Het huis van mijn broer VII

Floris vertelde dat hij zijn PlayStation aan Sandra geleend had. Ik had het druk en besloot om langs te gaan op de dag dat ze zou verhuizen. Dan kon ik in de gaten houden of de verhuizing normaal verliep en meteen naar de PlayStation vragen.

Op de avond voor de verhuisdag stuurde ik Sandra een bericht.
‘Morgen kom ik langs om post op te halen.’
Sandra reageerde binnen vijf minuten.
‘Vanaf maandag ben ik weg, dan kan je langskomen voor de post.’
Een minuut later kreeg ik nog een bericht.
‘Er is namelijk geen nieuwe post.’
‘Bedankt,’  schreef ik terug, ‘maar ik kom toch even. Ik moet namelijk ook wat spullen van Floris meenemen.’
Het duurde even voordat ik een reactie kreeg.
‘Moet dat per se morgen?’

Ik besloot de volgende dag zo vroeg mogelijk langs te gaan.

Toen ik opstond bleek dat Sandra me om drie uur ’s nachts nog een bericht had gestuurd. Ik het bericht vroeg ze welke spullen ik op moest halen en wat ik in vredesnaam te zoeken had in het huis van een ander. Ik antwoordde dat ik eraan kwam.

Om half negen stond ik voor de deur van het huis van mijn broer. Ik stak mijn sleutel in het slot, draaide hem naar links en wilde de deur openen. De deur bleek potdicht te zitten, kennelijk had Sandra de deur gebarricadeerd.

Ik probeerde aan te bellen, ik klopte op het raam en belde Sandra. Ze reageerde niet. Na vijf minuten gaf ik het op en stuurde haar een bericht.
‘Sandra, ik kan het huis niet in. Als je me niet binnen laat, moet ik de politie bellen. Dit lijkt me allemaal niet handig als je beveiliger wil worden.’

Ik belde Floris en vroeg hem om Sandra een bericht te sturen waarin hij zei dat ze me binnen moest laten. Het leek me handig om dit te kunnen laten zien als ik de politie echt zou bellen. Floris stuurde Sandra meteen een bericht waarin hij zei dat ze voor elf uur de deur voor me moest openen.

Om de tijd te overbruggen ging ik naar mijn werk. Ik klaagde eerst een kwartier tegen mijn collega, die het verhaal wel vermakelijk leek te vinden. Om half twaalf pakte ik mijn telefoon om te zien of Sandra gereageerd had. Dat had ze niet, al zag ik wel dat ze mijn bericht gelezen had. Ik belde Sandra weer en deze keer nam ze op.

‘Wat is er in vredesnaam aan de hand?’ vroeg ik.
‘Dat kan ik jou beter vragen,’ zei Sandra bits.
‘Waarom laat je mij het huis niet in?’ vroeg ik.
‘Ik heb de deur altijd op slot, tegen de dieven.’
‘Onzin,’ zei ik.
‘Ik wil ’s ochtends geen bezoekers in mijn huis,’  zei Sandra. ‘Juist jij zou moeten weten hoe belangrijk dat is als je ’s nachts pas laat gaat slapen.’
De logica van deze opmerking ontging me, maar de manier waarop Sandra tegen me sprak stond me niet aan.
‘Jij mag wel even denken om je toon,’  zei ik. Ik voelde hoe ik rood werd en durfde niet in de richting van mijn collega te kijken, die vlak naast me zat.
‘Mijn toon? Jij mag zelf wel even denken om je toon,’ zei Sandra.
‘Wie denk je wel niet dat je bent?’ zei ik. ‘Je hebt het nota bene aan mij te danken dat je nog in dat huis mocht wonen. Ik wil niet dat je op deze manier tegen me spreekt.’
‘Ik praat altijd zo,’ zei Sandra.
‘Dan praat je tegen mij maar anders,’ antwoordde ik. ‘Ik fiets nu naar het huis van Floris en je laat me binnen.’

Nadat ik op had gehangen durfde ik mijn collega nog steeds niet goed aan te kijken.
‘Ik ben zo terug,’ zei ik. ‘Ik ben even naar het huis van Floris.’

Over een week verschijnt Het huis van mijn broer VIII.
Eerder verschenen Het huis van mijn broer I, II, III
, IV, V en VI.

Een gedachte over “Het huis van mijn broer VII

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *