Man in bed

Er ligt een man in mijn bed.

We waren wakker voor de wekker ging. Ik dacht dat hij mij had gewekt en hij dacht dat ik hem wakker had gemaakt. De haren achter op mijn hoofd zijn getoupeerd en heb beloofd koffie te zetten.

Iets klopt niet, denk ik. Ik heb iets gemist.

Er bestaan mannen die goede dingen weten te zeggen. Dat je mooi bent, of slim, dat ze je graag beter willen kennen of dat ze nog nooit eerder iemand hebben ontmoet die wat voor willekeurig compliment dan ook is. Die opmerkingen werken aardig bij mij, al weet ik dat ze inwisselbaar en slechts deels gemeend zijn. De mannen die goede dingen zeggen, zeggen de goede dingen met een duidelijk doel voor ogen en dat vind ik op een bepaalde manier best overzichtelijk. Ik vind het ook wel een compliment wanneer iemand effect bij me wil bereiken met een opmerking. 

De man in mijn bed zei geen goede dingen. Niet van dat inwisselbare, tenminste. Hij gaf een puntenslijper, zei lieve dingen als inhoudelijke reactie op iets wat ik zei, was soms onhandig en maakte me veel aan het lachen. Nu probeer ik uit te vinden hoe mijn koffiezetapparaat werkt en ik weet niet wat ik met mijn argwaan moet.

Er is een plan, denk ik, een vooropgezet plan. Een complot.

Er ligt een man in mijn bed.

Ik denk aan de mensen die wij beiden kennen. De meesten weten niet dat we elkaar zien. Voor zover ík weet, tenminste. Ik probeer te bedenken of ik iemand gekwetst heb. Misschien is er iemand boos, al kan ik niemand bedenken.

Ik denk aan de lieve dingen die ik vannacht heb gezegd, omdat hij lieve dingen zei. Ik denk aan de dingen die ik eerlijk heb verteld, omdat hij me dingen vertelde.

De koffiepot pruttelt.

Ik denk aan hoe hij me gezien heeft. Wat hij van me gezien heeft. Hoe we samen lagen. Hoe ik moest lachen. En ik denk aan hoe ik de afgelopen tijd gehecht raakte aan mijn onafhankelijkheid. Kennelijk is het toch gemakkelijk om me ergens te krijgen waar je me ten val zou kunnen brengen.

Ik loop door de gang en veeg voordat ik mijn slaapkamer binnenstap wat rommel van mijn voetzolen.

‘Breng je me dat hier? Wat lief,’ zegt de man.
‘Nou,’ zeg ik. ‘Het is maar koffie, hoor.’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *