Het huis van mijn broer III

Na het vertrek van Floris duurde het nog geen week voordat hij me vanuit het buitenland een bericht met veel uitroeptekens stuurde. Ik zet Sandra uit huis! Mijn grens is bereikt!

De bovenburen hadden Floris verteld dat Sandra een feest had gegeven. Ze hadden de politie gebeld vanwege overlast. Floris besloot meteen het contract met Sandra te beëindigen. Ik vroeg of dat niet wat voorbarig was, of ik niet nog even met haar moest gaan praten, maar Floris was onverbiddelijk en stuurde haar een bikkelharde e-mail.

Drie uur later belde Floris me en vroeg of ik toch bij Sandra langs wilde gaan. Hij had haar gesproken en zij had niets van de ophef begrepen. Van de onverbiddelijkheid van Floris was niet veel meer over. Ik mocht beslissen of ze in de kamer zou blijven wonen.

Ik fietste meteen naar het huis van Floris. De trekbel, die Floris met veel trots had laten zien toen hij hem zelf geïnstalleerd had, bleek niet te werken. Ik klopte op het raam van de kamer van Sandra. Het raam van de woonkamer van Floris, dacht ik.

‘Wat ruikt het hier naar sigaretten,’ zei ik toen ik binnenkwam. 
‘Dat zei Floris ook al,’ zei Sandra. ‘Maar dat komt doordat de geur van rook in mijn spullen zit.’
Ik besloot er niet op in te gaan en ging naast haar op haar bank zitten. Het was netjes in haar kamer.
‘Heb je een piercing boven je lip gehad?’ vroeg Sandra en wees naar het gaatje dat midden onder mijn neus zit.
‘Ja.’
‘Wat tof,’ reageerde Sandra enthousiast.
‘Wat is er gebeurd afgelopen weekend?’ vroeg ik.
Sandra vertelde over het feestje. Er waren maar een paar vrienden geweest en het viel best mee met het geluid. Ze vertelde welke buren ze vooraf had ingelicht. Ook de bovenburen.
‘Waarom was er dan politie?’ vroeg ik.
‘Ik heb geen politie gezien.’

Ik begreep nu waarom Floris Sandra in huis had genomen. Ze had iets onschuldigs, al wist ik niet waar dat door kwam.

En ik kon me voorstellen dat haar verhaal klopte. Dat ze een van de bovenburen had verteld van het feestje, maar dat dat zij het niet aan de rest van het studentenhuis had verteld. Dat iemand die niet van het feestje wist de politie had gebeld. Dat de politie gewoon door was gereden, omdat het meeviel met het geluid.

‘Zoiets moet niet weer gebeuren, maar je mag hier blijven wonen,’ zei ik.
‘Echt waar?’ Sandra leek oprecht verbaasd. ‘Gelukkig. Ik was net een band aan het opbouwen met Floris. Het is zo jammer als zoiets weggegooid wordt.’

Ik liep naar de tuin om te zien om te zien of de wingerd al blad had gekregen. Sandra kwam snel naast me staan. 
‘Sorry,’ zei ze meteen.
‘Waarvoor?’
‘Er is een emmer met verf gevallen.’
Ik keek naar beneden en zag op verschillende plekken verf op de tegels zitten. In meerdere kleuren en duidelijk afkomstig van spuitbussen.
‘Is die emmer met verf soms op meerdere plekken omgevallen?’ vroeg ik.
‘Ik maak het schoon,’ zei Sandra. ‘Het gaat er best gemakkelijk af.’
‘Maak het maar schoon,’ zei ik.
‘Trouwens, ik heb wat keukenapparatuur van Floris op zijn kamer gezet, zodat ik was meer ruimte op het aanrecht heb. Eigenlijk mag ik niet op zijn kamer komen, dus ik vertel het je maar.’
‘Voor deze keer is het goed,’ zei ik. ‘Als je niet weer op zijn kamer komt.’
En omdat ik mijn verantwoordelijkheden als huisbaas inmiddels erg serieus nam voegde ik eraan toe: ‘Heb je de huur eigenlijk al betaald?’

Over een week verschijnt Het huis van mijn broer IV.
Eerder verschenen Het huis van mijn broer I en II.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *