Nieuwjaarsmiddag

Het is middag als ik wakker word. Ik heb roerloos in bed gelegen, de deken die ik normaal gesproken in mijn slaap als een wrap om me heen rol ligt nog strak over me heen. Verder doet van alles pijn, heb ik dorst, krab ik glitterende korsten van mijn gezicht en probeer ik me de nacht te herinneren. Zo gaat dat.

Ik had ’s nachts verschillende vrienden bezocht en vraag me af op welke locatie het precies mis ging. Waar ik mezelf verloren ben. Hopelijk was ik nog helder van geest toen ik me voorstelde aan familie van de man. Ik kan het me niet precies herinneren en vrees dat het antwoord op mijn vraag is.

Je voorstellen aan familie, een goede eerste indruk achterlaten, dat doe je niet tijdens oud en nieuw, het was een slecht idee, ik had het kunnen weten, wat is dit voor pijnlijke plek op mijn elleboog, ik had me van mijn beste kant willen laten zien, ik wilde om 12 uur graag bij hem zijn, natuurlijk, daarna wilde ik dansen met een vriendin, er is voor alles een juist moment, wat is er mis met thee drinken bij familie op een zondagmiddag, ik sta langzaam op en pak een glas water.

Het duurt niet lang voor de man ook wakker is. Hij zegt lieve dingen, dat stelt me gerust. Hij was blij dat ik er was. Hij is blij met me. Ik ben blij met hem en ik ben blij met wat hij zegt.

’s Avonds eet ik met moeite. Ik wil mijn hoofd ondersteunen, maar kan mijn elleboog niet op tafel zetten vanwege een blauwe plek. Iedere keer dat ik het toch probeer, word ik herinnerd aan hoe ik ’s nachts van de trap viel terwijl iedereen keek. Het was niet mijn fraaiste nacht, maar ik heb me gedragen bij de familie van de man, dus ik ben tevreden.

Voor het slapen bellen we nog even.
‘Weet je nog wel dat je me vannacht je borst liet zien?’ vraagt de man.
‘Nee,’ zegt ik. Kut. Verdomme. ‘Nee, nee, nee, zeg alsjeblieft dat je een grap maakt.’
Ik denk aan de fles zelfgemaakte dropshot die ik mee had genomen. Soms zit er veel ongeluk in een goedbedoeld gebaar.
‘Sorry, zegt de man. ‘Ik had het niet moeten zeggen. Je moet je er niet druk om maken.’
‘Hoe erg was het?’ vraag ik.
‘Maak je niet druk,’ zegt hij. ‘Het was in de keuken en niemand zag het. Kennelijk vond je het even belangrijk om dit te doen.’
‘Nee,’ zeg ik nog eens. ‘Nee, toch.’
Ik denk aan het gedrocht dat bevrijd wordt als ik gedronken heb. En aan de andere misbaksels die ik herberg. En hoe we er niet aan zullen ontkomen dat hij ze allemaal leert kennen, misschien nog wel beter dan ik.

Een gedachte over “Nieuwjaarsmiddag

  1. Het moet bevrijdend zijn jezelf af en toe zodanig te verliezen dat je er later spijt van hebt. Misschien overkomt het mij nog eens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *