Het huis van mijn broer I

‘Ik weet al wat ik doe,’ zei mijn broer. ‘Ik ga mijn woonkamer verhuren.’
Eerder had hij bedacht dat hij een extra baantje zou kunnen nemen. Ik zei hem toen dat ik dat een slecht idee vond. Sinds ik vorig jaar mijn vaste baan op heb gezegd, ben ik een groot pleitbezorger van vrije tijd. Mijn broer was een van de weinige mensen die echt begreep dat het goed voor me was om te stoppen met mijn werk, al zou hij zelf zo’n keuze nooit maken. Ik vind financiële zekerheid niet belangrijk, maar snap wat het voor mijn broer betekent.
‘Een huisgenoot,’ zei ik. ‘Wat een goed idee.’

Mijn broer zette een advertentie op internet en ik hielp hem met het verslepen van zijn huisraad. Een groot deel van de spullen uit zijn woonkamer brachten we naar de opslag die hij voor de gelegenheid gehuurd had. De eettafel kwam in zijn slaapkamer te staan, de kamer die binnenkort nog maar zijn enige kamer zou zijn. De boekenkast mocht ik meenemen. 

Er kwamen reacties op de advertentie. Er waren studenten met dubbele achternamen. Er waren behoorlijk wat mensen van in de veertig. Er was een man die zijn huwelijk wilde ontvluchten en in de reactie op de advertentie iets vertelde over zijn geheime relatie. 
‘Niet uitnodigen,’ zei ik.
Er was een jonge kunstenaar met Duits accent en een enorme glitteroorbel. Hij kwam langs en leek geschikt, maar wilde bij nader inzien toch liever een goedkopere kamer.

Mijn broer vond het allemaal geen probleem, hij had de tijd. Hij zou over twee maanden een tijdje in het buitenland moeten werken en een goede huurder vinden leek hem belangrijker dan een extra maand huur. Dat vond ik verstandig.

Binnen twee weken na het zetten van de advertentie vond hij iemand. Sandra. 
‘Ze is twintig,’ vertelde mijn broer.
Ze leek me meteen erg roekeloos. Welk meisje van twintig kiest er nou voor om bij een tien jaar oudere man in huis te gaan wonen?
‘Sandra heeft een beetje een ingewikkelde achtergrond,’ zei mijn broer.
Sandra had vast een goede reden om te verhuizen. Ik wilde haar niet direct veroordelen, maar iemand met een beetje een ingewikkelde achtergrond klinkt niet als iemand die bij mijn rechtlijnige broer in huis past.
‘Dit klinkt nu al lastig,’ zei ik.
‘Ik denk dat ik in het begin een paar goede gesprekken met haar moet voeren,’ zei mijn broer.
Ik viel even stil.
‘Sandra heeft haar haren al in alle kleuren van de regenboog geverfd. Nu is het rood. Ze doet me wat aan jou denken aan hoe jij was toen je twintig was.’
‘Floris, weet je zeker dat dit een goed idee is?’
‘Maak je geen zorgen. Ze is heel aardig. Bovendien heeft ze gezegd dat ze smetvrees heeft, dus vies zal ze het hier niet maken. Morgen verhuist ze al.’

Een dag later belde mijn broer me.
“Mijn baas heeft gezegd dat ik zes maanden naar het buitenland moet in plaats van vier. En ze willen dat ik over vijf dagen al vertrek. Misschien is het handig als je voor die tijd kennis komt maken met Sandra.”


Over een week verschijnt Het huis van mijn broer II.

4 gedachtes over “Het huis van mijn broer I

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *