Over mensen dromen

Ik heb vannacht over een dichter gedroomd. Hij troostte me. Ik herinner me niet dat ik verdrietig was, misschien is het fijn om getroost te worden zonder droef te zijn. De dichter is langer dan ik ben. In mijn droom kwam hij achter me liggen in bed. Een grote, veilige lepel.

Ik vertelde mijn vriend over de droom. Hij luisterde. Ik zei dat het er heel platonisch aan toeging vannacht. De dichter valt niet op vrouwen, dat was in mijn droom ook zo. 
‘Ja,’ zei mijn vriend. ‘Dat zegt natuurlijk niets over jouw gevoelens.’
Daar had ik niet aan gedacht.

Ik droom vaak over mensen. Toen ik in een callcenter werkte, droomde ik regelmatig over collega’s. In dat callcenter heb ik geleerd dat anderen het niet per se willen weten als je over ze gedroomd hebt. Ik vond het meestal leuk als ik me bij het zien van iemands gezicht een droom herinnerde. De ander schrok soms als ik erover vertelde, dus ik besloot de dromen vaker voor me te houden. Toen ik eens droomde dat ik met een teamleider naar de bioscoop was geweest en het hem vertelde, omdat ik dacht dat hij het wel kon waarderen, reageerde hij zo ongemakkelijk dat ik het helemaal afleerde om anderen over hun nachtelijke bezoekjes te informeren.

Later droomde ik over Freek Vonk. Het was een merkwaardige, vrij expliciete droom. Ik werd wakker en vond het erg grappig dat ik zo’n rare droom had gehad. Enthousiast vertelde ik mijn toenmalige vriend onmiddellijk over de plek op mijn lichaam waar Freek zijn ejaculaat had achtergelaten. Hij kon er niet om lachen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *