Nette mensen

Er bestaan nette mensen.

Ik bedoel, er bestaan mensen die netjes zijn. Opgeruimd. Mensen met spullen die een vaste plek hebben. Mensen die regelmatig hun tas opruimen. Mensen die eerst de prijsstickers van nieuwe borden halen, ze afwassen en dan pas gebruiken. Mensen met kreukloze kussens.

Er zijn ook mensen die altijd opruimen. Mensen zoals ik. Mensen die hun verloren horloge na een uur zoeken vinden op de plek waar je hem zou verwachten. Mensen die geen horizontaal vlak leeg kunnen houden. Mensen met zes nagelknippers en zevenentwintig eenzame sokken in alle prints van de kinderbehangafdeling.

In Boer zoekt Vrouw zag ik eens een vrouw met een woonfolderhuis zonder spullen. In haar kamer stond een kast met rieten manden. De manden waren leeg. Als ik me niet vergis, had de vrouw een kind. Het zou me niets verbazen als haar televisie een dummy bleek.

Een nette woning ziet er aantrekkelijk uit. Als ik te gast ben in een opgeruimd huis, voel ik me rustig. Ik luister bij binnenkomst met verbazing naar de excuses die gemaakt worden over de troep, als er eens een tijdschrift op de salontafel is blijven liggen.

Ik verlang naar zo’n opgeruimd huis en weet niet goed waarom. Soms denk ik dat ik blij zou zijn in een net huis. Vaker denk ik dat ik wil voldoen aan de norm. Mensen oordelen over rommelige en vieze woningen. Vandaar dat een programma als ‘Mijn Leven in Puin’ het goed doet op tv. En dat het normaal is om je gasten te vertellen dat ze maar niet op de koffiekopjes op het aanrecht moeten letten.

Ik snap niet hoe anderen hun huis geordend houden. Het lijkt niet aan een tekort aan spullen te liggen. Ik heb nog nooit een opgeruimd mens in paniek zien raken, doordat hij tijdens het koken ontdekte geen zeefje te hebben. Of pureepers. Opgeruimde mensen hebben alles en alles ligt altijd precies waar het hoort te liggen.

Misschien heeft het te maken met patronen. Misschien ontwikkelen opgeruimde mensen automatisch patronen in hun handelen en gaat dat gestructureerde handelen vooraf aan een nette omgeving.

Ik fiets meestal dezelfde routes en zit altijd op mijn grijze stoel, dus ik ben niet compleet routineloos. Toch houd ik niet van vaste patronen. Veel dingen doe ik steeds op verschillende manieren. Ik heb geen lievelingstrui.

Mijn spullen hebben geen vaste plek, maar belangrijker is dat mijn plekken geen vaste spullen hebben. Dat zorgt ervoor dat elke plek een potentiele boekenkast is. Of geschikt is voor een vuil bord. Plekken zonder vaste spullen maken het onmogelijk om op te ruimen. Opruimen betekent voor mij dat ik spullen naar de plek breng die hun vaste plek zou moeten zijn. Die plek is vaak bezet door een voorwerp dat zich ook onmogelijk ineens laat opbergen. De keten die ontstaat, lijkt soms eindeloos.

Misschien valt er in mijn consequent volgehouden onopgeruimdheid ook een patroon te ontdekken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *