Niet de bedoeling

‘Ben je afgevallen?’

Mijn moeder heeft pompoensoep gemaakt. Het smaakt goed. Het is even geleden dat we elkaar zagen. Je kan elkaar op de hoogte houden van wat er gebeurt in je leven, maar je weet pas hoe het met de ander gaat, zodra je elkaar in de ogen kijkt.

‘Ja,’ zeg ik. ‘Goed, he?’
‘Hoeveel weeg je?’
‘Vijfenzeventig kilo.’

Er was een tijd dat ik al blij was met het bereiken van een gezond BMI. In de leuke statistieken passen. Dat is inmiddels flink wat kilo’s geleden. Inmiddels ben ik er blij mee dat ik niet meer schrik van stulpsels als ik mezelf onverwachts in de spiegel zie. Ik ben zelfs aardig tevreden met mijn weerspiegeling, zeker wanneer ik een gunstige houding aanneem, voordat ik mezelf bekijk.

‘Gaat het goed met je?’
‘Het gaat prima.’
‘Eet je wel?’
‘Mam. Hoe lang ken je me nu?’
‘Wat denk je zelf,’ zegt ze.
‘Je kent me eenendertig jaar, mam. En ik eet altijd. Al eenendertig jaar.’

Mijn moeder is stil. Ze neemt een hap van haar soep. Ze kijkt naar mij. Ze kijkt naar haar soep.

‘Het gaat prima,’ zeg ik.
Ze kijkt ernstig. ‘Ik ben toch je moeder.’

Mijn moeder maakt zich zorgen en dat is logisch. Het is nog maar een paar maanden geleden dat mijn lange relatie eindigde. En ze is toch mijn moeder.

‘Is je huis opgeruimd?’

Ik heb al een paar broodjes gegeten en zit eigenlijk vol. Toch trek ik een stuk van het brood af dat voor me ligt, haal het door de soep en steek het in mijn mond.

‘Nee, natuurlijk niet.’ Ik lach. ‘Maar je hoeft je geen zorgen te maken, hoor.’
‘Dat doe ik wel.’

Een bezorgde moeder is een naar gezicht, en bovendien lastig wanneer je het lijdend voorwerp bent. Dit gesprek vraagt om een wapen dat ik liever niet inzet.

‘Ik ben aan het daten, mama.’
‘Oh?’

Mijn moeder zit rechtop. Ik heb meteen spijt.

‘Ik wilde even geen chips eten, zodat ik minder pukkels zou hebben. Waarschijnlijk ben ik daardoor afgevallen.’
‘Met wie?’
‘Daar gaat het niet om.’
‘Hoe heet hij?’
‘Ik wil alleen zeggen dat het niet slecht met me gaat.’
‘Hoe oud is hij?’
‘Zesenveertig.’

Mijn moeder kijkt me recht in de ogen. Ze wil zien of ik het meen. Ik probeer een lach in te houden en trek daardoor een gek gezicht. Mijn moeder ziet dat, maar gelooft me toch. Ik zou immers ook gelachen hebben als het waar was.

‘Dat kan,’ antwoordt ze zo nonchalant mogelijk.
‘Tweeëndertig, hoor.’
‘Oké. Wat doet hij?’
‘Dit is lekkere soep, mam.’ Ik neem nog een hap. ‘Echt lekker.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *