Of ik wat wil drinken

Het ziet er vast ontspannen uit, hoe ik in een onesie met te korte broekspijpen op bed zit. Een nest heb ik gebouwd, van kussens, kleden en de versleten slaapzakken die vroeger mee naar Frankrijk gingen. Laptop leunend op mijn linkerbovenbeen.

In mij heerst paniek.

Iemand heeft gevraagd of ik wat wil drinken en we hebben elkaar nooit ontmoet. Ik weet niet wat er bedoeld wordt met wat drinken, dus ik weet niet wat ik moet zeggen. Mijn reactie leert me iets. Een van de voordelen van een relatie voor mij was kennelijk, dat ik mijn sociale onhandigheid erachter kon verbergen.

En de vrager stuurde ook nog eens een foto van een mooi, symmetrisch hoofd.

Twee mogelijkheden:

1.
Een drankje drinken is een drankje drinken. Dat doe ik vaker, maar doorgaans ken ik de drankjesdrinker dan al. Of er is een aanleiding, zoals het geven van een stekje van mijn pannenkoekplant.

Ik hoef me niet druk te maken over ongemakkelijke situaties. Een paniekreactie is in een dergelijk scenario volstrekt overdreven.

2.
Een drankje drinken is een date. Paniek is onnodig, maar begrijpelijk. Ik ben onvoorbereid op gevraagd worden. Ik was net bezig te bedenken hoe ik mezelf zo eerlijk mogelijk zou kunnen verkopen, mocht het ooit nodig zijn. Zette puntsgewijs de zaken onder elkaar die ik in mijn contactadvertentie zou zetten.

Het eerste dat ik zou vermelden is dat mijn hoofd in het echt er zelden zo voordelig uitziet als op het internet. In werkelijkheid ben ik niet flatterend zwart-wit gekleurd, aardig belicht en netjes opgemaakt. Je zult me meestal niet vanuit precies de juiste hoek bekijken. Ik heb vaak puistjes.

Volgens de laatste meting ben ik 1.80. Op dit moment heb ik ze niet, maar ik zou graag weer hakken dragen. Ik heb putjes, regelmatig blauwe plekken en verwassen tatoeages op ordinaire plekken. Ik ben wat te zwaar.

Ik zou schrijven dat ik haast nooit twee dezelfde sokken draag en dat dat misschien grappig lijkt, maar het gevolg is van een groter probleem. Ik ben chaotisch, ik ben zo chaotisch dat er geen ritalin tegenop kan en ik liever geen visite krijg. Mijn woonkamer lijkt een verstilde oerknal en in mijn keuken borrelt altijd de nieuwe oersoep.

Mijn wc-papier is regelmatig op. Ik heb veel onnodige spullen. Als ik ’s ochtends haast heb, gebruik ik maïzena als droogshampoo.

Soms slaap ik een week op de bank, omdat ik het fijn vind me een beetje ontheemd te voelen.

Musea maken me vaak chagrijnig. Ik kan slecht naar stilstaand beeld kijken. De Late Rembrandt vond ik een leuke tentoonstelling, omdat ik er veel foto’s van achterhoofden kon nemen. Ik lees haast nooit een boek uit en heb moeite me te concentreren op films.

Ik heb nergens echt verstand van. Het is voor mij belangrijk dat anderen me intelligent vinden en daar geneer ik me voor. Wanneer ik me onzeker of ongemakkelijk voel, doe ik zó hard alsof ik zelfverzekerd ben, dat niemand het meer gelooft.

Vergeef me mijn gebrek aan romantiek, maar ik houd niet van rozen en beren met hartjes in de handen. Ik wil niet trouwen. Ik wil geen kinderen.


Als mensen zeggen dat ik ‘even rustig moet doen’, word ik boos en laat dat vervolgens niet merken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *