Hoe ik heet, wie ik ben

Ik herkende hem meteen, toch vroeg ik voor de zekerheid zijn naam aan de barvrouw. ‘Ewoud,’ zei ze. Het was hem echt. De man die vorig jaar onder te veel Facebookberichten een reactie achterliet. De man waar ik zo’n medelijden mee had. De man die me graag wilde helpen als hij dacht dat ik het moeilijk had. De man tegen wie ik niet durfde te zeggen dat ik zijn berichten onprettig vond. De man waar ik het benauwd van kreeg. De man die ik van Facebook verwijderde. De man die me vroeg waarom ik dit had gedaan, geen genoegen nam met mijn korte uitleg en nog dagenlang berichten bleef sturen. Een keer zelfs midden in de nacht, omdat hij er niet van kon slapen dat we geen vrienden meer waren.

Hoewel de man me niet herkende, was ik blij dat hij mijn echte naam waarschijnlijk niet kende.

Ik trad anderhalf jaar geleden eens op onder een verzonnen naam. Jirke Poetijn. Na dat optreden maakte ik dit blog aan. Het is prettig schrijven onder een pseudoniem. Je kan grote geheimen delen en verzinnen als mensen niet weten wie je bent. Ik dacht dat Jirke Poetijn alleen op internet zou bestaan, maar ik organiseerde een open podium dat ik presenteerde als Jirke, waarna er mensen waren die me bij een verzonnen naam noemden.

Mijn echte voornaam was lange tijd op mijn blog, op Facebook en op Twitter te vinden, totdat iedereen me online Jirke noemden, behalve mannen die privé-berichten stuurden waarin ze veel te dichtbij kwamen.

Op steeds meer plekken heet ik Jirke, omdat er steeds meer redenen zijn om mijn online identiteit aan te laten sluiten bij de offline variant van mezelf. Iedere keer dat ik besluit ergens me Jirke te noemen terwijl ik eigenlijk anders heet, moet ik wennen aan de verzonnen naam op een nieuwe plek.

Toen mijn vriend en ik naamkettingen kochten, vroeg een vriendin met welke naam mijn vriend om zijn nek liep.
‘Toch niet Jirke?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Gelukkig.’

Met een andere vriendin at ik vorige week pizza. Ik vertelde haar over de boventiteling die ik voor een theatergezelschap doe. En dat iedereen daar denkt dat ik Jirke heet, omdat ik me aan had gemeld met mijn Jirke-emailadres. Ik heb daar wat spijt van.
‘Het voelt ongemakkelijk,’  vertelde ik. ‘Op andere plekken is er altijd een goede reden om me voor te stellen als Jirke. Nadat ik de mail had afgesloten had met Jirke vond ik het raar om alsnog te zeggen dat ik eigenlijk een andere naam heb. En nu blijf ik me maar als Jirke voorstellen.’
‘Nou,’ zei ze, terwijl ze een stuk pizza dubbelvouwde om in haar mond te steken, ‘volgens mij vind je het gewoon hartstikke interessant.’
Ik dacht aan de boodschap van een ex die zo vaak herhaald is dat hij als een soort mantra in mijn brein is blijven hangen: je wil alleen maar aandacht, je wil alleen maar aandacht, aandacht, aandacht, aandacht.
‘Nee,’  zei ik. ‘Nee.’

Vorige week had ik een vergadering. We hadden het over poëzie. Er was taart. Iemand noemde me bij mijn echte naam. Iemand anders was verbaasd.
‘Heet je geen Jirke meer?’ vroeg ze.
‘Zo heet ik natuurlijk niet,’ zei ik. ‘Eigenlijk.’
‘Voor mij heet je gewoon Jirke.’
‘Dat is goed,’  zei ik. ‘Ik luister naar beide namen wel.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *