Na een avond op een invalwerkplek

Ik liep naar de trein en dacht aan mezelf. Niet aan de collega die er doorheen zat. Niet aan andere collega’s. Niet aan de cliënt (op mijn vorige werk heetten cliënten gewoon bewoners, ik vind het woord cliënt stom, maar ze noemen ze bewoners overal cliënten) en hoe het met haar ging. Ik dacht alleen aan dat ik dit niet mee had willen maken.

Afgelopen week was er op een invalwerkplek een incident met agressie dat diepe indruk op me maakte. De agressie was op mij gericht. Ik ken agressie bij mensen met een beperking en ik ben wel vaker bang geweest, maar nog niet eerder was het zo erg als afgelopen week. Geeft niets, dacht ik. Als ik er maar weer sta de volgende keer. Als ik maar zie dat het ook goed kan gaan.

Het ging niet goed.

Gisteravond was het om acht uur stil in Nederland, maar daar kreeg ik niets van mee. Het ging mis met de cliënt die eerder deze week agressief naar mij was. Er zijn veel dingen die je leert als je jaren in de gehandicaptenzorg werkt, een van die dingen is dat agressie te maken heeft met angst. Ik heb nog nooit iemand zo lang zo ontzettend bang gezien en ze was niet gerust te stellen. Zij aan de ene kant van een deur, wij aan de andere kant van een deur. Voor ieders veiligheid.

Soms ga je na een heftige avond naar huis met het gevoel dat je het goed hebt gedaan. Ik kon alleen maar denken aan wat ik niet kon doen, doordat ik een invalkracht ben, doordat ik het eerdere incident nog in mijn lijf had zitten en doordat de situatie te groot was.

Dan was er nog de veiling van een tekening. De veiling zou vlak nadat ik vrij was afgelopen zijn en dat zou me net de gelegenheid geven om op de tekening te bieden. Doordat ik langer had gewerkt ging die aan me voorbij. Ik was bijna bij het station en pakte mijn telefoon uit mijn tas om te zien wat de tekening op had gebracht. Ik bleek nog een minuut en zeventien seconden te hebben om te bieden.

Op de tekening is een vrouw te zien, ze heeft een klein kleedje over haar buik liggen en daar steekt ze een van haar armen onder. Ik vond het op de afdeling erotica, tussen beduimelde Duitse seksblaadjes en te sterk ingezoomde foto’s. 

Ik besloot te bieden en won de veiling. De behoefte aan iets positiefs meemaken was zo sterk dat ik hardop moest lachen.

Pas in de overvolle trein voelde ik mijn rug en ik moest bijna huilen toen een man zomaar tegen een jongen zei dat hij zijn tas van de stoel moest zetten zodat ik kon zitten. Ik deed mijn oordoppen in en tikte de suggesties die Spotify me deed allemaal door. Er was weinig dat ik wilde horen. Bij een nummer van The Offspring bleef ik hangen.

You gotta keep ‘em separated

Ik houd niet van The Offspring, maar ik heb dit nummer vroeger vaak gehoord. Geruststelling vind je in dat wat je kent.

Hey, come out and play

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *