Kussen II

Ik weet niet meer precies hoe het ging. Ja, we zaten bovenop het VVV-kantoor, dat kan in Groningen, het VVV-kantoor is een soort trap, we aten er patat en toen zoenden we. Ik weet ook niet meer goed hoe we daar waren gekomen, waar we het over hadden gehad. Flarden van gesprekken herinner ik me. Over de stomme kerel die een opmerking over mijn borsten maakte, over vanillecola, over lengte (hij is lang, daar was ik niet van onder de indruk, ik ben ook lang), over Levinas, over spelcomputers en uiteindelijk zaten we dus op dat dak.

Hij zou me naar huis brengen. Ondanks alle mannen uit het verleden leek me dat prima. We liepen en we spraken over nog meer dingen die ik me niet kan herinneren, maar ik weet nog dat we het hadden over Spider-Man en dat ik toen een heel goed idee had, ja, echt een heel goed idee, loop maar mee, nee, we lopen niet om, het is aardig op de route, we gaan hier rechtsaf, let maar op.

Vlak bij mijn huis staat een enorm klimrek, een betonnen ding met spijlen, balken en stangen op diverse hoogtes. Het rek is bedoeld om op te sporten. Regelmatig zie ik er mannen bungelen. Ze bewegen zich onhandig voort, grijpend van stang naar stang. Zo’n tijdverdrijf levert aardig grote bovenarmen op.

Ik had bedacht dat de stangen in de nacht een ander doel konden dienen. Ik zou aan mijn benen aan een stang hangen, ondersteboven, en dan zouden we zoenen. Hij ging akkoord.

Mijn hoofd was ongetwijfeld binnen tien seconden knalrood, maar daar merkte ik niets van. Ik bungelde en we zoenden. Dit is een mooi gezicht, dacht ik. Een man staat met zijn schouders fier achteruit een vrouw te zoenen die ondersteboven hangt. Wapperende haren, nachtelijk stadslicht, een overvliegende duif. De man hield me vast bij mijn schouders. Ik vond het onnodig, ik viel heus niet, ik wist wel wat ik deed. Dat hij me soms wat aan mijn schouders omhoog haalde, vond ik al helemaal niet nodig, maar het was vast enthousiasme en bovendien had ik meer dingen aan mijn hoofd.

Wapperende haren, nachtelijk stadslicht, een overvliegende duif.

Toen ik de volgende morgen wakker werd, was het eerste dat ik deed controleren of ik de sleutels van de voordeur wel mee naar binnen had genomen. Daarna ging ik naar de wc en dronk veel limonade. Ik douchte me, werd wakker en ging naar de supermarkt.

Op weg naar de supermarkt kwam ik langs langs het rek en zag de stang waar ik de afgelopen nacht aan hing. Die was lager dan ik me herinnerde. Het rek is haast drie meter hoog, maar ik had een stang gekozen die op schouderhoogte was. Mijn schouderhoogte. Als ik daar aan hang, raakt mijn hoofd de grond niet, maar mijn losse haren doen dat waarschijnlijk wel.

En toen snapte ik waarom de man me bij mijn schouders vasthield, toen snapte ik waarom hij me af en toe wat omhoog tilde, toen snapte ik hoe het er echt uitgezien moet hebben: een bungelende vrouw, haar hoofd vlak boven de grond en een man van 1.90, opgevouwen, zijn ledematen in ongemakkelijke hoeken gebogen. Zoenend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *