier meter hoog.
‘Ik ben niet naar Bea geweest,’ zei ze ineens. 
Er zijn bewoners die je moet helpen herinneren aan afspraken, maar het bezoek aan Bea regelt zichzelf altijd. Ze gaat elke vrijdagavond bij Bea op de koffie en heeft volgens mij nog nooit een afspraak overgeslagen. Soms neemt ze een tekening voor Bea mee. 
‘Sorry, zei ik, ‘ik heb er ook helemaal niet aan gedacht. En nu is het te laat om te gaan.’
Ze lachte en nam een slok van haar koffie. ‘Ik dacht, ik zeg maar niets.’
‘Wilde je niet naar Bea?’ vroeg ik. ‘Dat had je gewoon kunnen zeggen, dan hadden we afgebeld. Nu zit ze op je te wachten.’
Het bleef even stil.
‘Ik dacht, ik zeg maar niets. Straks moest ik toch heen. En ik wil gewoon bij jou zijn.’

2 gedachtes over “Over weggaan en blijven

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *