Kussen I

Na drie keer oogcontact begreep ik het. We waren elkaar tegengekomen tussen al deze mensen en nu moest er iets gebeuren. 

Dat was ook het moment waarop ik besefte dat ik niet meer wist hoe het moest. Ik bedoel, het oogcontact was tot dan toe per ongeluk gegaan. Hij had erbij gelachen, maar ik ving zijn blik slechts doordat ik om me heen had gekeken. Het is immers raar om constant naar het plafond te kijken als je danst en bovendien was er met al die lampen nauwelijks een plafond te zien.

Ik keek zijn richting nog eens op en had meteen weer oogcontact. Ik keek vlug weg. Er was een vervolgstap, maar ik wist niet meer welke. Het was te lang geleden. Ik draaide me weg, danste de andere kant op. De vervolgstap zou vast iets met kijken te maken hebben. Ik moet óók lachen, dacht ik. Net als hij. Laten merken dat ik dit leuk vind. Dat ik hem leuk vind.

Ik draaide me om. Ik keek. Hij stond ineens twee meter dichter bij me dan een ogenblik eerder, toch lukte het me om te lachen. Hij lachte ook en had prachtige tanden. Ik concentreerde me vlug weer op het dansen.

Kennelijk was de lach de juiste vervolgstap, want hij kwam naast me staan. Ondanks de luide muziek (iets te funky naar mijn smaak) was hij prima te verstaan. ‘I find you very attractive.’
O god, dacht ik. I find you attractive too, maar wat moet ik nu zeggen? ‘Thank you,’ zei ik en ik danste.
‘What is your favorite colour?’
Mijn lievelingskleur verschilt van dag tot dag, maar dat ging ik niet uitleggen, al was de man nog zo attractive. ‘Green,’ zei ik, want tegen green is nou eenmaal niets in te brengen.

De man lachte. Ja. Wat een lach. Ik danste. De muziek leek er iets beter op te worden.

O, wacht. Nu moest ik iets vragen, natuurlijk.
‘What is your favorite colour?’ vroeg ik. 
‘Grey,’ antwoordde de man.
‘Grey,’ herhaalde ik en ik lachte nog maar eens, want wat moest ik anders ook doen. ‘Really?’ 
‘Really.’
‘That’s so…’ Ik wist niet wat ik moest zeggen. Grijs. Echt? Ik dronk mijn bier in een teug op en liet de plastic beker op de plakkerige vloer vallen. 

De man danste een beetje houterig. Ik begreep niet hoe we onze lichamen ooit synchroon zouden kunnen krijgen, maar de man bewoog zich naar me toe. Hij legde zijn hand op mijn heup en ik werd me er van bewust dat iets in me veranderd was dat niets te maken had met ‘het verleerd zijn’. Zijn arm probeerde mijn bewegingen te volgen en ik geloofde hem niet. Zijn bewegingen. Zijn lach. En zijn woorden. Zijn lievelingskleur was geen grijs. Wat een onzin. Natuurlijk was zijn lievelingskleur geen grijs. Een grijs shirt zou hem niet eens mooi staan. Hij had het alleen gezegd, zodat ik verbaasd kon reageren. Hoe heb ik vroeger in alle ernst zoveel stomme antwoorden aan kunnen horen?

Hij kuste me. Zijn lippen waren droog en bewogen stug.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *