Kamperen

Het eerste dat we zagen waren de bouwhekken. ‘Shit,’ zei ik. ‘Ik had om een bevestiging van de bevestiging moeten vragen’.

Een paar dagen eerder had ik binnen een paar seconden antwoord gekregen, na het doen van de online reservering. We waren welkom, het totaalbedrag (inclusief tent) was 83 euro en de wifi was gratis. Ik had de bevestiging niet helemaal vertrouwd, maar vertikte het na te vragen of we écht welkom waren. Nu de camping van een afstand gezien gesloten leek, vreesde ik dat de voormalige eigenaar het had verzuimd de automatische beantwoording uit te zetten.

Zoals altijd viel het mee. De hekken bleken niet de hele camping af te sluiten en de deur naar de receptie stond open. Volgens het uitgebreide schema met openings- en pauzetijden op het raam was de receptie gesloten. Ik stapte naar binnen. Het rook er naar hond. Het molentje met kleine kaartjes waarop de nabije bezienswaardigheden aangeprezen worden, stond buiten handbereik achter de balie.

Een jongen kwam aanlopen. Hij droeg een vaalblauw t-shirt met kleine gaatjes en wilde ons helpen. Een smoezelige Zwitserse herder volgde de jongen en zocht zijn plek onder een tafeltje, achter de balie. Na wat gebruikelijke handelingen, legde de jongen ons uit waar we de tent konden opzetten.
‘En de wifi?’ vroeg ik.
‘We hebben geen wifi,’ zei de jongen. Hij sprak bijzonder langzaam en keek me niet aan.
‘Op jullie website staat wat anders. En ik heb een plek bij jullie gereserveerd, omdat hier wifi is,’ zei ik.
‘Ja,’ sprak de jongen, ‘ik kan er niets aan doen. Want er is geen wifi. Dus kan ik er niets aan doen.’
‘Maar waarom zetten jullie dat dan niet op de bevestiging?’ probeerde ik. Ik weet niet waarom ik een discussie aanging, want geen wifi, is geen wifi. Dat begreep zelfs de jongen.
‘Dat had al veranderd moeten zijn. Maar ik kan er niets aan doen.’
‘Is goed.’

De camping bleek alle verwachtingen te overtreffen. Caravans stonden tussen aanstaande vakantiehuisjes. Witte bouwblokken verraadden de vorm. Puntdakjes. Op willekeurige plekken lagen bulten. Bulten met bouwafval. Bulten met snoeiafval. Bulten met zand. Tegen een achtergrond van gestapelde grijze platen stond een camper met daarnaast een tafel, twee stoeltjes en schone kleding aan een droogmolen. De camping was het perfecte decor voor een film over een relatie die het niet redt, al zou je ook kunnen zeggen dat het er te dik bovenop lag.

Het fijne aan een tent is dat je zelf het uitzicht kan bepalen. Op een overvol vakantiepark, zet je de tent op met de ingang naar het keurig gemaaide heggetje. Je buren vinden je ongezellig, misschien zelfs asociaal. Maar je ziet ze nooit weer. Op een wanordelijke camping, zet je de tent op met de ingang richting een hoopje snoeiafval en een begroeide zandbult. Ik word vrolijk van zandbulten. Ze doen me denken aan vroeger en dat onkruid met roze bolletjes met kleine zaadjes erin.

Uitzicht is allesbepalend, dacht ik. ’s Ochtends besloot de jongen van de receptie dat het tijd was om op een maaitractor het gras rondom onze tent te maaien. Met de rits nog dicht, was het moeilijk in te schatten of we gevaar liepen. In een open tent voelden we ons bekeken. Dat de receptiejongen iedere keer dat hij langsreed naar binnen keek en groette, versterkte dat gevoel.

Ik liep naar de doucheruimte. Ik droeg mijn spullen in een tas van Albert Heijn, voelde het zand tussen mijn voeten en slippers ophopen en dacht: het is jammer dat we niet wat langer kunnen blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *