Jaar in muziek – #10: Wir setzen uns mit Tränen nieder

Maanden heb ik me verheugd op het jaaroverzicht van Spotify. Deze lijst laat zien welke honderd nummers je het afgelopen jaar het meest geluisterd hebt. Het overzicht is eerlijk en keihard. In 2014 stond Cody Simpson bij mij hoog genoteerd. Vorig jaar Captain Jack.

Mijn jaaroverzicht bleek dit jaar keer relatief onbeschamend. Van de honderd nummers uit de lijst schrijf ik (ongeveer in chronologische volgorde) over de tien die me het meest bijgebleven zijn.

 

#10: Bach – Wir setzen uns mit Tränen nieder (Matthäus Passion)

Bach wist me niet eerder te verleiden. Het zal er mee te maken hebben dat ik niet opgegroeid ben met klassieke muziek en er ook later weinig mee in aanraking ben gebracht. Dat Chopin me hielp als ik me moest concentreren, vond ik vijf jaar geleden al een behoorlijke ontdekking. (Dat, en Turandot. De keer dat ik deze opera op cd aanschafte is de moeite van het vertellen waard. Herinner me hier gerust aan.)

Aan de Matthäus Passion is het moeilijk ontsnappen. Toch lukte het me lange tijd uitstekend. Ik heb geen televisie en kijk vrij selectief dingen terug op internet. Vaak komt dat neer op het zien van programma’s als Ex on the Beach Double Dutch en pretenderen dit vanuit antropologisch oogpunt te doen. Verantwoorde documentaires en nieuwsitems komen heus voorbij, maar Bach bleef buiten.

Binnen de instelling waar ik werk, is de Matthäus Passion aanwezig vanaf de tijd dat ze ook in de rest van het land op begint te duiken. Op mijn werk. Niet te ontlopen, niet te missen. Wir setzen uns mit Tränen nieder bleef aan me kleven. Ik vond het mooi en interessant. Het bleek een verslavend stuk muziek en ik luisterde er steeds vaker naar.

Ik heb vaker repeatliedjes. Doorgaans ben ik die na een aantal dagen zat. Dit repeatliedje was anders. Had kwaliteit. Liet het toe om wekenlang beluisterd te worden, tot het een kleine obsessie werd. Het leek het meest waarachtige dat ik kon luisteren en daarom kwam het niet in me op om nog andere muziek op te zetten.

En toen begon het huilen. Kleine weenbuitjes eerst, terwijl ik met opgetrokken benen in mijn comfortabele stoel zat. Iets grotere buien vervolgens, met dikke tranen. Tot ik huilde alsof het mijn verdriet was, waar ik naar luisterde. Lelijk, hardop, met snot, een vertrokken hoofd en een compleet gebrek aan waardigheid.

In plaats van dat dat opluchtte, blééf ik huilen. Op de fiets, met roodbetraande wangen en gebogen hoofd als ik voor het stoplicht stond. Nog net ingehouden, als ik met een blauw mandje aan mijn arm boodschappen deed. In de trein, met magere biggeltranen en mijn haren voor mijn gezicht gehangen. Voor iemands deur, vlak nadat ik aangebeld had. Dat was het moment waarop ik een grens trok. Geen Bach meer. In elk geval niet meer tot aan de uitvoering, waar ik inmiddels kaarten voor had gekocht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *