Moeten plassen

Het schemerde al een beetje toen ze moest plassen. Ze hoorde zijn ademhaling en het zachte gezoem van een apparaat. Er gebeurde niets, behalve moeten plassen. Misschien verveelde ze zich meer, dan dat ze werkelijk haar blaas moest legen.

Ze ging op de rand van het bed zitten, pakte haar ribfluwelen broek van de vloer en probeerde hem zo zachtjes mogelijk om haar benen te trekken.

Achter zich hoorde ze het bed kraken.
Hij was wakker geworden en zat met dichtgeknepen ogen (alsof ze een felle lamp op zijn gezicht had gericht) half overeind in het bed.
‘Wat doe je?’
‘Ik ga plassen,’ zei ze. ‘Ik vlucht niet, hoor.’
‘Oké,’ zei hij. Het klonk opgelucht.
Ze stond op, trok de broek omhoog en ritste de gulp dicht. Hij legde zijn hoofd weer op zijn kussen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *