Herder

Vroeger wilde ik in God geloven, maar het is me nooit gelukt.

Gisteren had ik het met een oud-collega over haar nieuwe baan. Ze werkt sinds kort bij een christelijke organisatie, waarvan ik weet dat het geloof er een belangrijke rol speelt.

Ik vroeg me af hoe je hierover spreekt in een sollicitatiegesprek. Als je over je geloof praat, wil je een oprecht gesprek aangaan. Tenminste, dat stel ik me voor. Maar je weet vast ook wat een werkgever wil horen. Kan je je dan mooier voordoen dan je bent? Of bestaat er geen goed of fout, wanneer het om de beleving van religie gaat?

Af en toe begeleid ik op mijn werk een mannenkoor. Dat koor zingt van alles, van De Klok van Arnemuiden tot Poesje Mauw. Ergens daartussen ligt De Heer is mijn Herder. Hoewel ik het doe, heb ik moeite met het meezingen van dat lied. Omdat het huichelachtig voelt om dingen over de Heer te zingen, die ik niet meen.

Door het gesprek over geloof dacht ik na over waar die moeite vandaan komt. Ik kan probleemloos allerlei ongemeende dingen zingen. Hoe kan het dat ik me bezwaard voel, als ik iets over de Heer zing?

Omdat ik niet in God geloof, hoef ik me geen zorgen te maken over wat Hij ervan vindt. Ook andere goden aanbid ik niet. Over wat de mensen vinden van mijn gezongen tekst, maak ik me al helemaal niet druk.

Het enige dat ik kan bedenken, is dat ik toch bang ben dat God het niet leuk vindt dat ik over Hem zing, terwijl ik niet denk dat Hij bestaat. Dat betekent (geloof ik) dat ik voortaan zonder schroom kan beweren dat de Heer mijn Herder is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *