Jaar in muziek – #8: La Stravaganza

Maanden heb ik me verheugd op het jaaroverzicht van Spotify. Deze lijst laat zien welke honderd nummers je het afgelopen jaar het meest geluisterd hebt. Het overzicht is eerlijk en keihard. In 2014 stond Cody Simpson bij mij hoog genoteerd. Vorig jaar Captain Jack.

Mijn jaaroverzicht bleek dit jaar keer relatief onbeschamend. Van de honderd nummers uit de lijst schrijf ik (ongeveer in chronologische volgorde) over de tien die me het meest bijgebleven zijn.

#8: Vivaldi: La Stravaganza – Concerto No. 6 in G minor, RV 316a

Eens in mijn leven zou ik een sportieve prestatie leveren. Eén keer maar, om mezelf te bewijzen. Om te laten zien dat ik meer was dan het meisje dat altijd als een na laatste gekozen werd bij gym.

Ik heb me meerdere malen ingeschreven voor de Vier Mijl. Na het doen van die inschrijving rende ik dan een paar honderd meter en gaf het op. Dit jaar schreef ik me in voor de honderdste Nijmeegse Vierdaagse. Lopen leek me gemakkelijker dan hollen. Voor deze speciale editie waren mijn kansen om ingeloot te worden klein, doordat ik niet eerder meegedaan had. Toch mocht ik meedoen.

Ik kocht wandelschoenen en liep. Vijftien kilometer leek mee een goede start. Dat viel tegen, vooral doordat de uren lang duurden. Na het doen van meerdere lange wandelingen, werden de minuten korter en kwam de horizon steeds dichterbij te liggen.

In Nijmegen zou ik vier keer veertig kilometer lopen. Hoewel ik te laat begon met trainen, wilde ik graag eens vijftig kilometer gewandeld hebben. Ik kan vijftig kilometer lopen, dus veertig kan ik ook, zou ik in Nijmegen dan denken op moeilijke momenten. Ik nam ’s ochtends de bus naar de haven bij het Lauwersmeer. Via fietsknooppunten zou ik mijn weg naar Groningen terugvinden.

Van het Lauwersmeer tot aan Zoutkamp was de wandeling waanzinnig mooi. Het waaide, de luchten waren woest en donker en de wolken waren log. In de berm zwaaiden halmen heen en weer alsof ze mechanisch aangedreven werden. Het gesuis van de wind overstemde de muziek die ik door mijn koptelefoon hoorde.

Doordat ik Zoutkamp ken, had ik daar het gevoel dat ik bijna thuis was. Dit gevoel was onterecht. Het begon te regenen. Behoorlijk. De poncho die ik geleend had, bleek naar kattenpis te ruiken. Onder de poncho was alles al doorweekt. Ik had mooie zinnen in mijn hoofd, maar het water viel met zo’n geweld van boven, dat ik ze niet op kon schrijven. Ik vergat ze.

Het Groninger landschap verloor zijn romantiek. Ergens midden in de velden stopte een auto met daarin een betrouwbare man met kind. Ik mocht meerijden. Ik zei dat ik kilometers moest maken. Dat klopte, maar ik wilde geen kilometers maken. Ik wilde droog en warm en stilzitten.

Ergens in de buurt van de stad Groningen, kwam ik op een totaal ongeschikte wandelweg terecht. De weg was onderdeel van het fietsknooppuntennetwerk, maar ik kan me niet voorstellen dat het er prettig fietsen was. Voor auto’s was het een eenrichtingsweg, ik liep het verkeer tegemoet. Het was een uur of vijf, de auto’s vormden net geen file. Doordat iedereen steeds voor me uitweek, besloot ik in de berm te lopen. De berm was ongemaaid en drassig. Ik moest grote struisvogelpassen maken, zakte weg in de modder, voelde blaren ontstaan op mijn pijnlijke voeten, automobilisten schrokken van me en ik wist niet hoe lang het allemaal nog zou duren.

Bij het Van Starkenborghkanaal kreeg ik mijn goede gemoed wat terug. Het regende nog maar zachtjes en ik kon mijn wandelschoenen vervangen voor droge gympen. Ik had pijn, maar dat deerde niet meer. Het leed aan mijn voeten was inmiddels mijn nieuwe nullijn. Ik zette La Stravaganza op. Een half uur, drie kwartier misschien, liep ik alsof ik maar net de deur uitstapte. Daarna leek mijn huis weer verder dan ooit.

Lees ook:
#10: Wir setzen uns mit Tränen nieder
#9: Op de Grote Stille Heide

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *