Ik vond het zo lief

‘Het is zo lief,’ zei ik altijd, ‘het is lief dat hij altijd met me belt als ik ’s avonds laat vrij ben. Wanneer de trein de stad binnenrijdt is het al na elf uur. Daarna moet ik nog zeker twintig minuten fietsen. Het is donker, hoor, in de straten. De lantaarnpalen branden, maar er zijn weinig mensen op straat en laatst reed er een hele tijd iemand achter me. Er had van alles kunnen gebeuren. Vorige maand las ik dat er iemand overvallen was bij de Albert Heijn en sindsdien rijd ik een stukje om als ik door het donker naar huis moet. Ik wil er niet meer langs. Maar hij belt met me, we hebben het nergens over, maar hij belt met me totdat ik thuis ben, totdat ik binnen ben, totdat ik de deur dicht heb gedaan en totdat ik de sleutel heb omgedraaid. Totdat ik veilig ben.’

Veiligheid zit niet in een telefoon tegen je hoofd houden, leerde ik vorig jaar. Veiligheid zit in met beide handen het stuur voelen en de wind tegen beide oren horen suizen. Veiligheid zit in zien wat er om je heen gebeurt. Twee verliefde meisjes op een bankje, een duif die een grappige landing op een lantaarnpaal maakt. Veiligheid zit in opmerken dat de Blokker weer dagkaarten voor de trein verkoopt en dat iemand die je vaag kent van vroeger verderop een steeg inwandelt. Veiligheid zit in Gold van Spandau Ballet opvangen in het voorbijgaan van een kroeg.

Een gedachte over “Ik vond het zo lief

  1. “My love is like a high prison wall
    But you could leave me standing so tall”

    Daar zit inderdaad wel iets van veiligheid in, als je het zo zou willen lezen.
    Maar dank je, dankzij dit heb ik de tekst van Gold eens echt gelezen. Iets wat ik in 1983 al had moeten doen, hoewel ik er toen waarschijnlijk nog niks van had kunnen begrijpen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *