Mannen

1.
Ik complimenteer een man met de manier waarop hij op zijn lip beet. Hij deed het zonder seksuele bijbedoeling, waarschijnlijk vanwege jeuk.
‘Dat wil ik ook kunnen,’ zeg ik. ‘Als ik probeer sexy te doen, ziet het er altijd lullig uit.’
De man vertelt dat het niet zo moeilijk is en bijt nog eens op zijn lip.
Later vertelt hij me waar hij werkt.
‘Dan ken je Oscar vast,’ zeg ik. ‘Oscar is mijn vriend.’
‘Ik dacht dat je me net wilde versieren,’ zegt de man.
‘Ik gaf je alleen maar een compliment.’
‘Wat gek,’ zegt de man. ‘Eigenlijk merk ik het nooit als iemand me probeert me te versieren.’
‘Dat probeerde ik ook niet,’ zeg ik.

2.
Ik praat met een man die ik net ken. We hebben het over een voorstelling die we beiden zagen. De man vond hem mooi, ik niet.
‘Het ergste was nog dat de ex van mijn vriend naast me zat,’ zeg ik. ‘Zij vond de voorstelling kennelijk grappig, want ze lachte de hele tijd.’
Ik doe de ex van Oscar na. Het klinkt overdreven en ik weet niet of dat aan haar lach of aan mijn imitatie ligt.
De man lacht. Ik zie het als een aanmoediging.
‘Waarom zijn exen altijd zo vreselijk? En waarom hebben ze altijd van die walgelijke lichamen die mooier zijn dan dat van mij?’

Later op de avond ga ik met de man en meer mensen die ik net ken naar de kroeg. De ex komt binnen en gaat bij de groep zitten.

3.
Oscar heeft ijs voor me gekocht en leest me voor uit Forel Vissen in Amerika tot ik in slaap val. Als ik wakker word ligt Oscar nog steeds naast me. Ik heb niet door dat ik geslapen heb en vraag me af hoe het kan dat Oscar ineens een veel dikker boek in handen heeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *