Loslaten, meenemen

Ik nam afscheid van een buurman. Een andere buurman ziet komend weekend waarschijnlijk dat ik dozen in een bus laad, dan zal ik hem bevestigen dat ik vertrek.

Nog drie nachten in dit huis.

Ik denk aan de tweede keer dat ik met Oscar afsprak, hij bracht me na afloop van de date naar huis en zoende me voor mijn huis, midden op de straat, het was laat in de nacht en er reden gelukkig nauwelijks nog auto’s. Dat moment duurde eindeloos en ik dacht ondertussen hard na over wat ik moest doen, vooraf had ik nagedacht over of ik hem mee naar binnen zou vragen, en hoe, met een grapje, heel luchtig en natuurlijk, maar ik durfde het niet. Oscar nodigde zichzelf niet uit. Uiteindelijk moest ik wel iets vragen, dat deed ik onhandig en Oscar bleef bij me slapen.

De plekken laat ik liggen. De plek waar we zoenden, de plek waar we sliepen.

Ik neem een man mee die ik elke ochtend om zeven uur bel, omdat ik niet langer halve etmalen in bed wil blijven liggen. Om elf uur naar bed, er om zeven uur weer uit.
‘Ben je al opgestaan?’ vroeg Oscar vanmorgen.
‘Nee,’ zei ik.
‘Waarom niet?’
‘Als ik met mijn been over mijn matras beweeg, is het zo zacht. Het is zo lekker zacht.’
‘Je verveelt je,’ zei hij. ‘Sta op. Gedraag je volwassen.’
‘Oké, oké,’ zei ik en ik moest lachen. Om zeven uur ’s ochtends. ‘Ik zit al op de rand van mijn bed.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *